Dienstenorganisatie start met ‘uitzenddominee’

Het werkt min of meer op dezelfde wijze als een uitzendbureau: voor de gemeente is een geschikte en ervaren kracht direct beschikbaar. Voor de predikant betekent het detachering naar een passende gemeente en op den duur een vaste aanstelling als ambulant predikant. Ook voor predikanten die flexibel beschikbaar zijn is er de mogelijkheid om als ambulant predikant ingezet te worden.

Gezocht: Ambulant predikant

De synode besloot hiertoe afgelopen november in het kader van bevordering van mobiliteit van predikanten en tegelijkertijd het ontzorgen van gemeenten bij het vinden en aanstellen van een predikant voor vervangingswerkzaamheden. De mobiliteitspool werkte het plan uit en zal allereerst de volgende vraag neerleggen bij predikanten: is het ambulant predikantschap iets voor u? Voor predikanten die parttime werkzaam zijn in een gemeente, in andere sectoren of in zorgtaken kan het ambulant predikantschap interessant  zijn. Van deze predikanten wordt verwacht dat ze flexibel zijn, zich snel thuis kunnen voelen in een gemeente maar ook weer afscheid kunnen nemen. Dit vraagt een ambtsopvatting die niet exclusief die gemeente betreft maar de kerk als geheel.

De ambulant predikant komt parttime in dienst van de dienstenorganisatie en wordt beroepen door de generale synode. De ambulant predikant moet niet verward worden met de interim-predikant die ook op tijdelijke basis gedetacheerd wordt vanuit de mobiliteitspool naar een gemeente. De interim-predikant is er echter niet voor het reguliere vervangingswerk maar voor de gemeente waar ‘huiswerk’ te doen is: bezinning op de toekomst, een veranderingsproces of het omgaan met een crisissituatie.

Voor gemeenten

Heeft uw gemeente interesse in een ambulant predikant? De mobiliteitspool informeert u graag over de werkwijze. Met ingang van september 2019 zullen de eerste ambulant predikanten beschikbaar zijn.

Voor predikanten

Is het ambulant predikantschap iets voor u? De mobiliteitspool komt graag in contact met predikanten die deze mogelijkheid willen verkennen. Als u interesse hebt in het ambulant predikantschap kunt u contact opnemen met de mobiliteitspool.

Meer informatie en contact

Gemeenten en predikanten kunnen contact opnemen met de mobiliteitspool via arbeidsbemiddeling@protestantsekerk.nl of bellen naar 030 - 880 15 05.

 »lees verder»

 

Welke gemeente wil een antependium en stola maken voor pinksterviering op televisie?

In samenwerking met de KRO-NCRV zendt de Protestantse Kerk in het pinksterweekend een pinksterviering uit op televisie. De viering komt vanuit de Broerekerk in Bolsward.

In de viering zullen zeven elementen worden verwerkt die aangeleverd worden door zeven gemeenten uit het land. Denk bijvoorbeeld aan de paaskaars of een koor. De gemeenten die een bijdrage aan de viering leveren, worden in de weken voorafgaand aan de pinksterviering gevolgd in het tv-programma Met Hart en Ziel.

Het zevende element bestaat uit het antependium en de stola. Het antependium komt te hangen in het liturgische centrum van de Broerekerk in Bolsward. De stola wordt gedragen door voorganger ds. René de Reuver. Het gewenste formaat van het antependium is 1 bij 2,5 meter.

Het antependium en de stola moeten uiteraard liturgisch passen bij Pinksteren. Welke gemeente (behorend tot de Protestantse Kerk in Nederland) wil deze maken?

Geef via dit formulier uw interesse en uw motivatie aan. De redactie van het tv-programma kiest, in samenwerking met de dienstenorganisatie, de gemeente die het antependium en de stola voor deze viering mag maken. Als uw gemeente gekozen wordt, betekent het dus ook dat het maakproces in beeld komt in één van de uitzendingen van Met Hart en Ziel in de weken tussen Pasen en Pinksteren.

Vul onderstaand formulier in vóór maandag 15 april. Op maandag 15 april 2019 wordt bekendgemaakt welke gemeente het antependium en de stola mag maken. U heeft dan nog acht weken de tijd om dit te doen.

[shortcode type="formstack" id="pinksteropdracht"]
 »lees verder»

 

Poerim: het kwaad heeft niet het laatste woord

Op woensdagavond 20 maart ben ik van plan om Poerim mee te vieren in de synagoge in Middelburg. Poerim valt dit jaar op 20 en 21 maart. Het boek Ester zal dan centraal staan. In de afgelopen tijd heb ik in mijn eigen gemeente te Oost-Souburg gedeelten uit het verhaal van Ester gelezen, want dat stond op het leesrooster van Kind op Zondag.

Het boek Ester is een oud verhaal dat telkens weer actueel is: het gaat over Joodse identiteit in een vijandige wereld, over jodenhaat en uitroeiing, en over het overleven van het Joodse volk. Het verhaal roept tal van vragen op: over misbruik van macht door hoge heren, over seksueel misbruik, over rechten van vrouwen, over het recht je te verdedigen, over hoe om te gaan met het veelkoppige monster van jodenhaat.

Het is een verhaal, met veel humor geschreven, maar tegelijkertijd ook met bittere ernst. Een uitgebalanceerde combinatie van satire en aanklacht, van komedie en tragedie. Het verhaal laat je nadenken over het mechanisme dat er eerst een enkele zondebok wordt gezocht, Mordechai, en dan krijgt een heel volk, het Joodse volk, de volle lading. Helaas nog steeds actueel.

Hoe wordt dit verhaal gelezen in de Joodse gemeenschap? Ik vroeg het enkele rabbijnen: twee rabbijnen die zijn aangesloten bij het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom en de opperrabbijn van het IPOR (Interprovinciaal Opperrabbinaat). Een waaier aan betekenissen kreeg ik terug.

Corrie Zeidler: Neem zelf je lot in handen en laat een verborgen kant van jezelf zien

"Poerim is voor mij het feest waarin niets lijkt wat het is, waarin de daders het slachtoffer worden en de slachtoffers overwinnen, waarin juist door de 'verborgenheid' van de Eeuwige, de mens zelf zijn lot in handen moet nemen om het slechte tij te keren.
Het is ook het feest waarvoor 2 van de 4 specifiek voor dit feest mitswot [geboden] gaan over geven en delen: het sturen van lekkernijen naar vrienden en het geven van giften aan de armen. Onze vreugde kan pas compleet zijn als we ook anderen verblijden.
En tot slot is Poerim het feest waarin we ons kunnen verbeelden iemand anders te zijn, al is het maar voor één dag in het jaar. Door ons te verkleden en een masker op te doen, durven we misschien een kant van onszelf te laten zien die we anders verborgen houden."

Binyomin Jacobs, opperrabbijn: Diplomatie of bidden? Volg zowel de Esther- als de Mordechaimethode

"In de Rol van Esther, het laatste deel van Tenach – de Heilige Geschriften - staat de overwinning over het kwaad centraal. De snode Haman wilde het Joodse volk uitroeien. Door de eeuwen heen, en ook heden ten dage, leven er dit soort Hamannen die onder het mom van x, y of z menen dat Joden geen bestaansrecht hebben. X kan zijn dat Joden het verkeerde geloof aanhangen. Y kan zijn dat de Joden het verkeerde ras hebben. En z kan zomaar de z van zionisme zijn ... Hoe daarmee om te gaan? Terugtrekken in gebed of juist ten strijde trekken met wapengeweld? De Rol van Esther toont ons de Esther-methode en de Mordechaj-benadering. Mordechaj, de neef van Esther, was de geestelijk leider van het Joodse volk. Hij riep op tot gebed, bestudering van onze Heilige Boeken, het dienen van de Eeuwige verbeteren. Esther had een andere aanpak. Zij bewandelde de diplomatieke weg, de voor de hand liggende benadering om het Joodse volk te redden. Wie van beiden had gelijk? Altijd, door de eeuwen heen, moeten oorlogen gestreden worden met wapens en diplomatie, maar tegelijkertijd moeten wij beseffen dat de uiteindelijke overwinning Boven wordt besloten. Wat geldt voor het Joodse volk als geheel, geldt voor ieder individu. Het leven kent vele oorlogen, valkuilen, beproevingen.
Een zieke moet naar de dokter gaan, maar tegelijkertijd bidden tot de Allerhoogste om genezing. Ook als we ziek van geest zijn, te veel toegeven aan kwade neigingen en verleidingen, moeten we op twee fronten de oorlog voeren: op het Esther- en op het Mordechaj-front. En als we dat naar behoren doen, wordt er overwonnen en zal er echte simcha en intense vreugde zijn vanwege de overwinning van het goed, Mordechaj, over het kwaad, de snode Haman."

Marianne van Praag: G’ds verborgen aanwezigheid keert ons leven ten goede

"Wat Poerim voor mij betekent? Nergens in het boek Esther komt de naam van G’d voor. Althans, dat denkt men. In werkelijkheid is het verhaal doordrenkt van de Goddelijke aanwezigheid. De Hebreeuwse naam Esther betekent in het Nederlands: 'Ik die verborgen ben'. ‘Esther’ is taalkundig verwant aan het Hebreeuwse ‘nistar’, dat ‘verbergen’ betekent. In het boek Esther staat ‘nistar’ voor het verborgene. Op het meest kritieke moment in het verhaal wordt een lot (een ‘poer’, meervoud: ‘poerim’) getrokken. Vandaar de naam van het feest: Poerim, of Lotenfeest. Het lot staat symbool voor het toeval. Voor ieder van ons geldt, dat het lot dat wij in het leven 'toevallig' trekken bepalend is voor onze toekomst. Zo ook in het boek Esther. Zij kan haar joodse afkomst niet langer verbergen en wat het noodlot lijkt te zijn, wordt de redding van de joodse bevolking. Voor wie in G’d gelooft is ‘toeval’ geen toeval maar: wat ons toevalt. Soms is dat, anders dan het zich aanvankelijk laat aanzien, de oplossing of zelfs de redding. Is dit niet het verhaal van ieder van ons? Vaak is de goddelijke aanwezigheid voor ons verborgen en voelen we deze niet, maar gebeurt ‘toevallig’ iets waardoor het leven zich ten goede keert. Hoe verborgen kan Hij zijn?"

