Geef de cursus Vieren: een kennismaking met de christelijke feestdagen

Doelgroep

Vieren is bedoeld voor mensen die nieuwsgierig zijn naar het christelijke geloof. Het materiaal is in het bijzonder geschikt voor twintigers en dertigers, maar elke leeftijd kan ermee aan de slag. 

Materiaal op maat 

De cursus bestaat uit een handleiding voor de gespreksleider, papieren magazines, werkvormen en filmpjes. Gemeenten kunnen zelf uit dit materiaal kiezen. Op deze manier is de cursus aan te passen aan de lokale context. 

Diversiteit aan visies

In de filmpjes vertellen predikanten zoals Jeannet van Doorn (Gereformeerde Kerk Ermelo) en Pieter Both (Hervormde wijkgemeente de Regenboog Harderwijk) hoe zij de feesten ervaren. Zo komt het gesprek op gang. Daarbij is Vieren breed georiënteerd: regelmatig komt een diversiteit aan visies naar voren. Dit helpt de deelnemers om hun eigen positie te bepalen.

Cursus geven in de gemeente

Gemeenten kunnen zich aanmelden om de cursus te gaan geven. De website van Vieren, inclusief de filmpjes, geeft een goed beeld van de opbouw van de cursus: cursusvieren.nl. Gemeenten die zich aanmelden ontvangen gratis de magazines en uitnodigingen die bij de cursus horen.

Positieve reacties op pilot

Afgelopen seizoen is door zo'n dertig predikanten en kerkelijk werkers uit heel Nederland een pilot gedaan met de cursus. De waardering is hoog: een 8 gemiddeld. “De aansluiting bij een feestdag geeft meteen concrete beelden en herinneringen, dat maakt een gesprek minder abstract, dat is echt een plus.” 

Aanmelden als cursusleider voor een cursus Vieren in jouw gemeente

 lees verder
 
Ds. Kees Jan Rodenburg: "Als kerk moeten we pleitbezorger van vrede zijn"

  • studie theologie en predikantenopleiding aan de Universiteit Utrecht 
  • Hoofdkrijgsmachtpredikant sinds 1 februari 2026, daarvoor 10 jaar geestelijk verzorger bij de krijgsmacht. Eerder was hij missionair werker in Utrecht en predikant met een bijzondere aanstelling in Jeruzalem. Daar werkte hij voor het Centrum voor Israël Studies (CIS). Ook was hij directeur van Near East Ministries (NEM). 
  • voelt zich thuis in de oecumenische stroming in de kerk.  

Hoe ervaar je je roeping? 

“Voor mij begint roeping bij het besef dat je deel uitmaakt van een groter geheel, het koninkrijk van God. Het is een innerlijk weten dat je uitnodigt een rol of verantwoordelijkheid op je te nemen en iets te kunnen betekenen binnen een gemeenschap die God vertegenwoordigt. Steeds opnieuw dienden zich momenten aan waarop ik voelde: dit is een stap die ik in vertrouwen mag zetten. Het gaat niet om mezelf, maar om hoe ik God kan dienen op deze plek. Als hoofdkrijgsmachtpredikant betekent dat een dienende rol voor zo’n 45 geestelijk verzorgers: hun persoonlijke zorg handen en voeten geven, zoeken naar onze opdracht en hoe we die samen vormgeven. Tegelijk zijn we een schakel tussen de militaire wereld en de kerk. Ik hoop gesprekken met kerken te initiëren en hen te stimuleren: niet alleen nadenken over oorlog en vrede, maar ook concreet hulp bieden aan militairen, bijvoorbeeld door gebed of praktische steun aan hun gezinnen als zij in het buitenland zijn. Kerken kunnen daarnaast ook een belangrijke rol spelen tijdens een eventuele crisis, bijvoorbeeld door nu al water en hulpgoederen in te slaan. Zo kunnen die twee werelden dichter bij elkaar komen staan.” 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“Twee dingen: collegialiteit en spiritualiteit. Samen optrekken met anderen, elkaar inspireren, maar ook de dag beginnen met rust, inkeer en stilte. Een bijbeltekst lezen geeft een gevoel van verwachting en openheid. Samen optrekken is belangrijk, omdat ons werk in de militaire wereld vaak individueel is, in omstandigheden waarin niet altijd duidelijk is wat onze rol zal zijn. Juist omdat we soms alleen werken, is het van groot belang om te ervaren dat we dit niet alleen doen.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Ik probeer mijn werk van tijd tot tijd te relativeren. Focussen op waardering kan teleurstellen, maar werken vanuit vertrouwen geeft rust. De dag beginnen met een open houding maakt een kort gesprek van vijf minuten al waardevol. Daarnaast doe ik naast werk ook andere dingen: wandelen, kunst bekijken, musea bezoeken en vrijwilligerswerk. Zo doorbreek je de focus op werk en ontdek je dat er ook elders veel waardevols gebeurt.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

“Ik vind het mooi om op een kazerne of tijdens een oefening in Europa tussen militairen te lopen en de spanning te voelen: wat gaat er nu gebeuren? Ga ik iets horen, gaat er iemand naar me toe komen? Welke gespreksonderwerp wordt aangekaart? Vaak onderhoud je contact met mensen die je al eerder hebt gesproken. Soms komen grotere persoonlijke zaken aan het licht, zoals problemen thuis. Het gaat vaak om persoonlijke begeleiding: hoe kan iemand zich herpakken, welk ‘huiswerk’ is er voor hen, en hoe kan ik helpen bij concrete stappen? Daarbij speelt levensbeschouwing ook een rol: hoe iemand in het leven staat, zie je terug in hoe hij of zij de rol vervult. Begrip hebben voor jezelf blijkt vaak de sleutel om weer verder te kunnen.” 

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd? 

“Ik volgde een jaaropleiding Geweldloze (verbindende) Communicatie. Daarbij leer je te onderzoeken welke behoeften er achter woorden en emoties schuilgaan. Het vraagt empathie, je kunnen verplaatsen in de ander én het helder verwoorden van je eigen behoeften. In de militaire wereld is deze manier van communiceren niet vanzelfsprekend, maar het is vaak een eyeopener: achter heftige emoties blijken menselijke behoeften te zitten. Wie anders leert communiceren, bereikt vaak meer dan verwacht.” 

Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is? 

“Dat is een lastige vraag, omdat het suggereert dat je Gods Geest aan bepaalde tekenen kunt aflezen. Zelf denk ik dat de Geest overal aanwezig is, ook in mensenlevens. Bij Defensie zie ik creatieve krachten in hoe mensen naar elkaar omzien, elkaar aanmoedigen en steun bieden; dat kan een uiting zijn van die kracht. Of het Gods werk is, weet ik niet precies, maar het verbindt mensen op manieren die eigenlijk niet te verklaren zijn. Verder geloof ik dat de Geest wereldwijd actief is, en ik haal veel troost en moed uit de wereldwijde kerk, waar zoveel leven te vinden is.” 

Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?  

“Door mijn tijd in Israël ben ik vaak bezig met de Joodse bijbelexegese, onder andere via het werk van Avivah Zornberg. In haar commentaren, ik lees nu een boek over Mozes, laat zij zien hoe geloof samengaat met groeien in verantwoordelijkheid nemen voor je eigen rol in de wereld. Zeer aanbevolen.” 

Is er een bijbeltekst die met je meegaat?  

“Dat is geen tekst, maar het lied Nada te turbe uit Taizé. Een bekend, meditatief lied op een gebed van Teresa van Ávila: ‘Laat niets je verontrusten, laats niets je beangstigen. Wie God heeft ontbreekt het aan niets. God alleen is genoeg.’ Op cruciale momenten klinkt het in mijn hoofd en denk ik: als het erop aankomt, is dit wat me vasthoudt.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?  

“Ik hoop dat we als kerk onze ogen openen voor wat er in de wereld gebeurt en ons daar actief mee bezighouden. Concreet betekent dit nadenken over vragen rond oorlog en vrede, met elkaar in gesprek gaan over onze rol hierin en over hoe we pleitbezorgers van vrede kunnen zijn. Belangrijk is dat we ons voorbereiden op wat kan komen, ons vizier op vrede blijven richten, en tegelijk stevig verankerd blijven in wat ons ten diepste draagt: de liefde van Christus.” 

 lees verder
 
Praktijkcursus kerkmuziek start nieuw oriëntatiejaar

Cursus voor kerkmusici

De kerkmuziek is in de voorbije decennia flink veranderd, aanleiding om een nieuwe praktijkcursus op te zetten die aansluit bij de huidige praktijk. Het oriëntatiejaar, een voorbereidend jaar van deze cursus, geeft een reëel beeld van de breedte van de kerkmuziek en de plek van de kerkmusicus daarin.

Benieuwd of deze cursus iets voor jou is? Meld je aan voor de vrijblijvende proeverij op zaterdag 11 april

Leerzaam

Anne Jet Plat nam als kerkmusicus deel aan het oriëntatiejaar dat in september 2024 startte. In haar gemeente, De Lichtkring in Alphen aan den Rijn, speelt ze klarinet in bijzondere diensten als Kerst, Pasen, Taizévieringen en vespers. Daarnaast is ze gevraagd om dirigent te worden van de cantorij in Goede Bron, een andere wijkgemeente in Alphen. "In de rol van dirigent en cantor zal ik meer betrokken worden bij de keuze van liederen en de liturgische overwegingen daarbij, en ik wilde daar meer achtergrondkennis over opdoen. Ook wilde ik het nieuwe liedboek nog beter leren kennen. Als ik begeleid in diensten, is het fijn om mee te kunnen praten over de opzet van de dienst en het passend begeleiden van de gemeentezang. Dat zijn onderwerpen waar we als cursisten over doorpraten. Ik leer daar veel van.” 

Netwerk

Elke cursusdag begint met een uur zingen. 'Een cadeautje’ noemt Plat dat. “Het is heerlijk om samen te zingen, en het helpt om de variatie van het liedboek te leren kennen. Ik denk steeds: zou dit passen bij de cantorij waar ik aan verbonden word, of bij de gemeentezang? Is dit iets voor de zondagochtenddienst of meer voor een vesper? Ik maak direct de verbinding met mijn eigen praktijk.”

Ook van de praktijkbezoeken in andere kerken steekt ze veel op. “Elke cursist doet er twee, je kunt deze zelf inplannen. Na de dienst is er dan gelegenheid om de kerkmusicus en de predikant van die gemeente te spreken. Heel waardevol om iets over het samenspel tussen die twee te horen. Door de praktijkbezoeken heb ik ook collega-cantors leren kennen, waarmee ik een nieuw netwerk heb opgedaan. Fijn om hen te kunnen bellen of mailen met de vraag naar hun aanpak.”

Nieuwe impuls

Van tevoren had Plat nooit zo stilgestaan bij het belang van een goed samenspel tussen predikant en kerkmusicus, en de rol die een kerkenraad of een werkgroep eredienst daarin heeft. “Ik heb ontdekt dat het zinvol is dat je als gemeente actief nadenkt over de praktijk van kerkmuziek. Wat vindt de gemeente belangrijk? Hoe betrek je verschillende stijlen? Hoe zorg je voor een goede mix die past bij de liturgische betekenis van liederen? En wie heeft welke rol? Door musici uit je gemeente de kans te geven om zo’n cursus te volgen, breng je bewustwording op gang, en daarmee geef je de praktijk van de kerkmuziek een nieuwe impuls.”