Ik wens de Joodse gemeenschap in Nederland alle vreugde en recht van leven, samen met anderen van goede wil. Poerim maakt me duidelijk dat er een opdracht ligt voor de samenleving als geheel en ook voor de kerken: om je stem te laten horen en op te staan daar waar jodenhaat de Hamankop opsteekt.  Als ik vanavond in de sjoel ben, vier ik mee dat het kwaad niet het laatste woord heeft.

Ds. Eeuwout Klootwijk werkt voor Kerk en Israël / joods-christelijke relaties

 »lees verder»

 

Een bezoek aan de landelijke pastorale dag: “Wat ik heb opgestoken kan ik goed gebruiken”

Als kerkelijk werker in Oegstgeest bezocht Bram Dijkstra de pastorale dag 2018. “Wat me erg aansprak was de veelzijdigheid aan workshops en de combinatie van theoretische input en praktische vaardigheden. Ik ben een man van de praktijk; wat ik heb opgestoken kan ik in mijn werk goed gebruiken.” Dijkstra volgde onder andere een workshop over veiligheid in het pastoraat. “In Oegstgeest waren we bezig met een gedragscode voor vrijwilligers, ik heb dus heel gericht die workshop gevolgd. Het is best een ingewikkeld thema, daarom is het fijn als iemand je daarin meeneemt en je kan wijzen op de informatie die je verder nodig hebt.”

De twee inleidingen vond hij erg goed. “Ik werd er helemaal door opgeladen. De deskundigheid van de spreeksters bracht mij ook weer verder. En ik vond het mooi om te ontdekken dat ik veel herkende in de taal van Claartje Kruijff, iemand die toch een andere theologische ligging heeft dan ik. Dat is dankzij de veelkleurigheid van de Protestantse Kerk!”

Warme ervaring

Jantsje Pasveer, ouderling in de Protestantse Gemeente Joure, bezocht vorig jaar de landelijke pastorale dag voor de eerste keer. “En dat is me heel goed bevallen. Ik heb er echt inspiratie opgedaan. Het samenzijn met anderen die min of meer hetzelfde doen vond ik een geweldige ervaring.”

Ze volgde een workshop over bidden en een workshop over omgaan met mensen met dementie. “Met beide heb ik te maken in mijn werk als pastoraal medewerker in het verpleeg- en zorgcentrum. We konden het bijvoorbeeld hebben over onze eigen schroom bij het uitspreken van gebeden. En we hebben ervaringen kunnen delen hoe we mensen met dementie benaderen. Goed om voorbeelden van anderen te horen. En mooi om te ervaren dat je ook als pastoraal bezoeker mag zijn wie je bent, dat je het werk op je eigen manier kunt doen. Het voelde echt als een steuntje in de rug.

De hele dag was fijn. Dat begon al bij de koffie bij binnenkomst. Ik had het gevoel dat we als familie bij elkaar waren. Ik vond het een heel warme ervaring.”

Erbij zijn

Of ze dit jaar weer naar de landelijke pastorale dag gaan? Jantsje Pasveer is nog niet zeker of ze die zaterdag beschikbaar heeft. Bram Dijkstra laat het afhangen van het thema. “Gaat het over eenzaamheid? O, dan moet ik erbij zijn. In mijn nieuwe baan als buurtpastor in Rotterdam-Noord zal ik daar veel aan hebben. Dat is een groot thema in mijn wijk. Maar dat is het bijna overal, je hoeft er niet voor in een stadswijk te werken om met eenzaamheid in aanraking te komen.”

Meer informatie en aanmelden

 »lees verder»

 

Gebed bij aanslag Utrecht

Eeuwige God,
angst vervult ons hart.

Nauwelijks bekomen van de ontzetting over de afschuwelijke aanslagen in twee Nieuw-Zeelandse moskeeën, zijn we maandag opnieuw opgeschrikt door geweld, nu in Utrecht.
Opnieuw zijn er mensen in koelen bloede vermoord.    

Woorden schieten tekort om onze verbijstering over zo veel geweld, terreur en dood uit te drukken.
Mensen die van het ene op het andere moment zomaar uit het leven worden weggerukt,
voor hun leven zijn verwond of gedompeld in tomeloos verdriet.

Het maakt ons bang en boos.
In wat voor wereld leven wij?
Kyrië eleison. Christus eleison.

We bidden U voor de slachtoffers en voor de nabestaanden.
Voor allen die hen lief zijn.
Voor hulpverleners.
Wees hen allen nabij met uw kracht en troost.

Geef, Heer, dat onze angst en boosheid niet uitgroeien tot verbittering of wraak.
Geef dat uw liefde en ontferming het winnen, bij ons en bij die ander.

Laat komen, Heer, uw rijk, uw koninklijke dag…

Amen.

 »lees verder»

 

Kliederkerk: "Als je in de kerk jezelf niet kunt zijn, waar dan wel?"

“Zal ik mijn mooie jurk aandoen?”, vraagt J. Het is een vraag met haken en ogen.

Ging ik vroeger naar de kerk, dan moest ik een jurk aan. Een nette, kriebelige jurk, waarin ik me anders dan anders voelde – niet helemaal mezelf. Voor de kerk moest je netjes zijn en stil zitten, anderhalf uur lang.

Wij gaan vanmiddag naar de Kliederkerk. Helemaal geen kerk waar je netjes voor moet zijn, en stilzitten hoeft ook niet. Misschien kunnen we onze kinderen beter een overall aan doen, want we weten niet wat staat te gebeuren, maar het woord kliederkerk belooft veel goeds…

Onze kleine J. is zeven jaar oud. Hij is een meisje van binnen en een jongetje van buiten. Het liefst draagt hij een jurk of een rokje. Dan is hij het meest zichzelf. Maar ja, niet alle mensen begrijpen dat. En niet alle kinderen snappen dat. Volwassenen zeggen niets, maar kijken wel. Kinderen roepen nog wel eens iets, of stellen gewoon een vraag. “Hoe zit dat met jou?” Sommige kinderen lachen onze J. uit.

J. zegt: “Op school kan dat niet, dan lachen de jongens me uit. Maar in de kerk kun je jezelf zijn!”

Dat geeft de doorslag. Als je in de kerk jezelf niet kunt zijn, waar dan wel? Natuurlijk mag J. zijn mooiste jurk aan. Wij kennen de kerk waar nu voor het eerst de Kliederkerk georganiseerd wordt. En vorige week zongen we daar nog met de kinderen “…en weet je wat zo mooi is? Bij Jezus voel je je vrij, om helemaal jezelf te zijn…”

Dus we gaan met z’n vieren, zoals we zijn. Drie van ons in een gewoon kloffie, eentje in een feestjurk. Een schort in de tas, voor als het erg kliederig wordt en de mooie jurk anders vies wordt.

“Welkom! Welkom allemaal! Wat leuk dat je er bent!”, klinkt het bij binnenkomst.

Voor de kinderen is er wat te drinken, voor ons koffie of thee. In de zaal waar normaal de stoelen in rijen in het gelid staan, staan nu her en der tafels, beladen met knutselspullen. En vooraan is een plek met kussentjes, waar de kinderen lekker kunnen gaan zitten.

We gaan ‘scheppen’, een beetje zoals God de wereld, de mensen en de dieren schiep in zes dagen. Vanuit het niets een krokodil. Wij maken er ook eentje, vanuit een eierdoos, en nog twee doosjes. En met lichte ergernis over lijmflesjes waar niets uitkomt, en een kind die zijn schepping halverwege in de steek laat.

We maken een vis, met kaarsvet. Je ziet ‘m niet, totdat je de tekening met verf besproeit. Een wonder!

Onze T. ziet iets anders, wat ook wel heel leuk is. Met je hele kleine kinderlijf languit op een stuk behang liggen, en je omtrek dan laten tekenen door je vader. En dan intekenen en kleuren. Met een vrolijke lach, want vrolijkheid hoort bij T. En dan kijken op de kaartjes die op de tafel klaar liggen. Op elk kaartje staat een mooie eigenschap. T. is lekker zelfverzekerd. Jazeker, hij is slim! En ook handig! En ook nog zelfstandig en grappig en enthousiast en positief… Met zijn tong uit zijn mond schrijft hij zorgvuldig alle mooie eigenschappen over op het papier.

Dat wil J. ook wel. Samen ‘scheppen’ we hem op het behangpapier. Met het in tekenen en inkleuren komt er een mooi meisje tevoorschijn, in een feestjurk, met armbandjes om de polsen en een kralenketting om haar nek. En met een roze feestjurk. We zoeken tussen de eigenschappen. Gevoelig, ja, dat is ‘ie. Behulpzaam ook, en sociaal. Serieus ook wel. “Kijk, hier zie ik er een die echt bij jou past”, zeg ik. ‘Dapper’ staat er op het kaartje. “Nee hoor, dat ben ik niet”, zegt J. “Wel!”, zegt ik. “Want je bent super dapper als je jezelf durft te zijn, zelfs als het dan zou kunnen gebeuren dat je uitgelachen wordt.” Ja, dat is wel waar, dat vindt J. bij nader inzien ook wel. ‘DAPPER’ schrijf ik in grote blokletters op het papier.

Als iedereen is uitgeknutseld – er zijn dieren en kinderen, vissen, zonnen en manen geschapen – gaan we luisteren naar een verhaal. Het gaat over jezelf durven zijn, jezelf goed en mooi en knap vinden, omdat je schepper jou goed en mooi en knap vindt.

Zie ik mijzelf zoals mijn schepper mij ziet, dan zouden alle kwetsende opmerkingen, alle oordelen, het uitlachen zomaar van me af kunnen glijden.

Dan nog even kijken naar wat de kinderen gemaakt hebben. J. mag zijn levensgrote afbeelding laten zien. “Er staat ‘dapper’”, zegt de leidster. “Dus jij bent dapper! Waarom eigenlijk?”. J. is een beetje verlegen, maar zegt toch zacht “Omdat ik mijn binnenkant aan de buitenkant durf te laten zien.” “Dat is prachtig”, vindt de leidster. “Dan ben je inderdaad heel dapper.”

We gaan liedjes zingen, ook die ene, die de hele middag al in mijn hoofd rondzingt. “God kent jou, vanaf het begin, helemaal van buiten en van binnenin. Hij kent al je vreugde en al je verdriet, want Hij ziet de dingen die een ander niet ziet…”

 »lees verder»

 

De bijbel, verrassend dichtbij

Contextueel bijbellezen

Zowel buiten als binnen de kerk ervaren mensen afstand tot de bijbelteksten en vinden het moeilijk om de bijbel in verband te brengen met hun eigen leven en ons samenleven. Bij contextueel bijbellezen ga je eerst in gesprek over een thema wat speelt in het leven van de deelnemers. Daarna sla je de Bijbel open en gaat de tekst  spreken in het thema wat je in de start van het gesprek uitgediept hebt.

Waarom contextueel bijbellezen? Iedere kring of bijbelstudiegroep herkent het vast wel: na het lezen van een tekst in de bijbel verzandt de groep in discussie over de herkomst, betekenis en de bedoeling van de tekst. De tekst zelf blijft zo op afstand en brengt mensen zeker niet dichter tot elkaar. Tijdens de training contextueel bijbellezen leert u de bijbel op een geheel andere manier en op een ander moment open te slaan. Trainer Inge Landman: ¨Er is een verschil tussen lezen vanuit interpretatiebelang en levensbelang. Contextueel bijbellezen gaat over dat laatste, wat de tekst relevant kan maken voor het leven van vandaag de dag."

En nu, de bijbel

Hoe gaat dat contextueel lezen in zijn werk? Een van de deelnemers van de training ds. Peter Breure legt het uit. ¨Het bijzondere van contextueel bijbellezen is dat je de bijbel anders laat spreken en dichter tot elkaar komt. Eigenlijk ben je, vierend en biddend, met elkaar in gesprek rond een thema, het liefst een thema dat iemand inbrengt en dat persoonlijk raakt. Pas na het gesprek rond het thema, over wat er speelt en hoe het speelt voor die persoon, open je de bijbel. Dan lees je het verhaal en diept de laagjes uit het verhaal verder uit. Vaak openen zich dan lijntjes tussen het verhaal van die persoon en de bijbel. Het kan troost geven, of richting, of een uitdaging”.

Op deze manier komt het bijbelgedeelte dichtbij het leven hier en nu. Iemand kan ergens mee zitten en dit delen met de groep. Of de groep deelt samen ervaringen over een thema waar verschillend over kan worden gedacht en in veel levens speelt, bijvoorbeeld opvoeding, levenseinde of zorg dragen voor je naaste. Vervolgens open je de bijbel en met het juiste verhaal ontstaat een nieuw verstaan van onze eigen obstakels en mogelijke oplossingen.

Waarom deze training volgen

Peter Breure ziet de voordelen van contextueel bijbellezen in de praktijk bij zijn eigen gemeente.  “Doordat je met elkaar in gesprek gaat over wat je persoonlijk raakt, start je met bijbellezen op een moment dat er verbinding is ontstaan en passen geijkte antwoorden niet meer. De bijbel geeft op zo'n moment vaak een een verrassend inzicht.¨

Deze manier van bijbellezen is tegelijk praktisch en dynamisch. Door te ervaren, aan de slag te gaan en te reflecteren leer je te werken met het contextueel bijbellezen. Het is van toegevoegde waarde voor predikanten en kerkelijk werkers die willen leren om een gezamenlijk leerproces te faciliteren waarin de bijbel een relevante stem krijgt in thema’s die spelen in onze hedendaagse context. Mensen komen dichter bij elkaar en dichter bij de tekst, en ervaren dat als zeer inspirerend.

Meer informatie en aanmelden

Lees hier meer over de training en hoe u kunt aanmelden.

 »lees verder»

 

Speeddaten voor predikanten en gemeenten - iets voor u?

De domineedate: het blijkt een succesvolle manier om vacante gemeenten op een laagdrempelige manier in contact te brengen met proponenten. Aan een domineedate doen maximaal 12 gemeenten en 12 proponenten mee. Per keer levert het zo’n 3 à 4 matches op van proponenten die daadwerkelijk beroepen worden in de gemeenten die deelnamen aan de domineedate.

Wim Veenendaal is sinds de eerste keer - mei 2014 - als vrijwilliger bij dit evenement betrokken. Hij schrijft het succes toe aan het ‘vernieuwende en informele karakter’. “Mensen vinden het een beetje onwennig dat speeddaten, maar kennelijk ook wel uitdagend.”

Veenendaal: “De winst voor beide partijen is dat ze in een dagdeel de gelegenheid krijgen een veelheid, van weliswaar korte, ontmoetingen te realiseren. Die dan - bij gebleken wederzijdse interesse - uiteraard een intensiever vervolg krijgen.”

Speeddaten in de praktijk

De komende domineedate vindt plaats op vrijdag 12 april van 13.00 uur tot 17.00 uur. Na een korte opening door de predikant voor het beroepingswerk, ds. Klaas Dijkstra, volgt een voorstelrondje door gemeenten en proponenten. Iedereen krijgt maximaal 2 minuten de gelegenheid hun gemeente respectievelijk zichzelf voor te stellen. Na 2 minuten gaat er een bel en is de volgende aan de beurt.

Daarna volgt de daadwerkelijke speeddate. Er staan twaalf tafels in de zaal waarachter per vacante gemeente maximaal drie afgevaardigden zitten. Deze tafels zijn in een cirkel opgesteld en de kandidaten/proponenten gaan dan langs iedere tafel voor nadere kennismaking. Ook dit is in de tijd strak gereglementeerd. Drie minuten per gesprek. Ook hier gaat na die drie minuten een bel en dient het gesprek te worden gestopt.

Vervolgens krijgen alle partijen op uitgereikte formuliertjes de gelegenheid hun voorkeuren in  te vullen waarna de matches geselecteerd worden uit de ingeleverde formuliertjes en bekend gemaakt aan de betrokkenen.

Dan volgt een korte afsluiting. De domineedate eindigt met een borrel met hapjes. Ook die tijd wordt zinvol gevuld, want dan is er uitgebreid gelegenheid tot het leggen van nadere contacten.

Veenendaal: “Gezien de bereikte resultaten hebben we van de domineedate een jaarlijks terugkerend gebeuren gemaakt. Bovendien zijn we van plan om volgend jaar eveneens - al dan niet gecombineerd - een date voor kerkelijk werkers te beleggen."

Meer informatie en aanmelden

De aanstaande domineedate is op 12 april: er is nog plaats! Gemeenten en proponenten die openstaan voor een eerste kennismaking op deze informele manier, kunnen zich aanmelden via arbeidsbemiddeling@protestantsekerk.nl of 030 - 8801505.

 »lees verder»

 

Biddag: God van de seizoenen

Verleen Uw zegen aan wat geplant wordt,
aan het jonge vee in de stallen,
aan het kind dat groeit in de moederschoot.
Wees een Bron van kracht in ons bestaan,
dat we ons werk kunnen doen,
onze dagelijkse bezigheden uitvoeren,
naar school gaan,
dat we kunnen zorgen voor onze familie en vrienden.

Om uw kracht bidden we zodat deze aarde een goede plek is voor al wat leeft.
Leer ons zorgvuldig omgaan met uw Schepping,
help ons kiezen voor wat de aarde leefbaar houdt.
Leer ons zorgvuldig omgaan met onze tijd,
dat we onszelf niet voorbij lopen, of de ander, of U.

Help ons het leven aanvaarden, zoals het op ons afkomt,
dat we verdriet en moeite niet wegstoppen, of uit de weg gaan,
dat we niet oppervlakkig leven, maar aandacht hebben.
En maak ons gastvrij,
leer ons samenleven van al het goede onder uw zon.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 »lees verder»

 

Op biddag met tandpasta naar de kerk

In het verleden waren de scholen in Oldebroek op biddag en dankdag gesloten. Zo konden de kinderen de kerkdiensten bezoeken. In de praktijk bleken maar weinig kinderen die ochtend naar de kerk te gaan. De kinderen gaan nu - op initiatief van een van de schooldirecteuren - op deze dagen gewoon naar school en bezoeken gezamenlijk de dienst. En dan nemen ze iets mee voor de voedselbank.

Spullen concreter dan geld

Met tandpasta naar de kerk? “Ja”, vertelt dominee Schuurman van de Hervormde Gemeente Oldebroek, “we hebben inmiddels die traditie op biddag, ooit ontstaan vanuit de diaconie. De schoolkinderen nemen producten mee die wat langer houdbaar zijn. Daardoor ontstaat het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat iedereen in deze omgeving genoeg heeft. Voor kinderen is het geven van spullen veel concreter dan het geven van geld.”

Hoe dominee Schuurman het bezoek met de kinderen aan de kerk voorbereidt? “Het bezoek aan de biddagdienst is natuurlijk veel meer dan een inzamelingsactie. Wij gebruiken de biddagmap van de HGJB. Dit jaar gaat het over de vrouw van wie de olie nooit opraakt. De ene school bereidt het verhaal voor in de dagen voor biddag. De andere school gaat zonder voorbereiding met de kinderen naar de kerk. Zij gaan na afloop van de dienst verder met verwerkingen die bij het thema passen.”

Herkenning

“Het zijn altijd mooie diensten, zo’n dienst vol met schoolkinderen”, vindt Schuurman. “Maar het is jammer dat ik de namen van de kinderen minder goed ken. Het is rumoeriger en drukker dan tijdens de zondagse diensten, het kerkbezoek bestaat vooral uit kinderen en hun ouders. Maar het is iedere keer weer bijzondere ervaring. 

Het is een kunst om een eenvoudige dienst te houden, waarin er voor de kinderen veel herkenning is. Ook voor kinderen die niet gewend zijn om wekelijks in de kerk komen en de liederen niet kennen. Samen met de leerkracht kies ik de liederen. De leerkracht oefent deze vooraf al met de kinderen. Vorig jaar was er een muziekgroep van de school. Dat was een succes dus dan doen we dit jaar weer. De kinderen krijgen in de dienst ook een rol door mee te helpen met de schriftlezingen. In het themaverhaal maak ik de link met de Voedselbank. Dat maakt het concreet. In de klas krijgen de kinderen tips wat ze mee kunnen brengen aan houdbare producten zoals tandpasta,. Ook in de avonddienst nemen volwassenen van alles mee.”