Theoretische verdieping

Ook Ids Smedema, voormalig gemeente- en krijgsmachtpredikant en nu nog gastvoorganger, neemt deel aan het oriëntatiejaar. "Ik ben altijd veel met muziek bezig geweest, zing in een kamerkoor, en ben vier jaar geleden begonnen met orgelles. Ik wil meer weten van kerkmuziek, ik zoek theoretische verdieping. Daar heb ik nu wat aan als gastvoorganger, en op de lange termijn hoop ik nog eens aan de slag te gaan als dirigent van een koor."

Gesneden koek

Smedema vindt het leuk om met allerlei enthousiastelingen uit verschillende hoeken van de kerk samen iets te doen. “Een groot deel komt uit een andere hoek van de kerk dan ik, die kant is redelijk nieuw voor mij. Ook nieuw voor mij is het nieuwe liedboek waar we intensief mee werken. Die was er nog niet toen ik gemeentepredikant was."

Hij heeft een wat afwijkende positie in de groep, constateert hij. “Ik heb nog geen kerkmuzikale praktijk, dus weinig in te brengen. En ik ben de enige theoloog in de groep. Voor mij zijn liturgische zaken als de opbouw van het kerkelijk jaar, het Dienstboek en leesroosters redelijk gesneden koek. Ik heb daarom nog geen keuze gemaakt of ik na het oriëntatiejaar doorga.”

Brede kerk

Ook Harm Mannak is geen kerkmusicus, hij neemt puur vanwege zijn interesse in liturgie en kerkmuziek deel aan het oriëntatiejaar. In zijn gemeente, de Protestantse Gemeente Enschede, is hij voorzitter van het college van kerkrentmeesters. Verder is hij amateurorganist, maar niet actief als organist in de kerk. "Ik heb de veelzijdigheid van het nieuwe liedboek leren kennen, en daarmee de diversiteit binnen de Protestantse Kerk. Ik vind dat heel verrijkend, de cursus laat zien dat de Protestantse Kerk heel breed is. De onderbouwing van de verschillende liturgieën in deze breedte helpt mij deze beter te begrijpen."

Zijn twee praktijkbezoeken hebben hem veel gebracht. "Het hoogliturgische van de Amersfoortse Bergkerk vond ik prachtig om mee te maken, daar heb ik veel mee. Onderdeel was een gesprek met de predikant en organist samen om inzicht te krijgen in de totstandkoming van de liturgie. Heel leerzaam."

Liturgisch beleid

In zijn eigen gemeente kreeg hij het verzoek om te komen tot een muzikaal liturgisch beleid, als onderdeel van het grotere beleidsplan. "Iedereen keek mij aan: jij volgt de cursus, dan moet jij dat maar schrijven. Dat heb ik gedaan, met de hulp van Oane Reitsma die hier predikant is geweest en ook bij de praktijkcursus kerkmuziek betrokken is. De lessen uit de cursus kwamen me goed van pas."

Benieuwd of deze cursus iets voor jou is? Meld je aan voor de vrijblijvende proeverij op zaterdag 11 april

 lees verder
 
Brief van de scriba - vasthoudendheid

Geachte collega’s, 

Begin februari vond er een inspiratiedag voor geestelijk verzorgers plaats. Met 150 collega’s luisterden we naar Michelle van Tongerloo, de Rotterdamse straatarts die verbonden is aan de Pauluskerk. Anderhalf uur lang vertelde ze over haar leerweg van de afgelopen jaren. Dat klinkt wat abstract, terwijl het fysiek is en geestelijk. Ze vertelde over mensen en over systemen. Over concrete fysieke nood, etterende wonden, erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden, systemen waar mensen in nood niet in passen en die hen buitensluiten. Systemen van verzekeringen, registraties, documenten en artsenopleidingen. Je kunt er dood aan gaan. Letterlijk. 

“ ‘Ik verplicht me tot jouw nood’”

Straatarts Michelle van Tongerloo

Wat mij raakte was haar vasthoudendheid. En ook het onconventionele van haar aanpak. ‘Ik verplicht me tot jouw nood’, hoorde je haar zeggen tegen mensen op haar spreekuur. ‘Ik ga voor je bellen, ik ga voor je pleiten, ik ga ruzie maken, ik ga je wonden laten zien zodat mensen schrikken, als het moet zet ik een crowdfunding voor je op en je krijgt sowieso mijn mobiele nummer voor als het niet meer gaat.’ Je voelde aan alles dat dit meer dan een baan voor haar is. Er was die morgen een mens aan het woord die de noodkreet van een ander tot haar door liet dringen als een roeping. Iemand die vragen stelt over onze samenleving, vragen over waar wij aan wennen. Aan zichzelf, aan haar beroepsgroep, aan mensen met macht. Iemand die bereid is tot het uiterste te gaan. 

Onstuimiger communiceren

Het zette mij aan het denken over de kerk. Ik denk dat er op veel plekken in ons land collega’s zijn die ook tot het uiterste gaan. Die als pastor in een instelling, als pionier of als dorpspredikant, zich verplichten tot de mensen die God op hun weg brengt. Die pastorale, intellectuele, organisatorische en geloofsenergie inzetten voor anderen. Die op een eigen manier ook gewond kunnen raken, en moe, soms woest, soms op. Ik denk dat we als kerk heel dicht op dat soort energie moeten zien te komen. Dat we die energie moeten laten zien aan elkaar en aan onze tijd, deze moeten eren en ervan leren. Dat die energie door moet stromen in het beleid van de kerk. Dat de kennis van al de verschillende collega’s ontsloten moet worden en omgezet in taal en in inventiviteit waar anderen wat aan kunnen hebben. Er is leven genoeg in de kerk. 

Kunnen we in het beleid van onze kerk dichter op de energie komen die ik voelde op deze morgen? We leven te midden van een volk waarin op de een of andere manier veel gaande is. Veel onrust, veel eenzaamheid, veel onbestemdheid, veel hardheid, veel vreemde goden die mensen uitputten. Zouden we, in plaats van abstracte taal voortbrengen en nog eens een paar gedachten formuleren over secularisatie en toekomstige kerkmodellen, niet onstuimiger moeten communiceren aan mensen om ons heen: Ik ga voor je bidden, ik ga voor je exegetiseren, ik ga iemand voor je bellen, ik ga mijn positie gebruiken om voor je op te komen, ik mobiliseer onze gemeenschap omdat ik denk dat je er een thuis kunt vinden. Als het moet zamelen we geld voor je in, of zorgen we voor bed, bad en brood. We spreken de discriminatie waar jij onder lijdt tegen. Jij kunt van ons op aan! 

Gezamenlijke geloofsenergie

Als we het in de kerk hebben over de ambtsdiscussie, over predikanten, pastores en kerkelijk werkers, dan is dat voor een deel een technische discussie die gaat over arbeidsvoorwaarden, opleiding en de doordenking van een transitie. Dat doet ertoe en dat proberen we zorgvuldig te doen. Maar waar het om gaat is dat we werken aan een gezamenlijke geloofsenergie die versterkend en aanvullend werkt. Dat we vanuit verschillende talenten en soorten roepingen met elkaar een bepaalde energie uitstralen en beleven. Dat we zo ook door elkaar gestimuleerd worden en iets voelen van de gezamenlijke geloofsroeping die ons drijft. Juist als je zo’n dag meemaakt met al die heel verschillende collega’s waar je voelt dat een geloofsvuur ons drijft, krijg je zelf ook iets van die energie mee. 

Annemarie Roding, die met haar team de dag organiseerde, vroeg me of ik een overdenking wilde schrijven. Het ging in die dagen in het leesrooster over de Bergrede en wat het betekent om ‘zout van de aarde’ genoemd te worden. Het kwam voor mij op een wonderlijke manier bij elkaar. De toewijding van Michelle van Tongerloo, het gezamenlijke gevoelen met veel collega’s dat haar bijdrage iets in ons aanvuurt van waaruit wij ook leven en werken, en die schitterende tekst van de Bergrede. Mijn overdenking is onderaan deze brief te lezen.

“Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak.”

Ds. Kees van Ekris

Weerbaarheid

Trouwens, de week daarna was ik te gast bij de Marekerk in De Meern. Collega Annemarie Six-Wienen had een avond georganiseerd over ‘weerbaarheid’. Het is een groot thema voor de overheid: mentaal en praktisch burgerbewustzijn. Wat doen wij als de infrastructuur van energie/elektriciteit, geldstromen en internet gesaboteerd worden en wij als samenleving op zwart gaan? Annemarie had Beatrice de Graaf uitgenodigd, haar broer, burgemeester Jos Wienen, en mij. Zomaar 200 mensen doken op in de kerk en waren benieuwd naar verhalen over wat het betekent om mens te zijn als de nood misschien toeslaat en we elkaar nodig blijken te hebben. Plotseling blijkt de kerk een gemeenschapsruimte te zijn van reflectie en bewustwording. Ook een plek waar iets bewaakt wordt, als het gaat caritas, certitudo en communicatas.  

De avond sloot voor mij aan bij de energie die ik eerder voelde bij de geestelijk verzorgers. Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak. Wij zijn een van de levende gemeenschappen in onze cultuur die leven vanuit een geloofsovertuging, en die stellen we graag beschibaar. Laten we eens samen kijken wat we aan elkaar kunnen hebben, als overheid, als cultuur, als dorp. Later zag ik dat het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, een handreiking heeft opgesteld voor de vragen rond weerbaarheid. Je zou het eens in een kerkenraadsvergadering of tijdens een werkgemeenschap kunnen bespreken. Wat is het eigene van wat wij als kerk in deze tijd vol deining beschikbaar kunnen stellen? 

Ik schrijf je deze collegiale brief in het begin van de vastentijd. Dat is een bevoorrechte tijd in de kerk, vind ik. Elk jaar wordt onze inwijding in het geloofsmysterie van Jezus Christus verdiept, en ontvangen we tijd voor contemplatie en versobering. Ik denk dat de thema’s van toewijding, geloofsenergie en weerbaarheid alles te maken hebben met de geloofsthema’s waaruit wij leven: sterven en opstaan, verzoening, en de weg van de vrede. Hoe dieper deze inwijding, des te meer de vreugde bewaakt wordt in ons leven. En hoe dieper de vreugde, des te bruikbaarder we zijn in een tijd vol schreeuwers. 

Met collegiale groet Kees van Ekris, scriba 

Overdenking bij Matteüs 5,13-16: Jullie zijn het zout 

De Bergrede opent met Jezus die ‘de schare’ ziet. De schare is die grote menigte van mensen die verbonden zijn in hun rafeligheid en hun onbestemde verlangens. Jezus heeft hen op het oog, Hij is een man van de straat. Elke dag heeft Hij wel een ontmoeting met iemand van die schare. Met het oog op hen ‘klimt Hij op een berg’. Dan begint de toespraak die de eeuwen door mensen heeft geïntrigeerd en bezield. Een heel aparte groep mensen, leerlingen, wordt zaliggesproken: zij die treuren, zachtmoedig zijn, hongeren naar gerechtigheid, zij die ontfermers zijn, vredestichters, bereid om te lijden en vervolgd te worden. 