Kerk en school samen

Dominee Schuurman hecht waarde aan de samenwerking tussen school en kerk. "Het is belangrijk dat school en kerk elkaar weten te vinden en elkaar respecteren. De scholen in ons dorp hebben een christelijke identiteit. Juist in de samenwerking kun je elkaar versterken. Daarnaast zie je in de diensten op biddag en dankdag kinderen die anders de kerkdienst niet zo snel bezoeken. Het is dus een mooie manier om ook kinderen en ouders die wat verder van de kerk af staan te bereiken. In de themaweek van school en kerk in januari bezoeken de voorgangers en de predikanten de verschillende scholen om kennis te maken. Zo bouwen we al een band met de kinderen op.”

 »lees verder»

 

Bijbellezen met migranten - Iets voor uw kerk?

Bijbellezen in de multiculturele groep

Veel Nederlandse kerkelijke gemeenten zijn opnieuw gaan nadenken over hun rol ten opzichte van hun nieuwe stads- en dorpsbewoners. Dat resulteerde in veel actiebereidheid, praktische hulp en veel contacten met mensen met een andere culturele achtergrond. Gelijktijdig zochten veel nieuwe migranten het contact met de kerken op. Soms om geloof te delen, soms om een sociaal netwerk te vinden.

Op een heel aantal plaatsen gingen en gaan mensen met elkaar in gesprek over geloof. Daaruit ontstaan dan regelmatig bijbelleesgroepen. Deze groepen waarin met elkaar de bijbel gelezen wordt, zijn bij uitstek groepen waarin ontmoeting vanuit wederzijdse gelijkwaardigheid en acceptatie plaats kan vinden. Niet alleen dat, maar het samen de bijbel lezen leidt vaak ook tot verdieping van het geloof, juist omdat een ander (cultureel) perspectief helpt om nog eens heel goed te kijken naar de inhoud van wat je met elkaar aan het lezen bent. Zo wordt Efeze 3:18 in de praktijk gebracht: Dan zult u samen met alle heiligen de lengte, de breedte, de hoogte en diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Efeze in de praktijk

Met deze tekst als opdracht en opgave is bijbellezen in de multiculturele groep zeer de moeite waard. De verschillen in culturele achtergrond maakt dat dezelfde bijbeltekst heel verschillend gelezen en ervaren kan worden en dat kan enorm verrijkend zijn. Een voorbeeld van een deelnemer uit Iran: "De eerste keer na de kerstvakantie hadden we het over de zalving van Jezus. Een van de deelneemsters kon uit eigen levenservaring in Teheran vertellen hoe een albasten kruikje gemaakt wordt. Het is een arbeidsintensief proces om zo'n kruikje met een heel smalle hals te maken. Het kruikje zelf is daarmee al heel kostbaar, want er kan maar een kleine druppel tegelijk uitkomen. Meer hoeft ook niet, want met die kleine druppel kun je je schone handen insmeren en je gezicht en armen, en dan ruik je nog heel lang lekker."

Hulpmiddelen om samen te lezen

Bijbellezen in de multiculturele groep is verrijkend en waardevol in allerlei opzichten, maar het kent ook wel de nodige hobbels. Veel hobbels zijn terug te voeren op multiculturele verschillen, verschil in taalniveau of het werken met vertaling, wederzijdse verwachtingen en het niet voorhanden zijn van bruikbaar materiaal. Samen met de Stichting Geloofsinburgering heeft Kerk in Actie materiaal ontwikkeld om dit bijbellezen in de multigroep te ondersteunen en stimuleren. Zie onderaan het artikel waar u het materiaal kan downloden.

Daarbij zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  1. Absolute gelijkwaardigheid.

Als Nederlanders samen de Bijbel lezen met een groep migranten die nog maar kort hier zijn, zullen zij in een aantal opzichten een voorsprong hebben. Ze kennen de voertaal beter en ze zullen in veel gevallen een makkelijker leven hebben dan de migranten, doordat ze een beter huis, een betere baan en beter loon hebben. Ook zijn ze beter geïntegreerd in Nederland en hebben ze minder trauma’s in hun rugzakje en zijn, gemiddeld genomen, vaker hoger opgeleid. Vaak zie je Nederlanders hierdoor vanuit een (onbewust) superioriteitsgevoel omgaan met migranten. ‘Ik zal jou wel helpen’. Dat is een houding die we bij het samen bijbellezen zeker willen vermijden.

Het is dus belangrijk te onderkennen dat Nederlanders in veel (maar niet in alle) opzichten beter af zijn dan migranten en dat dat de onderlinge verhouding waarschijnlijk beïnvloedt. Juist als we ons dat realiseren, kunnen we er op letten. Het mooie van samen bijbellezen is dat het de mogelijkheid biedt dat deze dingen nauwelijks een rol spelen. Voor Gods aangezicht is iedereen gelijk. Er is in Christus geen ruimte voor superioriteit op grond van etniciteit, gender of maatschappelijke status: Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen, u bent allen één in Christus Jezus. (Galaten 3: 28). Misschien heb je als Nederlander een voorsprong in kennis, maar dat betekent niet dat jouw geloof beter zou zijn. Wezenlijke gelijkwaardigheid is het uitgangspunt. Voorwaarde voor een succesvolle groep is dat de leider van de groep die grondhouding aan wil nemen en daarop sturen.

Gelijkwaardigheid betekent natuurlijk niet dat er geen duidelijke leiding gegeven mag worden aan een groep. Juist groepen waarin verschillende culturen samenkomen gedijen beter als je als leider richting en veiligheid kan bieden aan de deelnemers.

2. God spreekt door de Bijbel.

De Bijbel is meer dan een literair interessant religieus boek. Het is een verzameling teksten waardoor God tot mensen spreekt. In de bijbelleesgroepen is er dan ook ruimte om te kijken wat er geschreven is en wat er bedoeld wordt, maar er zal ook vooral geprobeerd worden om de deelnemers in gesprek en verbinding te brengen met de teksten. Dus staat vooral de vraag centraal: Wat zegt God hier en hoe verhoudt zich dat tot jouw leven op het moment?
Anders geformuleerd kun je zeggen dat het er in de bijbelleesgroepen vooral om gaat dat mensen individueel en als groep God ontmoeten in de Bijbel. Daarom beginnen de bijeenkomsten ook met een gebed om leiding van Gods Geest als we de Bijbel lezen. Dat geeft een ontspannen houding: waar de Bijbel onbevangen open gaat, is God aan het werk.

3. Bijbellezen is niet ‘los verkrijgbaar’.

Belangrijker dan wat je zegt, is wie je bent. Als je de anderen gelijkwaardig beschouwt aan jezelf en samen voor Gods aangezicht luistert naar zijn woorden, zul je zien dat er een relatie ontstaat tussen iedereen in de groep. Dat betekent dat je de dingen die voor jou belangrijk zijn, zal kunnen delen. Het is goed dat je daarin een voorbeeld geeft. Als jij open bent, zullen anderen dat ook sneller zijn. Ook in je eigen leven gaat vast niet alles van een leien dakje. Het is goed als er een veilige omgeving is waarin je dat kan delen als dat relevant is. Je eigen zorgen delen is niet verkeerd, het kan heel zinvol zijn. Gelijktijdig zullen ook migranten van hun leven willen delen. Soms blijkt dan dat er levensgrote problemen zijn. Dat kan op allerlei gebieden zijn. Huisvesting, relatie, werk, geloof, trauma.

Soms is er hulp nodig. Ga dat dan niet uit de weg. Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en dagelijks eten tekort komt, en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ – zonder de andere te voorzien van de eerste levensbehoeften, wat heeft dat voor zin? (Jakobus 4: 15,16). Natuurlijk hoef je niet alles zelf te doen en vragen kunnen ook irreëel zijn, maar als het nodig is, zoek dan naar oplossingen, bijvoorbeeld in samenwerking met de diaconie van je gemeente.

4. Een verhalende insteek.

Juist omdat er zoveel verschillen zijn tussen de deelnemers in etniciteit, taalniveau, educatieniveau en ook religieuze achtergrond hebben we voor een narratieve insteek gekozen in de bijbelleesgroepen. Het bespreken van verhalen met elkaar maakt dat mensen op verschillende manieren kunnen aanhaken en maakt het cognitieve aspect minder belangrijk. In dit materiaal is gekozen voor een aantal verhalen uit Marcus. Gelijktijdig willen we de rode lijn van het bijbelboek laten zien.

Meer informatie en contact

Het ondersteunende materiaal voor de leesgroep is te downloaden op deze pagina onder 'Bestanden'. 

 »lees verder»

 

Religie in kinderdagverblijven - verlegenheid als uitdaging

Veranderingen in de kinderopvang

Tot voor kort was kinderopvang professionele kinderoppas. In elke stadswijk, dorp of regio was wel een vorm van kinderopvang aanwezig. Per 1 januari 2018 is dit voorbij. Op deze datum trad de wet op Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) in werking. Door deze wet kreeg de ontwikkeling van kinderen het primaat. Hiervoor moet iedere organisatie voor kinderopvang een helder pedagogisch beleidsplan hebben en is er ruime aandacht voor de voortdurende professionalisering van de pedagogisch medewerkers.  

Het is opvallend dat er zowel op de site van de overheid over de IKK als in lokale pedagogische beleidsplannen niet of nauwelijks gesproken wordt over de religieuze ontwikkeling van de kinderen. Op dit punt is er volstrekte verlegenheid. Kunnen kerken hierop dienstbaar zijn? Verkennenderwijs proberen we deze vraag te beantwoorden.  

Van oppas naar educatie

Van kinderopvang als kinderoppas maakten Nederlandse ouders decennialang veel gebruik. Met 45 procent waren ze samen met Zweedse ouders de koplopers van Europa. Het beleid in Nederland veranderde echter steeds en kende van plaatselijk particulier tot landelijk georganiseerd een zeer verschillend aanbod. Wel was er één gezamenlijk doel: een zo groot mogelijk aantal ouders in staat stellen om deel te nemen aan het arbeidsproces.

Onder de werktijd van de ouders waren de kinderen actief met verhaaltjes, filmpjes, speelmateriaal, spelletjes, beeld- en leesboekjes, werkjes, zingen, etc.; al of niet in projectjes. En dat in een dagritme van professioneel begeleide activiteiten, eten en rusten. Vorming en ontwikkeling vond zeker plaats, maar werden niet beoogd; ook niet als subsidievoorwaarde. Vanaf 2000 werd het belang van educatie beargumenteerd. Maar de overheid maakte pas in 2018 de omslag van oppas naar educatie. De kinderdagopvang moet zich vandaag de dag richten op planmatige educatieve activiteiten en die vastleggen in een activiteitenplan.

Activiteiten in het activiteitenplan

Hoe moeten de kinderdagverblijven, die zich richten op jonge kinderen van 0-4 jaar, dat doen? Sporend met de meest actuele educatieve inzichten in kerncompetenties. En die verwoordt in kindertaal:   

  • Kijk, ik mag er zijn (emotionele competenties)
  • Kijk, ik kan het zelf (motorische competenties)
  • Kijk, we doen het samen (sociale competenties)
  • Kijk, ik ben een lief, goed kind (morele competenties)
  • Luister, ik kan het zelf zeggen (taalcompetenties)
  • Kijk, ik voel, denk en ontdek (cognitieve competenties)

Wat direct opvalt: de religieuze competentie ontbreekt. Hoe zouden we die kunnen verwoorden? We doen een voorstel:

  • Ik ontmoet religie in mijn wereld en ik wil daarmee iets doen (religieuze competentie)

Wat reikt de overheid over religie aan?

Publicaties van de overheid geven kinderdagverblijven goede handreikingen om de zes voorgegeven kindercompetenties te beschrijven en door vele, goed afgestemde activiteiten te ontwikkelen. In deze handreikingen is religie echter nauwelijks een onderwerp. Summier wordt iets geschreven over het ontwikkelen van godsdienstige gevoelens. Ook wordt gezegd dat kinderen ervan houden om godsdienstige liedjes te zingen en religieuze feesten te vieren. Kortom: eigenlijk geen houvast. Hoe nu verder?

Meedenken en expertise aanbieden

We doen een poging binnen het nieuwe competentie- en activiteitenbeleid. Alle kinderdagverblijven hebben we daarbij op het oog: de vele op zichzelf staande kinderdagverblijven en de kinderdagverblijven die, steeds vaker, in brede scholen, openbare en christelijke, zijn opgenomen. Plaatselijke werkers in de kerk, predikanten en kerkelijk werkers, krijgen in onze poging een dienende rol: meedenken met werkers in de kinderdagverblijven en, in goed gesprek, religieuze expertise aanbieden. Ook andere gemeenteleden, onderwijsgevenden bijvoorbeeld, kunnen dat doen. De kerk heeft op dit punt echt iets te bieden. Hoe? Primair vanuit de gedachte dat alle kinderen van ongekende waarde zijn. Vervolgens door zo concreet mogelijk te kijken naar het eerste deel van de religieuze competentie, die we, aanvullend op de overheidscompetenties, formuleerden: 'Ik ontmoet in mijn wereld religie'.

Kerstfeest als voorbeeld

Kinderen worden in een wereld geboren die er al is. Ze verwonderen zich over alles wat er in die wereld, hun wereld, bestaat. Daar stellen vooral jonge kinderen vele vragen over. Ook vertellen ze onbevangen over alles wat ze in hun kinderwereld opdoen, ook over religie. Veel meer dan volwassenen denken, ontmoeten ze religie in allerlei vormen. Kerstfeest, het meeste gevierde feest in onze cultuur, is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Er is geen kinderdagverblijf dat aan kerstfeest voorbij gaat. Meer dan een maand roept dit bijzondere culturele en religieuze feest de aandacht van de kinderen op. Over het seculiere kerstfeest met de Kerstman en kerstversieringen is er een overweldigend aanbod via boekjes, filmpjes, liedjes en performances in winkelcentra. Met Kerstmis in de christelijke traditie ligt dat anders. Maar via (levende) kerststallen in straten en op pleinen, thuis en in kinderdagverblijven, wordt het Bijbelse kerstverhaal zeker ook opgeroepen.

Kinderen actief

Kinderen willen iets met religie: het tweede van onze religieuze competentie. Seculiere kinderen, die op straat en elders een kerststal zien, willen die bevragen. Kinderen die van huis uit het geboortefeest van Christus kennen en vieren willen, hoe jong ook, over hun kerstfeest vertellen. Alle kinderen samen willen best luisteren naar het verhaal van de leidster over de kerststal en praten over kerstvieringen van vriendjes thuis en in de kerk. Het is daarom van belang om beleef- en leeromgevingen in kinderdagverblijven aan te bieden met kinderbijbelverhalen, posters en liedjes; met gespreks- en expressievormen om ontdekkingen te doen en competenties te ontwikkelen. Met de landelijke, directe bereikbare expertise van JOP, Jong Protestant, achter de hand, moet het voor plaatselijke kerken mogelijk zijn daarin dienstbaar te zijn.

Vele andere onderwerpen

Naast het kerstfeest komen kinderen met vele andere religieuze uitingen en momenten in ontmoeting: Pasen en Pinksteren; feestelijke gedenkdagen (dierendag n.a.v. Franciscus, Sint Maarten); mensen, groot en klein, die bidden en danken; baby's en volwassenen, die worden gedoopt; ect. Dat geldt vooral in grote stadsgebieden ook interreligieus in verhalen en riten. Kortom, genoeg keus voor een op jonge kinderen afgestemde invulling van een activiteitenplan. Plaatselijke kerken zijn uitgedaagd. En ze hebben voor alle kinderen, hun begeleiders, ouders en buurtgenoten, cultureel en religieus echt wat te bieden.

Aanvullend

Religie in kinderdagverblijven staat inmiddels al geruime tijd op de agenda van katholieke en protestantse kerken en scholen in Europa. In 2018 gaf Henk Kuindersma aan de Universiteit in Hildesheim een conferentiebijdrage onder de titel 'Religieuze Bildung in Niederländische Kitas als Herausforderung' (publicatie in de conferentiebundel volgt). Belangstellenden voor de Nederlandse tekst kunnen contact met Henk Kuindersma opnemen.

Dr. Henk Kuindersma was tot aan zijn pensionering als godsdienstpedagoog verbonden aan de PThU. Als freelancer is hij momenteel vooral actief in projecten kindertheologie.

E-mailadres: henkkuindersma@gmail.com

 »lees verder»

 

Ambtsdragers gezocht? Bezinningsproces hervormde wijkgemeente Ermelo levert meer op dan ambtsdragers alleen.

Mensen gezocht voor een openstaande vacature

Ds. Verbaan: “In de Oude Kerk in Ermelo proberen we vrijwilligers te laten rouleren. Daardoor zit men niet te lang op één plek. Ook nieuwe mensen binnen de gemeenten proberen we hierbij te betrekken. Of je taakgericht of gavengericht mensen werft is een spannende verhouding. Wij denken dat het taak- én gavengericht moet zijn.”

In een gemeente kunnen mensen worden gevraagd voor bepaalde taken. Er kunnen ook mensen worden gevraagd om taken te verrichten. Dit zijn twee verschillende benaderingen die om een uitwerking vragen. Eerst gaan we in op de veel voorkomende manier van vrijwilligers werven: er is een vacature en men gaat op zoek naar mensen die deze vacature kunnen vervullen. Mensen hebben vanuit hun opleiding of professionele achtergrond vaak al ervaring opgedaan in een bepaald werkveld en het kost hen weinig moeite om deze ervaring in de kerkelijke gemeente in te zetten. Daarbij kunnen mensen schuiven in bepaalde taken. Bijvoorbeeld: iemand is al jaren bezoekdame en bij een vacature voor ouderling komt zij in beeld vanwege haar reeds opgedane ervaring. Daarnaast moet evenwel gekeken worden of de vacature bij iemands leven past. Een jonge student die net is afgestudeerd en wil gaan reizen kan (tijdelijk) niet worden gevraagd voor het ambt van diaken. Taken moeten passen bij mensen. Daarbij zijn er, verhoudingsgewijs, maar enkele ambtsdragers nodig. Ds. Peter Verbaan: “Een paar bestuursmensen die de toon zetten zijn voldoende. Daarnaast zijn er veel praktische taken die door vele anderen kunnen worden verricht.”

Taken voor betrokken mensen

Daarmee komen we bij een andere benadering: mensen vragen naar mogelijkheden. Niet: je bent ouderling-kerkrentmeester en wat kun je nog meer? Maar, wat kun jij bijdragen aan onze gemeente? De neiging om ervaren mensen te vragen voor taken is dominant. Onervarenheid echter hoeft niet minder betekenisvol te zijn. Het is een teken van betrokkenheid als iemand zich wil inzetten en niet al volledig toegerust is. Die toerusting Pijl naar beneden  kan tijdens de taak tot stand komen en bovendien zijn er in de gemeente wellicht mensen die iemand op weg willen helpen of willen begeleiden. Dat maakt de entree tot een taak lichter. 

De hervormde wijkgemeente Oude Kerk Ermelo hanteerde beide benaderingen

In de hervormde wijkgemeente Oude Kerk te Ermelo ging de kerkenraad niet direct aan het werven voor de vrijgekomen vacatures. Er vond eerst een bezinning plaats. Dat begon in de kerkenraad. De kerkenraadsleden hebben eerder zelf immers ook hun afwegingen gemaakt. In de kerkenraad werden mogelijk bezwaren open en eerlijk besproken. Ds. Peter Verbaan: "We vroegen elkaar naar mogelijke aarzelingen, wat er is mee- of tegengevallen en waar we tegenaan lopen." Dat bleek een goede basis voor de volgende stap in het bezinningsproces: de uitkomsten delen met de gemeenteleden. In een brief aan alle gemeenteleden werden de zorgen gedeeld. Vervolgens werd er een geselecteerde groep mensen uitgenodigd voor een gespreksavond. Ds. Verbaan: "Met hen hebben we als kerkenraad gesproken over principiële en praktische bezwaren om als ambtsdrager de gemeente te dienen." Zaken als gebrek aan tijd en weinig trek in vergaderen zijn voorbeelden van praktische bezwaren. Principiële gesprekspunten leverden gesprekken op over het wezenlijke van het ambt en van de gemeente. Ds. Verbaan: "Steeds moeten we als kerkenraad de gemeente informeren waarom we ook alweer diakenen, ouderlingen en kerkrentmeesters nodig hebben. In de beeldvorming overheersen de praktische taken, maar bezig-zijn met de cijfers is ook geestelijk leidinggeven aan de gemeente."