Waarom? Wat is het geheim?  

‘Jullie zijn het zout van de aarde’, zegt Jezus. Boeiende vraag voor vandaag: zie je jezelf als zout op jouw werkplek? Wat wordt ermee bedoeld? Zout heeft in ieder geval drie betekenissen. Het speelt een rol in de theologie van het verbond, van het offer, en het is bederfwerend. ‘Elk offer’, staat in Leviticus 2, ‘zul je zouten met zout, het is het zout van het verbond met je God.’ Jullie zijn zout. Jullie zijn een zichtbaar teken voor de schare van het verbond dat God in Jezus Christus heeft gesloten met deze wereld. Dat teken moet zichtbaar zijn voor de ogen van de mensen. Zonder dat signaal, dat teken, voelt de wereld zich beroofd van verbond en van verbinding. Daarom, denk ik, moeten jullie dicht bij het verdriet blijven, bij de armoede, bij de rafeligheid, bij het onrecht. Daarom moet je vol ontferming zijn, zodat je leven voor deze concrete mensen een signaal is van het verbond en van verbinding. Zie je jezelf als zout op je werkplek? Ben je een signaal, een teken dat mensen zich opgenomen voelen in verbinding met God? 

Zout is ook bederfwerend. Wie zout is, wiens werk, wiens persoonlijkheid, wiens roeping gezouten is, die werkt mee aan het behoud van de wereld. De tijden waarin wij leven hebben een sterke uit elkaar vallende trek. Het bederf zit in de dingen. Mensen worden uit elkaar getrokken, verschillen worden geaccentueerd, hardheid is everywhere. Deze wereld ziet weinig allure in mensen die tijd hebben voor verdriet, voor zachtmoedigheid, voor de wil tot vrede. De wereld lijkt soms geëquipeerd voor brutale, nietsontziende mensen. Er zit iets tirannieks in onze tijd. Een doodsdrift, zei Jacques Ellul.  

Wie belichaamt het signaal van de verbondenheid van God en mensen en van mensen onderling? Jullie, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, jullie zijn het zout van de wereld, jullie gaan het bederf tegen doordat je anders kijkt en denkt en doet. 

Ik las vorige week (ik was grieperig en had behoefte aan een zacht boek) flarden van de biografie van ds. J.H. Gerretsen, een oude hofprediker aan het begin van de vorige eeuw. Hij was een bevlogen theoloog, hij leefde in de sfeer van J.C. Blumhardt, die wonderlijke evangeliegetuige die zowel radicaal sociaal als radicaal evangelisch was. Gerretsen stierf jong, na zeven inktzwarte jaren vol depressie. Zijn zoon schreef over hem: ‘Er was een sfeer van werende liefde om mijn vader heen, wij leefden thuis binnen de kring van de bescherming van mijn vader. De wereld werd een beetje geweerd door hem, en wij voelden de bescherming daarvan in ons gezinsleven.’ 

Zou dat ‘zout’ zijn: mensen van verbinding, mensen die leven vanuit het verbond van God met ons mensen en met de dieren, mensen die de krachten afweren die dat willen vernielen. Wat heb je een bevoorrechte roeping als er ‘werende liefde’ in je is, waardoor mensen zich om jou heen een beetje beschut voelen. 

Op deze bijzondere inspiratiedag voor geestelijk verzorging zijn dat stimulerende gedachten. Hoe werk je mee aan het behoud van deze wereld, aan het bederfwerende? Hoe ben je een geestelijk signaal van verbond en verbinding? Daar hebben we steeds weer inspiratie voor nodig, roeping, anderen ontmoeten waarin je het een beetje ziet en voelt.  

Het valt mij op dat de Bergrede in het meervoud spreekt: een gemeenschap wordt aangesproken. Jullie. En het valt me op dat het om zichtbaarheid gaat: het moet zichtbaar worden wie jullie zijn vanuit Jezus. Jezus wil dat het gezien wordt, dat het ervaarbaar is, dat het de straat op gaat, en dat het belichaamd wordt. Dat past bij een dag als deze. Een grote groep pastores wordt zichtbaar. Kijk om je heen. Je ziet elkaar, en je kunt je aan elkaar optrekken. Als kerk trekken we ons ook aan jullie op. Er is zoveel gaafheid in onze kerk, onder zoveel soorten mensen, maar we gaan er zo gebrekkig mee om. Het lukt zo slecht om die kennis en die kunde te bundelen en te laten stromen. Dit is ook een dag om dat te erkennen, dat jullie in je roeping en in je toewijding te weinig gezien zijn en te weinig erkend. Je zult je vaak alleen voelen en in de steek gelaten. Dit is een dag om dat uit te spreken en om een andere beweging in te zetten. Hoe gaaf zou het zijn als op weg naar een nieuw visiedocument de kennis van de straat, de kennis van tranen, de sensitiviteit naar de tirannie die zich ontwikkelt, doorstromen in het beleid van de kerk? 

Geestelijk verzorgers zijn kenners van de sounds of existence, zij zijn daarbij in de buurt. Zij kunnen dat verwoorden, zij zitten op de huid van de tijd, in de zorg, in de psychiatrie, in de krijgsmacht, in de jeugdzorg. De Bergrede opent met Jezus die de schare ziet. Dat zou het opschrift boven alle kerkelijk beleid moeten zijn: Dit is wat wij zien en wie wij willen zijn met het oog op de schare. 

De inspiratie om ‘mens van de Bergrede’ te willen zijn, en steeds weer te worden, is geen luxe. Wij slijten aan de tijd en daar moet je je niet voor schamen. Het mens-zijn van Jezus in deze tijd zorgt ook voor verwondingen. Je moet zelf ook verzorgd worden door iemand die halthoudt bij jouw tranen of het onrecht dat je verdragen moet.  

De inspiratie waar het vandaag over gaat heeft daarnaast ook iets van een rebellie. Paul Kingsnorth, de activist en de denker die zo verontrust is over onze wereld, over de machine die door de tijd raast, schreef: Rebellion is necessary if we are to remain human at all. We have to construct a border around humanity. Het is keihard werken en rebels nee zeggen om mens te blijven en om menselijkheid te blijven bewaken. Het is rebels om in een tijd van welvaart, haast, haat en zelfgerichtheid te blijven luisteren naar de schreeuw die je hoort, en die schreeuw beleven als een roeping. 

Nijkerk, februari 2026

 lees verder
 
Gratis vakantie voor 100 gezinnen op bijstandsniveau in 2026

Het Vakantiebureau biedt deze vakanties aan in samenwerking met RCN Vakantieparken vanuit de gezamenlijke diaconale opdracht vanuit de Protestantse Kerk in Nederland. Diaconieën en andere maatschappelijke organisaties kunnen van 1 t/m 28 februari 2026 gezinnen aanmelden. Gezinnen kunnen zelf een voorkeursperiode opgeven voor een vakantie in een bungalow, mobil home of safaritent op één van de RCN Parken in Nederland

Hoe werkt het?

  • De diaconie of maatschappelijke organisatie kan samen met het gezin de aanvraag inclusief korte motivatie indienen. 
  • Alleen aanvragen van gezinnen, die nog niet eerder van dit aanbod gebruik hebben gemaakt en jaren niet op vakantie zijn geweest, worden in behandeling genomen.
  • Aanmelden is mogelijk van 1 t/m 28 februari 2026 via de website van Het Vakantiebureau
  • Vanaf half maart informeert Het Vakantiebureau de aanmelders over eventuele plaatsing, te beginnen met plaatsingen in de meivakantie
  • Als er meer aanmeldingen komen dan dat er plaatsen zijn, wordt gekeken naar respectievelijk urgentie en volgorde van binnenkomst. 
  • Het Vakantiebureau vraagt een kleine bijdrage voor de bemiddeling (€ 75,- voor een verblijf van een week of € 35,- voor een weekend). 
  • De actie is geldig voor alle RCN Vakantieparken in Nederland

Vakantiebureau

Het Vakantiebureau organiseert al meer dan 60 jaar vakantieweken in Nederland voor circa 2300 mensen met een zorgbehoefte en eenzame ouderen. Wil je meer informatie over alle mogelijkheden, of als vrijwilliger mee met een vakantieweek? Lees meer op hetvakantiebureau.nl

Lees ook:

Diaconale vakanties: vakantiepret voor duizenden mensen met zorgvraag

 lees verder
 
Ds. Margo Jonker: “We waarderen erkenning voor onze lutherse identiteit”

Als synodepresident is Jonker (1966) voor 20% aangesteld ten behoeve van het werk van de lutherse synode, een landelijke taak. Daarnaast is voor 80% gemeentepredikant in de Evangelisch-Lutherse Gemeente Zwolle. De lutherse synode zet zich in om binnen de Protestantse Kerk in Nederland de lutherse traditie bekend en levend te houden. 

Wat doet een president van de evangelisch-lutherse synode? 

“Samen met vicepresident ds. Willy Metzger zit ik de lutherse synodevergaderingen voor, twee keer per jaar. Wij bereiden de vergaderingen voor en werk dat eruit voortkomt voeren we in overleg uit. Er is een synodale commissie, een soort dagelijks bestuur, die eens per vijf weken bijeenkomt. Het geheel wordt ondersteund door een secretariaat.” 

Hoeveel lutherse gemeenten zijn er? 

“Er zijn momenteel 23 lutherse gemeenten, met bijna allemaal een eigen gebouw. Dat zijn veelal kleine gemeenten met een grote drive en werkkracht om de gemeente levendig te houden. Dat vraagt veel van mensen, het is niet altijd gemakkelijk. Daarnaast heeft de lutherse synode de taak om binnen de Protestantse Kerk de lutherse traditie kenbaar te maken en te bewaren en haar spiritualiteit dienstbaar te maken aan het geheel van de kerk. De lutherse synode heeft een krachtige plek in haar kerkorde.” 

Welke vragen leven er in lutherse gemeenten? 

“Veel gemeenten zeilen in onbekend vaarwater: hoe ga je om met krimp, hoe kunnen we met weinig mensen doen wat nodig is? Het is goed om te weten dat je niet voortdurend zelf het wiel hoeft uit te vinden: je kunt een beroep doen op hulp en deskundigheid vanuit de dienstenorganisatie. Ik denk dat de dienstenorganisatie zich meer bewust wordt van wat er leeft in kleine gemeenten met specifieke vragen. Zeker kleine gemeenten, zoals de lutherse, hebben behoefte aan maatwerk. Lutheranen vinden het fijn als ze herkend en erkend worden in hun lutherse identiteit. Dat geldt overigens voor meer gemeenten met een eigen karakter. Het gaat om iemand die vanuit jouw perspectief meedenkt over wat te doen in jouw specifieke situatie.”  

Wat is er bijzonder aan vragen vanuit lutherse gemeenten?  