Bijna voltallige én ontspannen kerkenraad

Het proces van bezinning in deze wijkgemeente van Ermelo leverde niet alleen een bijdrage aan de onderlinge verhouding en zorg voor elkaar, maar ook een zekere ontspanning Pijl naar beneden . Ds. Verbaan: “Zorgen zijn gedeeld met de gemeente en die is daarmee ook medeverantwoordelijk." Daarnaast leverde de bezinning meer op dan alleen aandacht voor het werven. Ds. Verbaan: “In een groep kunnen gevoelens, ook van ex-ambtsdragers, worden geneutraliseerd of ontzenuwd. Er zijn altijd mensen die bepaalde gedachten hebben over bijvoorbeeld het werk van ouderling. Het is goed om daarover van gedachten te wisselen, want de beeldvorming of de beleefde ervaring kan een belemmering zijn voor het leveren van een bijdrage of om zich beschikbaar te stellen voor bepaalde taken.” Ten slotte vonden er, naar aanleiding van de groepsgesprekken, ook één-op-één-gesprekken plaats. Die heeft ds. Verbaan ervaren als waardevol.

Proces genereerde energie

In de Oude Kerk Ermelo leverde het bezinningsproces rondom de ambten en de vacatures niet alleen boeiende gesprekken op. Het spreken over het leven en werken in de gemeente bracht energie voort die bij louter werving van ambtsdragers niet zou zijn losgekomen. Dat is de winst van het Ermelose proces. Ds. Verbaan: “In eerste instantie spraken we als gemeente over de praktische en principiële bezwaren bij het ambt, maar gedurende de tijd kwamen we meer te spreken over de onderliggende waarden. Een nieuwere generatie heeft bij het woordje 'trouw' een andere connotatie dan een oudere generatie. Zonder die verschillen teniet te doen kan er worden bekeken wat er van belang is voor het voortbestaan van de gemeente. Die nieuwe generatie vertolkt ook het gevoel van de gemeente van vandaag en morgen en verwachtingen moeten voortdurend over en weer worden afgestemd. Ook daarin ben je het geweten van de gemeente, zoals het bevestigingsformulier het zo mooi uitdrukt.”

Creativiteit levert iets op

Kerkenraden die met de nodige creativiteit nadenken over de vervulling van vacatures, worden het niet gemakkelijk gemaakt. Een bezinningsproces doe je niet op een achternamiddag met enkele mensen. Het vereist zorgvuldigheid, een goede verstandhouding en een goede sfeer. Daarmee zijn de vacatures nog niet vervuld, maar in alle eerlijkheid spreken over het wezenlijke van ambt en gemeente levert gespreksstof op. Als je daar richting en betekenis aan kunt geven als kerkenraad kan er wellicht een bepaalde ontspanning komen. En hopelijk voldoende mensen om vacatures te vervullen. In Ermelo hanteerde men ook het principe more is less. Ds. Peter Verbaan: “In onze gesprekken keken we ook naar hetgeen minder kon. Niet alle kerkenraadsleden moeten in een viering dienst hebben. Verder proberen we met alle gemeenteleden eens per jaar een contactmoment te hebben. Bij de een volgt hieruit een bezoek, de ander houdt het liever bij een bezoek eens in de paar jaar. Verwachtingen over en weer zijn belangrijk om uit te spreken.”

Werkwijze hervormde wijkgemeente Oude Kerk Ermelo in het kort:

  1. bezwaren inventariseren in kerkenraad
  2. gesprek of bezinning in kerkenraad over de plussen en de minnen
  3. aandachtspunten formuleren
  4. ambtsdragers werven met indringende brief (waarin opgenomen de zorgen en de vacatures)
  5. organiseren van gespreksavond
  6. minimale uitkomst: transparantie. Maximale uitkomst: ambtsdragers of vrijwilligers.
 »lees verder»

 

Feest in Poortugaal na een lang fusieproces

“We zijn van mening dat er iets heel bijzonders in onze gemeente heeft plaatsgevonden”, vertelt kerkenraadslid Helmar van der Woerdt enthousiast. Hij geniet nog na van de feestweek die het fusieproces afsloot. “Het voelde die week alsof de heilige Geest waaide.”

Samen optrekken

Een fusie tussen twee kerken is meestal een kwestie van vele jaren. Zo ook in Poortugaal. De eerste verkennende gesprekken voor een mogelijke fusie dateren al van de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Het proces van samengaan werd eind jaren ‘90 gestart. Langzaam is toegewerkt naar een echte vereniging.

Helmar van der Woerdt, diaken, was als kerkenraadslid en handig met cijfers betrokken bij allerlei regelzaken rond de fusie. “Al met al een lang en soms taai proces ja, maar ook heel mooi. De sfeer in de twee kerkenraden was altijd goed, en de raden zijn er altijd heel positief samen in opgetrokken. Dat was heel bepalend voor het traject, ook richting de beide gemeenten. Op gemeenteavonden kregen we soms applaus van de gemeenteleden die vonden dat we fantastisch werk hadden verricht. Dan ga je vol goede moed weer verder.”

Begeleiding

De gemeenten zijn tijdens het fusieproces begeleid. Eerst door gemeenteadviseur Nico Evers, later door gemeentebegeleider Bert Bakker. Helmar: “De grootste les voor de kerkenraad was: licht de gemeente op tijd in waar je staat, als kerkenraad loop je altijd een paar passen vooruit. Maak een goed communicatieplan en bedenk bij alle punten: hoe nemen we de gemeente hierin mee?” Ook met het oog op de gemeenteavonden was de begeleiding prettig. “Bert Bakker had tijdens die avonden een belangrijke rol. Door het gebruik van werkvormen konden de gemeenten goed meedoen.” Naast procesbegeleiding is de hulp van architecten ingeroepen. “De dorpskerk moet aangepast worden. Als je dat in 3D voor je ziet, gaat het leven en kun je er gerichter wat over zeggen.”

Afscheid van een gebouw

De historische dorpskerk is de ’inbreng’ van hervormde kant. De gereformeerden brachten een nieuwere kerk in, met een verenigingsgebouw; heel praktisch maar kleiner. Om daaruit een keuze te kunnen maken, is een programma van eisen opgesteld: waar moet het kerkgebouw aan voldoen, en hoe leggen we dat plaatje op de bestaande gebouwen? Helmar: “We hebben de gemeenten er op gemeenteavonden nauw bij betrokken. Hun wensen hebben we naast het programma van eisen gelegd. Op grond daarvan is uiteindelijk het besluit genomen. Dit was tevens het moeilijkste besluit in het proces. De emoties liepen op de gemeenteavond hierover soms hoog op.”

Gekozen is om de historische dorpskerk te behouden; die wordt verbouwd. De gereformeerde kerk wordt verkocht. Het verenigingsgebouw wordt herontwikkeld voor onder meer vergaderingen en de kinderclub, maar ook voor andere partijen waardoor het een inkomstenbron wordt. Drie weken voor de feestweek is afscheid genomen van de gereformeerde kerk. Helmar: “Attributen, zoals het avondmaalszilver, de Statenbijbel en het doopvont zijn de kerk uitgedragen, en vier weken, tijdens de verenigingsdienst waarmee de feestweek werd afgesloten, de hervormde dorpskerk ingedragen om daar een plek te krijgen.”

Fantastische feestweek

De feestweek als markering van de nieuwe start was fantastisch. “We hadden als feestcommissie een ambitieus programma samengesteld, met elke dag één of meer activiteiten. Waren de inschrijvingen voor de verschillende onderdelen in eerste instantie minimaal, de week eraan voorafgaand stroomden de aanmeldingen binnen. Bij het verenigingsdiner zaten we met meer dan honderd mensen. Alles ging die week goed, het weer zat mee; het voelde alsof de heilige Geest waaide.”

Nu is er energie vrij om echt aan de kerk te gaan werken, benadrukt Helmar. “Er is weer tijd beschikbaar en dat is maar goed ook. We hebben in het fusieproces gesteld dat we als verenigde kerk een open herberg willen zijn. Daar gaan we nu volop mee bezig.”

 »lees verder»

 

Pak antisemitisme bij de wortel aan!

Volgens deze Monitor wordt de stijging veroorzaakt door incidenten in de directe omgeving: op school, op het werk, tussen buren, als ook op het internet. De stijging valt helaas in een trend die we ook in omliggende landen als Frankrijk en Duitsland zien.

Deze ontwikkeling herken ik ook in de media en hoor ik in mijn contacten met de Joodse gemeenschap in Nederland. Tijdens de Kristallnachtherdenking in 2018 klonk de oproep: "Er moet een halt worden toegeroepen aan de toenemende jodenhaat en daartoe moeten er bondgenootschappen worden gesloten en moet er geïnvesteerd worden in educatie".

De Monitor komt nu met concrete aanbevelingen:

  • help leraren bij het herkennen en bestrijden van antisemitisme
  • breng antisemitisme duidelijk in kaart
  • versnel procedures
  • stimuleer aangifte- en meldingsbereidheid
  • zero tolerance jegens strafbare discriminatie online

De Monitor vervolgt: ‘Antisemitisme en discriminatie in het algemeen worden bij de wortel aangepakt door het te herkennen, benoemen en veroordelen zodra het de kop opsteekt. Belangrijk is om hier altijd en overal alert op te zijn, of het nu op straat gebeurt, op school, in het voetbalstadion, in Facebook-discussiegroepen of in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Hierin ligt een rol weggelegd voor de samenleving als geheel.