“In lutherse gemeenten speelt wat in alle kerkelijke gemeenten speelt: hoe kunnen we kerk zijn in deze tijd, mensen helpen te geloven, te dienen, te leven. Daarnaast zijn lutherse gemeenten meestal klein tot zeer klein, en karakteristiek. Sinds de fusie in 2004 zijn lutherse gemeenten deel van de Protestantse Kerk in Nederland. Er zijn plaatsen waar een lutherse gemeente zelfstandig is blijven bestaan. Op andere plekken gingen lutherse gemeente samen met een protestantse gemeente, zoals in Breda en Almere. Lutherse gemeenten hebben altijd aandacht voor de klassieke liturgie en kerkmuziek. Dat is een gave van de traditie die rust en herkenning geeft, en ruimte biedt aan verdieping en creativiteit.”  

Weten lutherse gemeenten de dienstenorganisatie te vinden? 

“Sommige gemeenten denken er niet direct aan om een vraag te stellen aan de dienstenorganisatie. Ik had dat als gemeentepredikant ook: ‘We lossen het zelf of samen wel op.’ Ik ontdekte dat het fijn is als een complexe vraag overzichtelijk beantwoord wordt door iemand die goed bij informatie kan komen. Gemeenten aarzelen soms om met een vraag bij zo’n grote organisatie aan te kloppen. Ik ben vast niet de enige die afstand ervaart. Ik hoop dat kerken de dienstenorganisatie kunnen vinden. Dat gemeenten geholpen worden met antwoorden op grote en kleine vragen en op maat gegeven adviezen. We waarderen het als er erkenning is voor onze lutherse identiteit.” 

Waarmee hielp de dienstenorganisatie de lutheranen in Zwolle? 

“Wij maakten gebruik van het programma Veilige Kerk dat kerken helpt om een veilige gemeente te zijn. Het biedt een programma dat helpt grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en aan te pakken. Het helpt dat de landelijke organisatie een stap voor is op wat gemeenten moeten doen en dat die informatie beschikbaar is voor lokale gemeenten.” 

 lees verder
 
Luther en het vasten

Het vasten als religieuze praktijk in het vroege christendom is overgenomen en aangepast vanuit de joodse traditie. Maar wat vond Luther er later van en wat zei hij daarover? Ik las een gedeelte uit zijn preek over Matteüs 6,16-18* waarin het volgende staat: "Wanneer jullie vasten, doe dan niet als de huichelaars met hun sombere gezichten, want zij vertrekken hun gezicht om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen."**

Bedrieglijke vorm

Over de praktijken van het vasten in de Rooms-Katholieke Kerk was Luther kritisch. Hoewel de oorspronkelijke bedoelingen goed waren, zag hij dat er in de praktijk van zijn tijd veel misbruik ontstaan was. Het vasten is veel erger geworden, zei hij, dan in de tijd van de joden en de farizeeërs. Zij vastten tenminste nog echt, hoewel zij er wel op uit waren om iedereen te laten zien hoe goed zij dat deden, zoals we ook in de tekst van Matteüs kunnen lezen. Maar wanneer men het vlees laat staan en zich in plaats daarvan vol eet met vis, en vervolgens meent dat dit een goed werk is, was dit volgens Luther niet het juiste vasten. Sterker nog: hij noemde het bedrog, misbruik, een klap in het gezicht van Christus, wanneer mensen op zo'n manier menen boete te doen en absolutie van hun zonden te krijgen.

Matigen is goed

Maar wat is volgens Luther dan wel het juiste vasten? Hij zag daar twee manieren voor. De eerste is, verrassend genoeg, een wereldlijk vasten opgelegd door de burgerlijke overheid. Het zou goed zijn wanneer de overheid de mensen gebiedt om één of twee dagen per week geen vlees te eten, omdat dat goed is voor het land. Een inzicht dat in onze tijd heel langzaam begint te groeien bij mensen; Luther zag het 500 jaar geleden al! En in het verlengde van dit wereldlijke vasten zei hij dat het goed is om af en toe 's avonds niet te veel te eten en te drinken, zich niet vol te proppen, zoals 'wij Duitsers' doen, omdat een beetje matigheid goed is.

Doe het oprecht

De tweede vorm van vasten is wel een christelijke vorm, die het kerkelijk jaar markeert. Een paar dagen vasten voorafgaand aan Pasen, Pinksteren en Kerst maakt ons bewust van de tijd van het jaar waarin we leven en wijst ons zo op de werken van Christus. Luther wees het vasten dus niet volledig af, maar zag er wel degelijk iets goeds in.

Echter: hoe streng iemand ook vast en moet afzien, wanneer de achterliggende bedoeling is om zich erop te beroemen, dan is het vasten niet oprecht. Wanneer je wilt vasten, bedenk dan eerst of je een vroom mens bent en op de juiste manier gelooft en liefhebt. Niet met het vasten zelf, maar met geloven en de naaste liefhebben dienen wij God.

Houd lust en verleiding weg

Echt vasten betekent volgens Luther totaal afzien van eten en drinken, het lichaam kastijden. Maar deze vorm van vasten, zo bekende hij heel eerlijk, kon hij zelf niet volbrengen en wilde hij ook niemand opleggen. Bovendien zei hij zo'n manier van vasten met oprechte bedoelingen nooit te hebben gezien, waaruit duidelijk wordt dat niemand dit kan volbrengen.

Beter is het voor een christen om in matigheid te leven en je lichaam te tuchtigen, niet alleen op bepaalde dagen, maar altijd. De functie van het vasten is om lust en verleiding weg te houden van ons lichaam, zoals het geloof dat voor ons hart doet. Om het leven niet om vreten, zuipen en feesten te laten draaien. Maar wanneer men daarin af en toe zwak blijkt te zijn, dan is er vergeving, zo zegt Luther in deze preek. Gelukkig maar.

*WA 32**Vertaling NBV21

 lees verder
 
Eén beleidsplan voor de Protestantse Kerk

Volgens preses Trijnie Bouw heeft zowel de ambtelijke organisatie als de dienstenorganisatie te maken met een fase van evaluatie, bijsturing en herbezinning. Ze stelt dat daar een gemeenschappelijke bodem voor nodig is: “Die is er wel, maar niet stevig en samenhangend genoeg. Om die reden gaan we met een integraal beleid bezig, als synode en dienstenorganisatie.”

Arie van der Maas zal het project leiden om tot één integraal beleid te komen. Tijdens de vergadering van de generale synode lichtte hij toe dat de al bestaande bronnen voor visie en beleid als bouwstenen zullen dienen. Hierbij valt te denken aan de uitkomsten van het ‘Kerkbreed gesprek’, ‘Duurzaam Luthers’, ‘Lichter op padVerder lezenLichter op pad’, onderzoeken, afzonderlijke beleidsplannen van de classes en de visienota. Het integrale beleidsplan moet in relatie staan tot de onderzoeken waar de begeleidingscommissie opdracht toe geeft en het bijstellingsplan van de dienstenorganisatie.

Er zal uitgebreid ruimte komen voor de visie en inzichten van de scriba, maar ook synodeleden, medewerkers van de dienstenorganisatie, classes, classispredikanten en werkers in de kerk krijgen de mogelijkheid om mee te denken. Interne colleges, gremia en partnerorganisaties zullen om input gevraagd worden en er wordt gekeken op welke manier een ‘blik van buiten’ geborgd kan worden via bijvoorbeeld partnerkerken of de Raad van Kerken.

De bedoeling is dat er tijdens de synodevergadering van april dit jaar meer duidelijkheid komt over het plan van aanpak.

 lees verder
 
Kerkelijk werker krijgt civielrechtelijke positie

In eerste instantie was in 2024 besloten dat deze beroepsgroep binnen de Protestantse Kerk een kerkrechtelijke rechtspositie zou krijgen, maar omdat na uitgebreide externe en interne advisering duidelijk werd dat het eerdere besluit niet goed aansluit bij de praktijk, kwam dit onderwerp opnieuw op de agenda van de synode. 

Wat betekent dit nu concreet? 

Met de keuze voor een civielrechtelijke verankering worden kerkelijk werkers stevig ingebed in de organisatie van de kerk, zonder dat zij daarbij onder het formele kerkelijk arbeidsrecht vallen. Binnen het civielrechtelijk kader wordt wel ruimte gezocht om de positie van kerkelijk werkers te versterken, bijvoorbeeld in arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden.  Aanvullend aan dit besluit heeft de synode ook verdere duidelijkheid gegeven over bevoegdheden en de ambtelijke positie van de kerkelijk werkers na inwerkingtreding van de nieuwe regelingen. Een onderdeel daarvan is dat er voor de kerkelijk werkers nieuwe stijl wordt gewerkt aan een zogenoemd leerconsent: een andere vorm van een preekconsent die geregeld wordt via de opleidingen (in plaats van de classes en commissie preekconsenten).  

De preekconsenten van de huidige kerkelijk werkers blijven, onder bepaalde voorwaarden, van kracht en zullen landelijke geldig worden. Verder behouden kerkelijk werkers die nu zijn bevestigd als ouderling of diaken dit ambt, zolang hun aanstelling bij een gemeente duurt. Later wordt er meer bekend over de definitieve ambtelijke positie van de kerkelijk werker.  

Eerste groep pastores 

Er is in kaart gebracht welke groep kerkelijk werkers logischerwijs als eerste in aanmerking komt voor toelating tot het ambt van predikant-pastor. Dat gaat om kerkelijk werkers en pioniers die reeds langs kerkelijke weg bevoegd zijn het Woord te bedienen (oftewel: preekconsentVerder lezenPreekconsent hebben) én die voor hun huidige werksituatie van het breed moderamen van een classis de zogenoemde predikantsbevoegdheden hebben ontvangen. De bedoeling is dat hiermee voorkomen wordt dat een groep van circa 95 personen opnieuw het hele traject moet doorlopen. 

Erkenning én verlies 

De synode erkent tegelijk dat deze koerswijziging ook iets kost. Waar eerder werd gedacht vanuit een eenheid tussen drie profielen (predikant, predikant-pastor en kerkelijk werker nieuwe stijlVerder lezenFunctieprofielen predikant, pastor en kerkelijk werker gepresenteerd), moet nu toch een andere route qua rechtspositie gekozen worden. Dat kan als verlies voelen voor kerkelijk werkers. De reden dat de synode hier toch voor kiest, is omdat externe risico’s voor zowel werkers als kerk en gemeenten te groot zijn. 

 lees verder
 
Procedure voor kerkordewijzigingen wordt soms iets sneller

In de kerkordeVerder lezenKerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland staat dat voorstellen tot wijzigingen in de ordinanties eerst worden behandeld in eerste lezing. Daarna moeten ze worden voorgelegd aan de kerkenraden via de classicale vergaderingen en de Evangelisch-Lutherse Synode om consideratie te geven. Pas daarna volgt een tweede lezing in de synode waarbij de wijziging definitief kan worden aangenomen.  

Tot nu toe mocht de synode van die tweede stap — het doorlopen van consideratie — alleen afzien als iedereen in de synode het daar unaniem mee eens was. Dat betekende bijvoorbeeld dat één tegenstem al genoeg was om toch naar consideratie en tweede lezing te moeten.  

Met het nieuwe besluit verandert dit: de synode kan voortaan besluiten om zonder consideratie naar tweede lezing te gaan als er niet meer dan drie synodeleden tegen zijn. Met andere woorden: er mogen maximaal drie tegenstemmen zijn bij de vraag om af te zien van consideratie.  

 lees verder
 
Begeleidingscommissie informeert synode over werkcultuuronderzoek 

De begeleidingscommissieVerder lezenOnderzoek naar werksfeer bij dienstenorganisatie Protestantse Kerk  heeft verslag gedaan van haar inzet om een zorgvuldig en transparant proces te borgen rondom het werkcultuuronderzoek. Kort geleden heeft de commissie het onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) uit Utrecht geselecteerdVerder lezenBegeleidingscommissie kiest onderzoeksbureau voor werkcultuuronderzoek dienstenorganisatie vanwege de opgebouwde expertise in cultuur- en veiligheidsonderzoek. Het bureau voert een onderzoek uit naar de werkcultuur en sociale veiligheid binnen de dienstenorganisatie over de periode 2018 – 2025, waarbij ervaringen van (oud-)medewerkers, leidinggevenden, directie en synodale organen worden meegenomen.  

De commissie herhaalde de oproep aan oud-medewerkers van de dienstenorganisatieVerder lezenOproep voor oud-medewerkers dienstenorganisatie 2018-2023 uit de periode 2018 – 2023 om bij te dragen aan het onderzoek. Met deze oproep is de commissie erop gericht een zo breed mogelijk beeld te krijgen van ervaringen binnen verschillende lagen van de organisatie, zodat het onderzoek een gedegen en representatief resultaat kan opleveren.  

De verwachting is dat de onderzoeksresultaten in april 2026 gedeeld zullen worden met de opdrachtgever, zodat de synode daarop kan terugkoppelen en waar nodig vervolgacties bespreken.  

 lees verder
 
Richtlijn Beleggingen aangepast 

Aan het Beleggingsstatuut (voor beleggingen in effecten, deposito’s, participaties en alternatieven) is onder het onderdeel Beheer een nieuwe variant toegevoegd: deelname in een fonds voor gemene rekening. Deze mogelijkheid is uitsluitend bedoeld voor structuren die deel uitmaken van de Protestantse Kerk in Nederland (zie paragraaf 7d, pagina 11). 

Met de gewijzigde richtlijn is tevens een nieuw model Beleggingsstatuut vastgesteld. Dit model dient te worden gebruikt bij beleggingen via de Boaz-fondsenVerder lezenBeleggen - Boaz Beleggingsfondsen. Daarnaast wordt gewezen op de wettelijk verplichte duurzaamheidsinformatie, die onderdeel uitmaakt van verantwoord vermogensbeheer. 

Vier vormen van beheer 

Bij het beheer van beleggingen worden vier varianten onderscheiden: eigen beheer, advies, extern beheer en deelname in een fonds voor gemene rekening. In het beleggingsstatuut wordt vastgelegd welke beheervorm van toepassing is. 

Actueel beleggingsstatuut 

Iedere gemeente, diaconie of protestantse stichting met beleggingen van enige omvang is verplicht een actueel beleggingsstatuut te hebben. Heeft jouw gemeente nog geen beleggingsstatuut ingediend? Doe dit dan alsnog en stuur het ter beoordeling naar het Classicaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB). Ook kan het zijn dat het beleggingsstatuut geactualiseerd moet worden. Zet het daarom tenminste één keer per jaar op de agenda van het college van kerkrentmeesters en/of diakenen.

 lees verder
 
Nieuwe liturgische suggesties: periodeliturgie voor het hele kerkelijk jaar

In de Veertigdagentijd gaat een nieuw project van start: de periodeliturgie. Voor elke periode van het liturgische jaar is er een eenvoudige liturgische lijn beschikbaar die als basis kan dienen voor erediensten.

Praktisch hulpmiddel voor gemeenten

De periodeliturgie is vooral bedoeld voor liturgiecommissies in gemeenten met veel wisselende voorgangers. Door vaste elementen per seizoen te gebruiken, ontstaat er meer continuïteit tussen de verschillende zondagen. Ook kan de periodeliturgie dienen als uitgangspunt wanneer gemeenteleden zelf een eredienst voorbereiden, bijvoorbeeld in combinatie met het Leesrooster+.

Herkenbare liturgie

Naast het leesrooster als rode draad door het kerkelijk jaar, krijgt nu ook de liturgische vorm meer samenhang. Elke periode wordt gekenmerkt door terugkerende elementen zoals een drempelgebed of een acclamatie na de evangelielezing. Zo krijgt elke tijd van het jaar een eigen, herkenbare identiteit voor kerkgangers.

Na de Veertigdagentijd volgen nieuwe periodeliturgieën voor de Paastijd, de zomertijd en alle andere perioden van het kerkelijk jaar.

Onderdeel van Dienstboek Online

De periodeliturgieën zijn te vinden in Dienstboek Online, het digitale liturgische handboek van de Protestantse Kerk in Nederland. Hier staan ze naast andere liturgische middelen zoals orden van dienst, gebeden en orden voor bijzondere gelegenheden.

Ruimte voor eigen invulling

De periodeliturgie is bewust eenvoudig vormgegeven en bedoeld als handreiking. Het materiaal is te combineren met andere bronnen, zoals een projectlied voor de veertigdagentijd. Het is ook mogelijk om losse elementen uit de periodeliturgie te gebruiken die bij de gemeente passen.

De komende jaren wordt gewerkt aan een volledige basis voor alle drie de liturgische jaren (A, B en C), zodat steeds meer liturgisch materiaal beschikbaar komt.

 lees verder
 
Help opvangplekken in Oekraïne warm te houden 

Geef nu

“Wil je ons helpen generatoren te kopen?” Die dringende vraag kreeg Kerk in Actie deze week van UEP, een van de partnerorganisaties in Oekraïne. UEP runt opvangplekken in verschillende steden, waar ouders en kinderen terechtkunnen voor een warme maaltijd, psychologische ondersteuning of simpelweg een veilige plek om even op adem te komen. Maar door aanhoudende stroomuitval dreigen deze plekken nu hun deuren te moeten sluiten. 

Veilige plekken staan onder druk 

“Door voortdurende aanvallen op de energievoorziening in Oekraïne valt de elektriciteit steeds vaker uit”, zegt Daan Verbaan, relatiebeheerder van Kerk in Actie voor Oekraïne. “Verwarming werkt niet meer, keukens kunnen geen maaltijden bereiden en begeleiding komt stil te liggen.” Juist nu de winter op zijn zwaarst is, staan de veilige en warme plekken van UEP onder grote druk. Generatoren zijn hard nodig om de opvangplekken draaiende te houden. Daarmee blijft er warmte, licht en de mogelijkheid om te koken.  

Hulp om verder te leven 

Ook Olena Mychailovna komt met haar kinderen bij zo’n opvangplek. Vanwege het oorlogsgeweld moest ze al meerdere keren op de vlucht. “In de opvang komen mijn kinderen tot rust”, vertelt ze. “Ze praten met andere kinderen, doen activiteiten, zingen, dansen en lachen. Ze voelen zich hier veiliger.” De oorlog heeft hun leven ingrijpend veranderd. “We zijn ons huis, onze zekerheid en onze toekomstplannen kwijt”, zegt Olena. “Maar dankzij de psychologische ondersteuning in deze opvangplek leren we omgaan met wat ons is overkomen. Het helpt ons om verder te leven, stap voor stap.” 

Help mee 

Generatoren helpen om deze opvangplekken draaiende te houden. Maar ook maaltijden en begeleiding blijven nodig om ouders en kinderen op te kunnen vangen. Help mee zodat UEP kan blijven draaien, en ouders en kinderen kunnen blijven komen. Ze hebben al zoveel verloren, dit mag hun niet ook nog worden afgenomen. Wellicht kun je als diaconie een extra collecte organiseren of delen van je reserves. Je kunt jouw gift voor het noodhulpprogramma van Kerk in Actie overmaken via rekeningnummer NL89 ABNA 0457 457 457 o.v.v. 'Opvangplekken Oekraïne', of doneer online via de onderstaande button.

Geef nu

Voor diaconieën: er zijn een collecteafkondiging en kerkbladbericht en een collectesheet beschikbaar om te collecteren voor Oekraïne in je gemeente.

 lees verder
 
Het askruisje op Aswoensdag: inkeer en omkeer

In de vroege kerk waren de veertigdagen (of varianten daarop) de tijd waarin de catechumenen zich voorbereidden op hun doop in de paasnacht en de rest van de gemeente op hun doopgedachtenis. Het was een tijd van  bewustwording van de betekenis van het geloof. Dat karakter heeft de Veertigdagentijd nog steeds. Het is een periode van bezinning op je leven en geloof, van bijbellezen, gebed en (een vorm van) vasten. Dat kan in een kerkelijke gemeente ook samen beleefd worden, bijvoorbeeld met een sobere maaltijd, met vespers of bijbelleesgroepen rond een bijbelboek. Het kan daarom betekenisvol zijn om die periode ook als gemeente in te luiden met een avondviering op de Aswoensdag. 

In de in het Dienstboek gegeven teksten voor de Aswoensdag staan boete- of smeekpsalmen centraal, zoals Psalm 69 of Psalm 57. Inkeer en omkeer zijn dan ook het overheersende thema op deze dag. De inkeer van de gelovige die zich bezint op zichzelf en tegelijkertijd de roep naar God om zich naar de mensen om te keren. De viering kan uitlopen op de ‘oplegging van as’. 

Teken van rouw en boete 

Aswoensdag ontleent zijn naam aan dit liturgische ritueel met as. As symboliseert dat het leven verdwijnt, de mens keert terug tot stof. Dat besef is verbonden met de kwetsbaarheid en relativiteit van een mensenleven. Het kan ook overdrachtelijk worden verstaan: we komen alle goede bedoelingen en geloofswoorden niet altijd na, en dat is letterlijk en figuurlijk zonde. Op deze dag belijden wij extra dat wij als mensen tekortschieten en afhankelijk zijn van Christus. 

Extra bijzonder wordt het als het niet zomaar as is, maar bij voorkeur de as van de palmpasentakken die we het jaar ervoor droegen tijdens de palmpasenviering aan het begin van de Stille Week. Zeker in de katholieke traditie wordt dat in ere gehouden. Het geeft eens te meer weer dat de hoogmoed van het geloof, waarmee Jezus zo enthousiast Jeruzalem werd binnengehaald, op veel momenten faalt. Ook Bijbels is as een teken van rouw en boete; als mensen iets betreuren zitten zij ‘in zak en as’. 

Strooien of bekruisen 

Als de kerkgangers naar voren komen bij het asritueel, waarbij passende muziek kan klinken, kan de voorganger wat as op het hoofd van ieder van hen strooien, een voor een. Een andere vorm is om de as in de vorm van een aan te brengen op het voorhoofd. De voorganger zegt daarbij: ‘Bekeer u en geloof het evangelie’, of: ‘Gedenk dat u stof bent en tot stof zult weerkeren.’ Of een variant daarop: ‘Gedenk, uit stof ben je gemaakt, maar kostbaar in Gods ogen.’ 