Wat mij betreft geldt deze oproep ook voor de kerken. Inzicht geven in wat antisemitisme is en het bestrijden ervan staat niet voor niets in onze Kerkorde. Het is belangrijk dat dit geen papieren regel blijft. We moeten meer doen dan blijven roepen dat antisemitisme slecht is. Samen met verschillende Joodse gesprekspartners zijn we als Protestantse Kerk in gesprek hoe wij elkaar op dit gebied kunnen versterken. En ook: hoe we samen een signaal kunnen afgeven aan de samenleving dat we, in de woorden van het CIDI ‘antisemitisme niet normaal gaan vinden’. Educatie is belangrijk hierbij. Kennis bijbrengen over Joden, hun geschiedenis en hun bijdrage aan de Nederlandse samenleving. Dit geldt voor scholen maar ook voor kerken.

Kortom, laten we antisemitisme bij de wortel aanpakken. Het zou mooi zijn als er onverwachte out-of-the-box samenwerkingsverbanden ontstaan. Het initiatief ‘Leer je buren kennen’ van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam vind ik zo’n vernieuwend project: leerlingen van regionale opleidingscentra (ROC's) maken kennis met Joden.

Stel je voor dat de volgende Monitor een afname van het aantal incidenten zou melden…

 »lees verder»

 

De paaskaars in de protestantse traditie

Het oorspronkelijke gebruik van de paaskaars

Het gebruik van de paaskaars gaat terug op een eeuwenlange traditie. Al in de tijd van Augustinus werd de paaskaars in de paasnacht, als een verwijzing naar de Opgestane Heer, brandend de kerk binnengebracht onder het driemaal zingen van “Licht van Christus”.

Vanouds brandde de paaskaars van Pasen tot na de evangelielezing op Hemelvaart. Zo was de Paaskaars het teken van de Heer die na zijn verrijzenis gedurende veertig dagen verscheen aan zijn apostelen.

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie wordt in de Rooms-Katholieke en Oud-Katholieke Kerk de paaskaars na het pinksterfeest gedoofd. Daarmee wordt benadrukt dat de Heer ons niet als wezen heeft achtergelaten, maar zijn Geest heeft gezonden opdat de gemeente zelf drager van het licht van Christus zal zijn. Na het pinksterfeest wordt de paaskaars bij de doopvont neergezet en alleen ontstoken bij vieringen waarin op een bijzondere manier de Opgestane Heer in het vizier komt, zoals bij doop en uitvaart.

De Godslamp

De rooms-katholieke en oud-katholieke traditie kent naast de paaskaars ook de Godslamp. Deze brandt dichtbij het tabernakel, waarin het eucharistisch brood wordt bewaard. De Godslamp herinnert eraan dat de kerk op bijzondere wijze huis van God is, en wijst op de tegenwoordigheid van Christus in het sacrament. Als er in het 'tabernakel' geen eucharistisch brood wordt bewaard, zoals op Witte Donderdag, brandt de lamp niet. De deur van het lege tabernakel staat dan open en de Godslamp is gedoofd tot aan de paaswake op paaszaterdag.

Aan het einde van de viering van Witte Donderdag wordt de paaskaars met de andere liturgische attributen weggedragen, want - omdat Pasen het feest van de vernieuwing is - wordt in de paaswake alles nieuw: de paaskaars, het doopwater, de olie, het eucharistisch brood etc.

Als in de paaswake de nieuwe paaskaars wordt binnengebracht, wordt de Godslamp als eerste daaraan ontstoken. 

Protestantse praktijk

In protestantse kerken is het gebruik van de paaskaars een betrekkelijk jonge en niet algemeen aanvaarde praktijk. Hoewel er gemeenten zijn waar men de rooms- of oud-katholieke traditie volgt, heeft de paaskaars in protestantse kerken over het algemeen bijna de functie van Godslamp gekregen. Zij brandt dan ook het hele jaar door. Dat houdt o.m. in dat de paaskaars al brandt als de gemeente binnenkomt. Aan de paaskaars worden alle andere kaarsen (bijvoorbeeld kaarsen op de avondmaalstafel, licht dat meegaat naar de kindernevendienst, de doopkaarsen) aangestoken. Na afloop van de dienst wordt de kaars gedoofd.

In de paasnacht of op de eerste paasdag wordt er een nieuwe paaskaars ontstoken en de kerk binnengedragen. De paaskaars staat gewoonlijk bij de doopvont. In een uitvaartdienst staat de paaskaars bij de kist.

Keuzemogelijkheden

Men kan de paaskaars gebruiken volgens rooms- of oud-katholieke traditie: dan is de kaars symbool van de Opgestane Heer en brandt deze van Pasen tot Hemelvaart of Pinksteren en daarna alleen bij doop en uitvaart.

Men kan de paaskaars ook gebruiken volgens de in de protestantse kerk gegroeide gewoonte. Dan fungeert de paaskaars eigenlijk als Godslamp: teken van de aanwezigheid van de Levende Heer.

Wanneer men kiest voor het in protestantse kerken gegroeide gebruik, komt men voor de vraag te staan: hoe om te gaan met de paaskaars in de Stille Week?

Multifunctionele kerkzaal

Wanneer de kerkzaal door de week ook gebruikt wordt door andere gebruikers of wanneer in de vierruimte voorafgaand aan de viering een andere activiteit plaatsvindt (koffiedrinken, concert, vergadering enz.), is het te overwegen de paaskaars pas aan te steken bij de aanvang van de kerkdienst. De volgorde blijft: de viering begint pas wanneer de paaskaars brandt.

Omgekeerd is het niet passend de paaskaars te doen branden tijdens een seculiere bijeenkomst. 

Witte Donderdag

Men kan ervoor kiezen met de paaskaars te handelen zoals in rooms- of oud-katholieke kerken met de Godslamp gehandeld wordt: dan wordt op de Witte Donderdag na het avondmaal de tafel afgeruimd en worden alle liturgische attributen weggedragen, inclusief de paaskaars.

De paaskaars kan in een zijkapel gezet worden ten teken dat Christus uit het zicht verdwenen is en Zijn weg alleen gaat. Genoemd wordt in dat verband dat Jezus door zijn discipelen in de steek gelaten wordt en dat in 1 Petrus 3 en 4 (1 Petrus 3:18-20 en 1 Petrus 4:6) geschreven staat dat Jezus na zijn sterven dood is naar het lichaam, maar naar de geest tot leven is gewekt en ook aan de doden het evangelie verkondigt . Als de liturgische attributen zijn weggedragen zingt de gemeente bijvoorbeeld het Taizélied ‘Waakt en bidt’ en verlaat de kerk.

De vraag of de paaskaars op Witte Donderdag gedoofd dan wel brandend wordt weggedragen is er meer een van praktische, dan symbolische aard. Men kan op de lege avondmaalstafel een klein lichtje laten branden om niet te vergeten wat we al weten: dat het toch Pasen is geworden.

Goede Vrijdag

Wanneer het doven van de paaskaars gezien wordt als teken van het sterven van Christus, ligt het voor de hand de kaars te doven op Goede Vrijdag na het slot van de lezing over het sterven van Jezus. Voor het sterven is het doven van een kaars een herkenbaar beeld. Bij het overlijden van mensen spreekt men soms ook van een kaarsje dat gedoofd is.

Het doven van de paaskaars heeft een sterk dramatisch effect. Wellicht geldt dat hoe menselijker men Jezus ziet, des te groter de behoefte is de kaars te doven op Goede Vrijdag om daarmee te benadrukken dat Jezus de weg is gegaan van alle mensen. Ook nu kan men op de lege avondmaalstafel een klein lichtje laten branden om niet te vergeten wat we al weten: dat het toch Pasen is geworden.

Daarbij kan gezegd worden:

Op Goede Vrijdag:
Ook al sterft Jezus aan een kruis,
zijn levenslicht zal niet doven,
maar elders nog heerlijker stralen.
Als teken daarvan
brengen wij het licht van de paaskaars
nu over naar een kaars onder het kruis.
Die kaars zal blijven branden
ook als de paaskaars wordt gedoofd.

 »lees verder»

 

Palestijnse Said: “Ik wist amper wat er in de Bijbel stond”

Aan de muur hangt een afbeelding van de Heilige Maria met een rozenkrans eromheen gedrapeerd. Said is leraar Engels en werkt in de nabijgelegen stad Jenin. Het katholieke gezin is één van de weinige christelijke families in het dorp. Af en toe komt er een priester van middelbare leeftijd op bezoek om voor te gaan in de dienst.

Bijbel en jongeren

Said begint te vertellen: “Ik groeide op in een christelijk gezin, maar op de vragen van mijn moslimburen moest ik vaak het antwoord schuldig blijven. Ik wilde meer weten over mijn eigen geloof. Via een Arabische christelijke satellietzender luisterde ik naar preken van voorgangers. Het nadeel van televisie is alleen dat je geen vragen terug kunt stellen.” Een christelijke vriend bood uitkomst. “Ik heb nu iets veel beters!” zegt hij verrukt. Said verlaat de woonkamer en komt algauw terug met een klein apparaatje. Het is een audiobijbel, legt hij trots uit, gekregen via het Bijbelgenootschap. “Ik ben niet zo’n lezer, dus deze audiobijbel is ideaal. Voor het eerst ging de Bijbel echt voor mij open. Dat gunde ik anderen ook!” Vanuit die gedachte volgde Said een training voor bijbelkringleiders in Bethlehem. Met een tas vol materialen kwam hij thuis. Nu leidt hij een bijbelkring voor jongeren. Trots laat hij op zijn telefoon de foto’s zien.

Aan het eind van de middag reizen we verder naar Tubas, een stad in het noordoosten van de Westelijke Jordaanoever met zo’n 16.000 inwoners. Het is ondertussen donker geworden. We komen aan bij een kleine Grieks-orthodoxe kerk en worden hartelijk ontvangen door de koster (zie foto). In korte tijd vult het kerkje zich met gemeenteleden en de kopjes met Arabische koffie. Eén van hen is Victor (zie foto), die een bijbelkring voor tieners leidt. Hij is begin twintig en pas verloofd. Zijn vriendin is er ook. “Af en toe komt er hier wel een priester, maar deze is al oud en zijn preken weinig inspirerend,” vertelt hij. Al snel wordt me echter duidelijk dat het gemeenteleven hier niet van een oude priester afhankelijk is. Tijdens de koffie ontstaat het idee om een bijbelkring voor vrouwen te starten. Waarom zou Bijbellezen alleen iets voor tieners zijn?