De bekruising op het voorhoofd kent zijn directe tegenhanger wanneer in de paaswake, dus als markering van het einde van de veertigdagen, bij de doopgedachtenis het voorhoofd met water bekruist wordt. Daarmee wordt in het mysterie van de opstanding van Christus alle zonde weer schoongewassen: de as verdwijnt met het reinigende water: ‘Wees getekend met het levend water.’ Die twee rituelen houden de Veertigdagentijd samen, als dood en opstanding. 

Tastbaar maken 

In veel protestantse kerken is er schroom om het ritueel van het askruisje uit te voeren, omdat het als ‘katholiek’ wordt gezien. Soms worden er mooie alternatieven bedacht, zoals het voor ieder aansteken van een klein stompkaarsje waar met vingerverf een ‘as’-kruisje op is getekend, dat de hele Veertigdagentijd door gebrand kan worden. Maar als je samen als gemeente over die schroom heenstapt, kan het askruisje een heel zintuiglijk ritueel zijn, dat een essentieel aspect van het geloofsleven, de inkeer en boete en daarmee de menselijke afhankelijkheid van Christus, heel tastbaar maakt. 

In de praktijk

 

“Het askruisje doet veel met mensen”

“Het is in onze kerk sinds 2010 mogelijk om op Aswoensdag een askruisje te halen. Met name jongeren en nieuwe toetreders blijken ontvankelijk voor zo'n ritueel. De viering is een samenwerking met de Nederlands gereformeerde Weteringkerk en de christelijke gereformeerde Amstelkerk. Er is een sobere liturgie. Omdat we in onze kerk geen ritueel met palmtakken kennen, heb ik om aan as te komen eens lucifers verbrand en daar as van gemaakt. Ook heb ik eens as gekregen van een priester toen ik een ochtendgebed van de rooms-katholieke kerk hier in de buurt bijwoonde.Het askruisje doet veel met mensen. Alleen al door de woorden die je erbij uitspreekt: ‘Stof ben je, tot stof zul je weerkeren.’ Dat komt binnen: het geeft het gevoel heel kwetsbaar te zijn, en het kan een confrontatie zijn met je eigen zwakheid in het navolgen van Christus. Het is ook een intiem ritueel: je raakt mensen aan hun hoofd aan. Die nabijheid wordt door velen als troostend ervaren. Soms zeggen mensen: ‘Dit raakt me enorm, ik weet alleen niet waarom.’ Een soort heilzame verwarring.”

Richard Saly, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam 

“Voor het eerst een viering op Aswoensdag” 

“Dit jaar houden we als gemeente voor het eerst een viering op Aswoensdag. Dat is een mix van mijn eigen behoefte en die van anderen. Voor mij voelt het wat plompverloren om de Veertigdagentijd pas te beginnen op de eerste zondag en niet op Aswoensdag. De viering is een Taizéviering waarin ook de traditie van het askruisje een plek krijgt. In de regel komt er een vrij grote groep van 30 tot 40 mensen op de Taizévieringen af. Mensen die gevoelig zijn voor inkeer, verstilling en rituelen. De pastoraal werker in onze gemeente en ik bereiden deze vieringen om beurten voor, met één of twee groepsleden. Kleine rituelen krijgen daarin een plek. Omdat dit al een vaste groep is, voelt het veilig om tijdens de komende Taizéviering op Aswoensdag een ritueel met een askruisje te doen.” 

Marieke Ariesen-Holwerda, predikant van de Protestantse Gemeente Steenwijk

 lees verder
 
Ds. Krijn Hak: “Een kerk die zich aan God vasthoudt, wordt zeker gezegend” 

  • gemeentepredikant in hervormd Groot-Ammers, daarvoor in Lienden en Goudswaard, lid generale synode 
  • opleiding vmbo-timmerman, daarna propedeuse aan de CHE, studie Grieks en Latijn in Kampen, daarna bachelor theologie en master gemeentepredikant in Utrecht 
  • voelt zich verwant aan de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk 

Hoe ervaar je je roeping? 

“Het grootste voorrecht vind ik dat ik kind van God mag zijn. Dat staat voor mij boven alles. Ik had nooit verwacht geroepen te worden tot het ambt, en juist daarom blijft het bijzonder en kwetsbaar om dit werk te mogen doen. Je kunt dit niet uit jezelf doen: je blijft afhankelijk van God en zijn Geest. Die afhankelijkheid kan zwaar zijn, maar draagt me ook. In mijn werk ben ik intensief met de Bijbel bezig, wat soms slopend kan zijn, maar ook veel inspiratie geeft. De overstap van timmerman naar predikant vereiste dat ik van doen naar denken ging, iets wat af en toe nog steeds een uitdaging is. Tegelijk is het bijzonder om in Gods koninkrijk te mogen werken en daarin vertrouwen te ervaren van mensen én van God. Mijn achtergrond in de bouw en het gewone leven neem ik mee in preken, catechese en toerusting; soms hoor je dat zelfs terug in een bouwterm vanaf de kansel.” 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“Een biddende gemeente om me heen en persoonlijk een leven dicht bij God, zodat mijn ‘vaatje’ gevuld blijft met blijdschap en dankbaarheid. Als één van die twee wegvalt, wordt het ambt te zwaar.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Voor mij is het essentieel om te investeren in een persoonlijk geestelijk leven en duidelijk af te bakenen waarvoor ik geroepen ben, zodat ik mijn tijd en energie daar bewust aan kan geven. Het werk vult je hoofd en hart snel, en dat moet weer leeggemaakt worden om ruimte te maken voor nieuwe dingen. Ik maak daarom bewust ruimte voor het gezin, om piano te spelen of om te sporten. De natuur ingaan helpt ook: buiten kan ik makkelijker bidden en alles in Gods handen leggen. Van Jezus heb ik geleerd dat ‘de berg opgaan’ een waardevol ritueel is. 

Daarnaast hebben de lessen die ik als jongere leerde van de vervolgde kerk in China veel invloed gehad op mijn leven. Hun geloof en standvastigheid, zelfs onder grote offers, hebben mij gevormd. Het helpt mij om niet te klagen, maar vol te houden." 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

De verkondiging: preken, toerusten en catechese geven. Ik vind het mooi om anderen te helpen de Bijbel beter te begrijpen, hen tot Jezus te leiden en toe te rusten om Hem trouw te volgen. Jongeren hebben daarbij een grote plek in mijn hart; af en toe spreek ik tijdens jongerenavonden in het land. Dat inspireert me en komt ook het werk in de eigen gemeente ten goede. Het werk vraagt veel studie en voorbereiding, wat soms eenzaam kan zijn. Daarom ben ik dankbaar dat ik regelmatig stagiaires mag begeleiden. Daarnaast biedt mijn werk in de synode een welkome afwisseling.”  

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd? 

“Recent volgde ik de Undefended Preaching-training van de IZB, waarin je veel leert over geestelijk leiderschap. Nu doen we de follow-up, waarin we het boek Dialoog, dans en duel: Preken voor tijdgenoten van ds. Kees van Ekris bespreken. Het is leerzaam en erg waardevol.” 

Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is? 

“Ja, dwars door de storm van de tijdgeest heen merk je Gods werk onder jongere generaties, alsof er een nieuwe golf in hen beweegt. Ze gaan met elkaar op zoek naar God, willen verdieping en antwoorden op hun vragen. Tijdens de belijdeniscatechese behandelen we de Romeinenbrief: een pittige brief, maar ze zuigen het op en willen meer. Het is bijzonder om te zien hoe hun toewijding groeit en hoe ze soms ook hun ouders daarin meenemen. Dat kan niemand anders doen dan Gods Geest.” 

Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan? 

“Sinds kort maak ik in mijn werk gebruik van Logos Bijbelsoftware. Dat geeft me toegang tot veel waardevolle bronnen, onder andere van personen als D.A. Carson, Tim Keller, John Piper en R.C. Sproul. Van hen leer ik veel: ze zijn voor mij een voorbeeld van geestelijke wijsheid en volwassenheid.” 

Is er een bijbeltekst die met je meegaat? 

“Twee belangrijke teksten zijn mijn belijdenistekst, Romeinen 1:16: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft.” en 2 Korintiërs 12:9: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Ik word telkens weer geraakt door de eenvoud en kracht van het evangelie. Sinds mijn ziekte en burn-out in 2014 merk ik dat ik minder energie heb dan ik zou willen. Ik word daardoor geconfronteerd met mijn eigen zwakheid, en tegelijk zie ik keer op keer in de Bijbel dat God juist zwakheid gebruikt.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk? 

“Een opwekking! Dat is volgens mij het antwoord op de vele vragen waar de kerk nu mee wordt geconfronteerd. Uit de geschiedenis blijkt dat de kerk dan van binnenuit wordt gereinigd en bekrachtigd, en gaat doen wat Jezus ons heeft gezegd. Ik kijk ernaar uit dat we ons als kerk vernederen en samen gaan bidden. Een kerk die zich bekeert en zich aan God vasthoudt, zal zeker gezegend worden.” 

 lees verder
 
Ontmoetingen in Israël en Palestina: diepe trauma’s, schrijnend onrecht én geloofsmoed

Kees, je hebt een intensieve reis achter de rug met veel indrukken. Kun je enkele van die indrukken beschrijven? 

“We hebben veel plekken bezocht, en al die plekken hebben hun eigen verhaal. Je voelt steeds diepe pijn en trauma. Als je in Tel Aviv op het station aankomt, zie je een hele grote muur met honderden stickers met foto's van alle jonge mensen die op 7 oktober 2023 vermoord of gegijzeld zijn. Je wordt aangekeken door allemaal jonge mensen die nu dood zijn. Als je daar staat, voel je iets van de impact van die gebeurtenissen - de brute moorden, de gijzelingen - op de samenleving.  

Een tijdje daarvoor waren we op de Westbank en maakten we mee wat voor systematische kleineringen Palestijnse christenen en moslims dagelijks ondergaan. Bij Tent of Nations, de boerderij van de Palestijnse familie Nassar, zagen we hoe Joodse kolonisten steeds dreigender opschuiven richting hun grondgebied. Je voelt de beklemming en de bedreiging.  

We moesten dus steeds pendelen tussen verschillende werkelijkheden. Ik kwam ontregeld terug en dat is goed. We wilden aan den lijve voelen en zien wat de mensen waar we mee verbonden zijn meemaken. Dat leidde ook echt wel tot ontmoetingen met een felle toon. ‘Horen jullie dit wel? En wat doen jullie dan? Laten jullie ons in de steek of zijn jullie bij ons?’” 

Beeld: Tent of Nations.

Wat voor ontmoetingen waren dat bijvoorbeeld? 

“Een Palestijnse christen die we ontmoetten, vertelde hoe 18 familieleden in Gaza waren omgekomen. Een neefje, een oom, de oma van zijn vrouw. Geen Hamas-terroristen, maar allemaal willekeurig gedood. Hij zei: spreek je uit. Je kunt hier wel komen, maar als je terug naar Nederland gaat en je zegt hier niets over, wat is dan de zin van deze ontmoeting? Hóór je ons wel?  

In Tel Aviv hoorde ik óók harde woorden. Joodse stemmen zeggen: wij hebben zó’n grote aanval gehad op ons bestaan, we hebben een hele generatie verwond geraakt zien worden. En waar is jullie erkenning van ons trauma? Waar is jullie betrokkenheid? Zijn jullie alleen maar over of tegen ons aan het debatteren?” 

Wat zeg je als er dat soort harde woorden vallen? 

“Dan zeg je niks, je luistert. Ik heb gesprekken gehad waarin ik het liefst een half uur helemaal niets had gezegd. Soms omdat de verhalen over het geweld en de dood te macaber waren en de emoties te hoog. En soms ook omdat je voelt dat de kritiek terecht is. Dat het onrecht ijzersterk is. Je zwijgt omdat je dingen zou willen veranderen, maar tegelijkertijd voelt dat het onrecht aan de winnende hand lijkt. Je zou dan misschien het liefst allerlei toezeggingen doen. Maar je weet ook dat je middelen soms beperkt zijn, en dat je nog moet gaan zoeken naar de middelen die je wél hebt. Daar kun je op dat moment voorzichtig iets over zeggen, maar dat lost de directe angst en de directe dreiging niet op. Je moet je op zo’n moment geen verkeerde heldhaftigheid aanmeten.” Beeld: de op 7 oktober 2023 zwaargetroffen kibboets Be'eri.

Al die pijn, al die trauma’s, maakt dat niet hopeloos? 

“Al deze verhalen kunnen de indruk wekken dat we vooral duistere dofheid zagen en hoorden. Maar ik heb ook geloofsallure gezien. Ik heb in twee weken lessen in moed, vastberadenheid en geloof geleerd, die me vormen. 

Een van de plekken die veel indruk op me heeft gemaakt, is het Rossing Center, dat zich met het programma ‘Healing Hatred’ inzet voor dialoog, gerechtigheid en vrede. De leiding van dat instituut bestaat uit een Palestijnse christen, een Joodse vrouw en een moslim. Zij vertelden hoe keihard werken het soms is om elkaar vast te houden. Hoe het zomaar kan gebeuren dat ze elkaar niet begrijpen en elkaar pijn doen. Sarah Bernstein, de Joodse directeur, vertelde hoe ze aan haar Palestijnse collega had gevraagd om zich uit te spreken over 7 oktober. Die Palestijnse collega was daardoor beledigd, omdat ze dacht: ‘Hoe durf je te denken dat ik dit goed vind?’ Maar Sarah kreeg de indruk dat ze zich niet wilde uitspreken. Daardoor ontstond grote spanning en verwijdering. Gaandeweg kwamen ze erachter wat er precies bij hen gebeurde, en konden ze erover praten. Maar het bleef een onderwerp dat grote spanning oproept, en ze nodigden ons uit om die emotie te voelen en te beleven. Tegelijkertijd zeggen ze: ja, het is moeilijk, maar het ís mogelijk om samen te leven. Wij bewijzen het. 

In traumasituaties is er vaak geen ruimte voor het trauma van de ander. Omdat het eigen trauma zo ontzettend groot is. Maar de groten kunnen dat wel. Die kunnen het trauma onder ogen zien én verder komen. Ik heb leiderschap gezien. Moedige Joodse én Palestijnse stemmen die zich uitspreken over onrecht én met elkaar verder willen.” 

Beeld: gesprek in het Rossing Center.

Je gebruikt een aantal keer het woord ‘moed’. 

“Ik ben op zoek naar taal die recht doet aan de beleving van de afgelopen weken. ‘Moed’ en ‘hoop’ zijn eigenlijk te vlakke woorden voor wat ik bij veel mensen heb gezien. Het gaat om een sterk verzet tegen alle krachten en machten die willen vergiftigen. Een vastberadenheid om de dingen niet verder stuk te willen laten maken. 

We hebben het tijdens de reis veel gehad over het thema ‘complexiteit’. Rabbijn Nathan Lopez Cadozo zei: ‘Simplicity won't hold.’ Je zult complexiteit moeten aangaan, daardoorheen zien te komen, wil je met elkaar verder komen. Simpele ideologische slogans over Palestijnen of Joden, over het land en het samenleven, doen geen recht aan de complexe werkelijkheid. Zowel de Israëli als de Palestijnen hebben een diepe band met het land en met de geschiedenis ervan. De grote opdracht voor iedereen die bij dit conflict betrokken is, is om zo in het land te leven dat de ander veilig is. Vaak zag ik hoe juist geloof een bron en motivatie is om recht, gemeenschap en vreugde met en voor elkaar te zoeken. Je geestelijke bronnen doen ertoe.” 

Over welke geestelijke bronnen heb je het dan?

“In zowel christendom, islam als jodendom zitten de aanzetten tot recht. We hebben met rabbijnen gesproken over de Profeten, waarin het bezit van land altijd voorwaardelijk is. Het gaat gepaard met de opdracht om te leven vanuit de geboden. Om recht te doen, om ruimte te geven aan de arme, de weduwe, de wees, de vijand. In de verschillende religieuze bronnen liggen meer aanzetten tot toenadering en menselijkheid dan in ideologisch-politieke stellingnames, zei rabbijn Cardozo. Het gaat dan om de geestelijke betekenis van het land: waarom we hier leven, hoe we met God en met elkaar kunnen leven.”  

Binnen de Protestantse Kerk leven hele sterke gevoelens rond de situatie in het Midden-Oosten. Heb je door de reis nieuwe gedachten opgedaan over hoe de kerk zich tot deze situatie zou moeten verhouden? 

“In Jeruzalem heb je op de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem een bijzonder café, dat gerund wordt door een Joodse vrouw en een Palestijnse vrouw. Mensen ontmoeten elkaar, er wordt allerlei soorten muziek gemaakt. Zij hebben op die plek een ‘brave space’ gecreëerd. Een plek waar alle stemmen zich kunnen uitspreken, in alle heftigheid, maar waar ook wordt gevochten om elkaar vast te houden. Dát zijn de plekken die indruk maken en die toekomst hebben.  

Het DNA van de Protestantse Kerk lijkt daar een beetje op. Wij zijn verbonden met het volk Israël, én we zijn verbonden met de Palestijnse kerk, en in die kerk met het Palestijnse volk. Als je dan met elkaar een ‘brave space’ probeert te zijn, de meerstemmigheid probeert vorm te geven, recht en onrecht benoemt in heel die rafelige werkelijkheid, actie onderneemt, bidt en zoekt naar de waarheid van de ander, die je ook kan ontregelen, dan werk je mee aan de opgave om hier samen uit te zien komen. Ik geloof dat dát onze opdracht is, om vanuit dat DNA te spreken. Er zijn ook andere stemmen, met een ander DNA. Maar dit is onze stem.  

Ik heb het gevoel dat we het commitment naar de Palestijnse kerk en naar het Joodse volk opnieuw moeten ijken, moeten verdiepen. Dat commitment is er al, het staat in onze kerkorde. Maar we hebben met zowel de Palestijnse kerk als het Joodse volk een geestelijke, historische en existentiële band door Jezus Christus, onze Heer. Dat schept in deze tijden van oorlog en gevaar een verplichting.” 

Beeld: ds. Kees van Ekris en Sarah Bernstein.

Ondanks de heftige verhalen, lijk je ook bemoedigd door alle ontmoetingen. 

“Ik voel me bevoorrecht dat ik in de buurt mocht zijn van al deze moedige mensen. Sarah Bernstein, de Joodse directeur van het Rossing Center, zei tegen ons: ‘Hoop is niet het vertrekpunt, want heel vaak voel ik helemaal geen hoop. Maar hoop is de vrucht van woede en moed. Van de woede over het onrecht dat er is, en van de moed om elke dag weer jezelf te dwingen om het werk van de vrede te doen. Hoop is de vrucht van die twee. Dat is niet iets passiefs, maar iets dat je moet dóen.’  

De haat, de vervreemding, het niet in staat zijn om vrede te stichten, dat speelt hier ook. Maar ik heb tijdens deze reis ook de kracht van geloof gezien, de kracht van de kerk. De wil tot vrede, de wil tot recht, de wil tot vreugde. De wil om elkaar vast te houden. Laten we daar ook in Nederland de moed voor opbrengen."

Lees ook:

Van Utrecht naar Jeruzalem: hoe Wilma en Geert werken aan verbinding in Israël en Palestina

 

Video's van de reis

Op YouTube vind je een aantal korte video's met een impressie van de reis. Je ziet er onder andere een korte indruk van het bezoek aan de kibboets Be'eri:

 lees verder
 
Ds. Giel Schormans: "Het beroepingswerk is een uitdagende puzzel”

Er gaat vrijwel geen dag voorbij of Giel Schormans belt, streamt of mailt met een plaatselijke gemeente, op zoek naar een nieuwe predikant. Of andersom: met een predikant die een andere gemeente zoekt. Schormans is predikant voor het beroepingswerk binnen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk. 

Wanneer zoekt een plaatselijke gemeente contact? 

“Als ze vacant zijn en zoeken naar een nieuwe predikant. Wij helpen daar op verschillende manieren bij. Bijvoorbeeld met materiaal voor beroepingscommissies, zoals het online stappenplan voor het beroepingswerk. Ook denken mijn collega Marcel Zijlstra en ik tijdens de procedure mee met gemeenten en predikanten, en adviseren we langdurig vacante gemeenten, waar het niet lukt om een predikant te vinden.”

Lijst met namen

“Jaarlijks krijgen wij ongeveer 300 aanvragen voor advieslijsten.  Kerkenraden van vacante gemeenten zijn volgens de kerkorde verplicht om zo’n advieslijst aan te vragen. Van veel predikanten weten wij, door gesprekken of online via het extranet, of ze openstaan voor een beroep. Op basis van de profielschetsen van de nieuwe predikant en de gemeente maken wij een lijst met 10 tot 15 namen van mogelijke kandidaten. Dat zijn predikanten die zouden kunnen passen bij het profiel, bij de gemeente, het aantal beschikbare uren en de regio.”  

Zo eenvoudig is het? 

“Het beroepingswerk wordt complexer. Predikanten kopen vaker een huis en zijn daardoor gebonden aan de regio waar ze wonen. Je hebt te maken met het werk van een eventuele partner, de schoolcarrière van kinderen, mantelzorg voor ouders, familie en vrienden. En ook met parttime aanstellingen en lange beroepingsprocedures. Dat maakt het voor gemeenten lastig om iemand te vinden. Voor ons is het een uitdagende puzzel om te ontdekken wie waar het beste zou passen.”  

Ben je zelf betrokken bij een lokale gemeente? 

“Ik ben meelevend lid van de Martini-wijkgemeente in de Oude Kerk van Voorburg. Ik was daar 7 jaar predikant, samen met mijn vrouw Leneke Marchand. Zij is daar nog gemeentepredikant. Op zondag preek ik regelmatig door het hele land, ook om gemeenten te leren kennen.” 

Helpt het dat je zelf predikant bent? 

“Ik weet wat het werk inhoudt en ken het ambt van binnenuit. Daardoor voer ik gemakkelijker gesprekken met predikanten en proponenten. En ik ken de kerk van binnenuit, waardoor ik bijvoorbeeld profielschetsen beter kan lezen. Beroepingswerk is veel meer dan praktisch personeelswerk. Er is ook sprake van een geestelijke dimensie en een theologische visie.”  

Neem je ervaringen van gemeenten mee in je dienstverlening? 

“Veel gemeenten merken dat er minder wordt gereageerd op advertenties. Wij denken mee: hoe kan het anders? Wat niet helpt, is dat vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) het Jaarboek niet meer verschijnt. Wij hopen dit jaar een onlineversieVerder lezenE-jaarboek in aantocht. Predikant, check je persoonsgegevens in extranet! uit te brengen binnen het digitale portaal van de Protestantse Kerk.  Vaak zijn de profielschetsen te algemeen, zoals: ‘Wij willen dat de predikant de Bijbel uitlegt in begrijpelijke taal met actualisering naar het heden.’ Met ons materiaal helpen we gemeenten hierover een gesprek te voeren en daarin preciezer te zijn.”  

Heb je een recent voorbeeld van een geslaagd advies? 

“Een oudere predikant wilde graag naar een andere gemeente, maar was vanwege een eigen huis gebonden aan zijn woonplaats. Ik noemde zijn naam als optie bij een beroepingscommissie. Voorwaarde was dat zij accepteerden dat hij niet woont in de plaats waar hij werkt. Er volgde een geslaagd beroep: gemeente blij, predikant blij.  

Door het groeiende predikantentekort zal het vaker voorkomen dat een predikant niet woont in de plaats waar hij of zij werkt. Met een werkruimte in of bij de kerk en gelegenheid ergens te overnachten werkt dat prima. ” 

Ik kom weleens in gemeenten waar het vacant-zijn prima bevalt … 

“Dat is mooi, want het tekort aan predikanten zal steeds voelbaarder worden. In Friesland is een groot deel van de gemeenten vacant. In Groningen en Drenthe is in 2028 twee derde van alle gemeenten vacant. Wij gaan naar de situatie toe waar je niet langer voor elke gemeente een predikant vindt. Dan komen andere vormen van gemeente-zijn in beeld, zoals intensieve samenwerking en lekenpredikers.” 

 lees verder
 
Brief van de preses - Collegialiteit

Beste collega’s, 

In deze eerste maand van het nieuwe jaar wil ik jullie, mede namens scriba Kees van Ekris en de andere moderamenleden, zegen en alle goeds toewensen. Het hart van onze kerk klopt in lokale gemeenschappen, en jullie zijn daar te vinden. Prachtig werk, veelzijdig, en het doet ertoe. Dus hopelijk werken jullie met vreugde. Maar we weten dat dat niet altijd het geval is. Soms is het best een eenzaam avontuur, terwijl juist dan collegiaal optrekken fijn zou zijn.  

Collegialiteit, wat is dat eigenlijk? Dat je met elkaar kunt lezen en schrijven, elkaar aanvoelt en met plezier samen optrekt? Dat je in alle veiligheid van gedachten kunt wisselen over waar je tegenaan loopt in de met ons werk gegeven spanning tussen vrijheid en verantwoording afleggen, tussen roeping en professie?  

Bedreigingen collegialiteit

Zo’n soort collegialiteit is een groot goed. Maar in ons werk spreekt dat niet vanzelf en gaat dat niet vanzelf. Er is het nodige dat collegialiteit bedreigt. Verschil in theologische visie, verschil in positie, verschil in werkzaamheden, verschil in soort gemeente, verschil in populariteit, verschil in werkdruk en werklast, verschil in omgaan met de balans tussen werk en privé, verschil in prioriteitstelling, verschil in opvatting over politiek-maatschappelijke kwesties, verschil in persoonlijkheid. En zo kan ik nog wel even doorgaan. En als optrekken met collega’s meer kost dan geeft, is erin investeren nou niet bepaald voor de hand liggend.  

Maar als je het geheel van het leven en werken van de kerk overziet, is samen optrekken steeds meer wenselijk en zelfs noodzakelijk. De kerkelijke werkelijkheid en praktijk verandert, en verandert snel. De krimp zet onmiskenbaar door. Gemeenten worden opgeheven of gaan samen. De komende jaren gaan naar verhouding veel predikanten met emeritaat en zal het gebrek aan voorgangers toenemen. Naast de predikant wordt ruimte gemaakt voor de pastor en zal ook de kerkelijk werker een meer volwaardige plaats krijgen. Pioniersplekken en categoriaal pastoraat hebben hun eigen dynamiek, waarbij de verbinding met de rest van de kerk soms node wordt gemist. Het karakter en de vitaliteit van (semi)lokale gemeenschappen zullen steeds uiteenlopender worden. En de bestuurskracht van ambtsdragers en andere kerkleden wordt kwetsbaarder, terwijl de vraagstukken groter worden. De ongelijktijdigheid in al deze ontwikkelingen is behoorlijk groot, ik weet het. En toch, het geheel overziend: samen optrekken zal meer dan ooit nodig zijn. 

Collegialiteit als houding

Hierboven schetste ik een ideaalplaatje van collegialiteit en noemde ik verschillen als bedreiging. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Is collegialiteit niet juist een houding die je beoefent te midden van alle verschillen? Dat je de ander respecteert in eigenheid en eigen positie, en tegelijk weet van een gezamenlijk doel en gezamenlijke roeping. Dat je weet dat je niet elkaars vrienden hoeft te zijn om toch samen te kunnen werken. Dat je daarom niet óver die ander, maar mét die ander praat als iets je dwars zit. Dat je elkaar geen vliegen afvangt en niet voor het blok zet, maar elkaar wat gunt en toevertrouwt. Vertrouwen is voor mij persoonlijk sowieso een kernwoord als het gaat om collegialiteit. 

Collegialiteit. Dit moderne begrip klinkt weinig theologisch. Toch klinkt hier voor mij wel degelijk een Bijbelse grondhouding in door. Want hangt elke gemeente, elke geloofsgemeenschap er niet van aan elkaar? Of je nou bezoldigd of onbezoldigd je werk doet, met of zonder opleiding, met of zonder ambt. Zijn we als leden van het ene lichaam van Christus niet allemaal op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk? Zijn we net als de discipelen per definitie niet als enkeling maar in collegialiteit geroepen?  

Collegialiteit, soms gaat het vanzelf, soms is het hard werken. Van harte hoop ik dat juist je ambt, je roeping, hoe jij die ook in geloof verwoordt, je mag aansporen en bemoedigen om collegialiteit nooit te idealiseren, maar wel altijd te beoefenen. Geholpen door de Geest met een geest van licht en lichtvoetigheid.  

In Christus collegiaal verbonden, 

Trijnie Bouw

 lees verder
 
Geestelijk verzorger Egbertina: “Wanneer werkt Gods geest in gesprek?”  

  • geestelijk verzorger ouderenzorg bij Viattence in Epe en Heerde   
  • studie Theologie in Kampen 
  • verdiepende opleiding om mensen te begeleiden bij rouw, en een opleiding over prikkelverwerking bij ouderen en mensen met dementie  

 Hoe ervaar je je roeping? 

“Tijdens mijn studie wilde ik de kerk in en de preekstoel op, maar een docent dacht dat ik beter op mijn plek zou zijn in een instelling. Mijn eerste stage, in het Martiniziekenhuis in Groningen, was fantastisch. Toen ik meeging naar een zitting van de medisch-ethische toetsingscommissie ontdekte ik hoeveel betekenis je kunt hebben als geestelijk verzorger: je hebt een stem, geestelijke verzorging is niet ‘iets erbij’. Ik voel me geroepen om de mensen die bij ons verblijven een luisterend oor en een warm hart te bieden, niet om het evangelie te verspreiden." 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“Vooral de mensen om me heen: de bewoners en de zorgcollega’s. Ik heb er behoefte aan om samen met collega’s ervaringen te delen en casussen te bespreken. Geen eilandjes vormen, weten dat we het samen doen. Daarom probeer ik altijd zichtbaar en benaderbaar te zijn.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Het is nog nooit gebeurd, maar ik heb wel momenten gehad waarop ik naar mezelf aan het kijken was terwijl ik aan het werk was, het gevoel dat ik zelf niet meekwam. Ik heb de neiging om alles te willen doen, maar dat kan niet. Het heeft me geholpen om er met een psycholoog over te spreken. Die leerde me om me meer te beperken tot de taken die echt bij me horen. Ik ben daar trouwens nog steeds niet zo goed in, ik word ook ongelukkig als ik bepaalde dingen niet meer zou doen.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

"Het werk in de woongroepen: de gesprekken met bewoners en zorgverleners. Laatst besprak ik met een zorgcollega dat ik zo graag zou willen weten wat er omgaat in het hoofd van een man met jeugddementie, zodat we hem echt kunnen helpen. Zij voelde precies hetzelfde. Het deed me goed om te horen dat iemand die altijd maar aan het rennen is er net zo in staat, dat was voor mij een geluksmomentje.” 

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd? 

“De opleiding ‘Sensorische informatieverwerking bij dementie’: hoe prikkels binnenkomen bij en verwerkt worden door mensen met dementie. Sinds die opleiding zie ik nog meer aan de bewoners, aan hun houding – of ze angstig zijn bijvoorbeeld.” 

Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is? 

“Op een dag was er een moment dat ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen? Een van de bewoners kwam voorbij, pakte me bij mijn middel en zette me letterlijk neer bij een groep vrouwelijke bewoners. Ik grapte: ‘Ik ben hier afgeleverd, mag ik erbij zitten?’ We hadden prachtige gesprekken, het voelde alsof het geleid werd. Ik ervaar dat vaker wanneer ik verbinding tot stand kan brengen tussen mensen, en zelf ook die verbinding aanga.” 

Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan? 

“Het boek ‘Zeg ja bij dementie’ van Freya Flach en Hanneke van de Pol. Een eye-opener. We proberen mensen met dementie vaak te corrigeren. Dat werkt niet: ze schamen zich en hebben het gevoel dat ze dingen niet goed doen. Dit boek laat zien hoe je mee kunt gaan in hun beleving. Dat levert minder frustratie op, en meer grip op wat ze doormaken.” 

Is er een bijbeltekst die met je meegaat? 

“In deze tijd van het jaar schiet me vaak deze zin te binnen: ‘En Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ Ik bewaar al deze mensen en verhalen in mijn hart. De Bijbel is een boek over liefde: dat is de rode draad, dat wordt van ons gevraagd. Als je bereid bent de wereld met liefde tegemoet te treden, dan doe je het goed.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk? 

“Mijn droom is dat alle kerkgenootschappen en modaliteiten samenkomen in één kerk. Dat alle muren wegvallen en we het samen doen. Daarnaast pleit ik ervoor dat kerken naast de zondagse vieringen andere momenten van openstelling hebben. Ik houd van kerken die de hele week open zijn, waar je naar binnen kunt om een kaarsje te branden maar ook om koffie te drinken en een spelletje te doen. De kerk als vrijplaats voor iedereen.”

 lees verder