Een plek van hoop

Heeft het christendom nog wel een toekomst in het Heilige Land? Het is een vraag die veel Palestijnse christenen bezighoudt. Het aantal christenen is de afgelopen eeuw drastisch afgenomen. Was in 1922, tijdens het Brits mandaat, nog 10% van de bevolking christen, nu is dat percentage gereduceerd tot 1,5%. Veel christenen, met name jongeren, besluiten te emigreren door de uitzichtloze situatie van het conflict en de slechte economische omstandigheden. De kerken krimpen en er is een ernstig tekort aan goede leiders. Genoeg reden dus tot zorg. Tegelijkertijd stemt deze dag me hoopvol. Ik zie gewone mannen en vrouwen opstaan, die gesterkt in hun geloof, de kerk weer een plek van hoop laten zijn.

Kerk in Actie ondersteunt het toerustingswerk onder Palestijnse christenen, o.a. door het gezamenlijke bijbelstudieprogramma van Sabeel met de Evangelisch Lutherse Kerk.

Dit artikel is onderdeel van een serie over de drie verschillende en gelijkwaardige roepingen van de Protestantse Kerk.

  • de roeping om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël;
  • de diaconale roeping om solidair te zijn met hen die lijden onder onrecht, verdrukking en geweld;
  • de oecumenische roeping om de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking te zoeken en te bevorderen met andere christenen, inclusief Palestijnse christenen. 
 »lees verder»

 

Scriba René de Reuver: "Kerk staat midden in de samenleving"

Keren we terug naar de activistische kerk uit het einde van de vorige eeuw? Wil de kerk, in weerwil van de voortgaande ontkerkelijking, parmantig haar relevantie tonen? Het korte antwoord op deze vragen is nee.

Toch zijn dit wat mij betreft terecht kritische vragen. Ik hoor er betrokkenheid in op de kerk en zorg over haar koers. En dan kun je de vraag stellen wat eigenlijk de identiteit van de kerk is, en hoe we kerk kunnen zijn in onze democratische samenleving.

Door de eeuwen heen heeft de kerk haar positie in de samenleving gezocht. Altijd vanuit het diepe besef dat de God de Schepper is van hemel en aarde. Als schepper staat Hij niet alleen aan het begin, maar blijft Hij op zijn wereld betrokken. Hij herschept haar tot een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In het midden van de tijd komt Hij. In de misère van mens en wereld wordt God mens, in Jezus. Niet in de tempel of in een paleis, maar midden in deze wereld.

Waar Christus is, daar is de kerk. Wij worden geroepen Hem te volgen, midden in deze wereld. Onze kerkorde verwoordt dit zo: ‘De kerk belijdt telkens opnieuw in haar vieren, spreken en handelen Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld en roept daarmee op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.’ (artikel I,6). De visienota ‘De hartslag van het leven’ (2012) vat dit samen in de koene stelling: ‘De kerk is politiek.’ Want: ‘God doet aan politiek door een samenleving te scheppen van verzoening tussen mensen, van liefde en dienstbaarheid.’

Het is zoals de bekende Duitse dominee Dietrich Bonhoeffer, in de aangrijpende tijd van Nazi-Duitsland, steeds benadrukte: de kerk heeft haar plek in de wereld. Hij wees erop dat de kerk zich in de wereld moet concentreren op het kruis van Christus en op de nood van zusters en broeders. Deze twee zijn niet van elkaar te scheiden. En ook wat mij betreft komen deze twee elementen steeds terug: het gaat om God en om de wereld waarin wij leven. Die twee zijn niet los van elkaar te trekken, maar zijn verbonden met elkaar.

De positie die de Protestantse Kerk nu driemaal achtereen heeft ingenomen staat in deze traditie. Het luistert hier echter nauw. De kerk is immers geen politieke organisatie, pressie- of actiegroep. Ze heeft haar eigen identiteit. En vanuit haar eigen perspectief draagt zij haar steentje bij aan de democratie. Niet als (partij)politiek programma, maar als een ambtelijk spreken met haar eigen instrumentarium van Woord en gebed.

Zo wil de Protestantse kerk aanwezig zijn in de samenleving. Ook in de klimaatmars. Omdat wij ons geroepen voelen te zorgen voor Gods aarde. Omdat we onze zorgen willen uiten. En om een appèl te doen op heel onze samenleving.

 »lees verder»

 

Deze gemeenteleden mogen straks uitvaarten leiden: "Wij kunnen dicht bij mensen en wensen staan"

Als impulsief gevoelsmens was Gea Krol (57) er snel bij om zich aan te melden voor de cursus rouwbegeleiding en uitvaartdienst van de Protestantse Kerk. Als receptioniste bij Talma Hûs in Feanwâlden is zij ook koster bij uitvaartdiensten daar. "Dan zie je hoe mooi het is om een leven goed af te sluiten. Nu ik de verrijkende en pittige cursus gedaan heb, zit ik er heel anders bij.’’

De 61-jarige Johanna Schaap, ouderenwerker bij de gemeente Harlingen, is bedachtzamer. Zij ziet de training als een mooie aanvulling op een eerdere opleiding rouw- en verliesbegeleider. "Ik ben later aangehaakt. Ik heb dat vooral gedaan omdat onze predikanten en kerkelijk werkers zoveel uitvaarten hebben dat zij onvoldoende aan hun andere werk toekomen.’’

In hun cursusgroep van twaalf – drie uit Dokkum – zaten veel deelnemers met een zorgachtergrond. "En maar één man, de arme ziel’’, zegt Krol. Haar medecursist denkt dat vrouwen meer hebben met het empatische en zorgende. "In die zin zijn wij heel geschikt voor dit werk, al ligt de zakelijke kant van het uitvaartwezen ons dan weer wat minder.’’

In vier cursusdagen met acht onderdelen bekwaamden de deelnemers zich in gespreksvaardigheden, nabestaandencontact, theologische en levensbeschouwelijke verkenningen, vormgeving van uitvaartdiensten en symbolen en rituelen. De praktijkdag aan het eind – het in koppels compleet uitvoeren van een casus met feedback op hun presentatie – had voor hen nog wel een keer extra gemogen.

Aan de hand van een boek van predikant Aart Mak moest ook veel aan zelfstudie worden gedaan. "Ik zat net een tijdje thuis na een knieoperatie. Dat kwam nu wel aardig uit’’, vertelt Krol.

Beiden vinden het maken van een overdenking met een verdieping aan de hand van een Bijbeltekst het lastigste aspect van hun nieuwe functie. "Daar zullen theologen minder moeite mee hebben. Je moet toch een mens neerzetten zoals die was en ook een verhaal houden dat voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk is’’, vindt Schaap. Haar cursusgenoot wil vooral ook troost meegeven in haar benadering en verhaal.

Schaap kijkt verder dan de kerk als het om uitvaartbijeenkomsten gaat. Zij geeft graag in samenspraak met de nabestaanden eigen kleur en sfeer. "Een samenkomst kan ook op een boerderij, in een kroeg of bij het bedrijf waar iemand heeft gewerkt. Mijn passie ligt ook in het afwijken van het traditionele. Wij kunnen dichtbij mensen en wensen staan.’’

Wat hun exacte status wordt, weten de drie – Mieke Visser deed ook mee – nog niet. Misschien ambtsdrager met een bijzondere opdracht. Krol: "Wij hebben net als ouderlingen geheimhoudingsplicht en moeten ook ondersteuning van de kerk hebben.’’

Johanna Schaap vindt dat zij toch wel een speciale taak krijgen. "Ik zou het ook goed vinden als er een vergoeding tegenover staat en daarmee het werk wordt gewaardeerd. Wij hebben de opleiding ook zelf betaald en kunnen ook als zelfstandige dit werk doen na deze cursus.’’

Hoe de toedeling van uitvaarten moet gebeuren, is nog een vraagteken. Misschien kunnen ze als drie nieuwe begeleiders de maanden verdelen. Ook is het mogelijk dat mensen voor een van hen kiezen, omdat ze hen kennen en elkaar liggen. "Mensen zouden over zaken rond een uitvaart misschien ook eerder eens kunnen nadenken’’, vinden ze beiden. Hierover volgt nog overleg met de Dokkumer predikant Herman de Vries en kerkelijk werker Grietje Jelsma.

Uitvaartdienstleider vinden ze zelf een wat lange, maar wel de lading dekkende titel voor zichzelf. Met het wel gebezigde begrip lekenpreker als onderscheid met theologisch hoger geschoolden, hebben ze moeite. Schaap: "Bij een leek denk je toch snel aan iemand die van niks weet.’’

‘Wij hadden afgelopen jaar 91 uitvaarten en dat doorkruist altijd de agenda’s’

De twee overgebleven predikanten (van ooit vijf) en twee kerkelijk werkers kregen het in Dokkum te druk met het verzorgen van uitvaarten. Kerkelijk werker Grietje Jelsma van de Protestantse Gemeente Dokkum-Aalsum-Wetsens regelde dat dit jaar in de stad een cursus 'Leiden van uitvaartdiensten door gemeenteleden' werd gehouden. Met drie deelnemers uit Dokkum en negen van buitenaf.

"Wij hadden afgelopen jaar 91 uitvaarten en dat doorkruist altijd de agenda’s. Vooral in drukke periodes rond feestdagen en met vakanties veroorzaakte dit een hoge werkdruk’’, licht Jelsma toe.

De drie gemeenteleden die de intensieve training van de landelijke Protestantse Kerk in Nederland met een certificaat hebben afgesloten, zullen nu enkele keren met de dominees en kerkelijk werkers meelopen in de praktijk. Zij worden in een kerkdienst officieel voorgesteld aan de gemeente. "Zij krijgen ook de zegen mee voor hun werk’’, verwacht Jelsma.

Volgens de kerkorde hoeft het trio niet in een ambt bevestigd te worden. Maar hoe daar exact mee omgegaan wordt, is nog onderwerp van gesprek in de algemene kerkenraad.

 »lees verder»

 

Vandaag heeft groep 1 een dominee voor de klas

Zo ontwikkelen zij een open houding naar de kerk, dat is de hoop van zowel ds. Mirjam Buitenwerf als van directeur Lida Koetsveld.

Hoe doe je dat: kerk en basisschool samen op laten trekken?

Vier jaar geleden startte ds. Mirjam Buitenwerf als predikant van ‘De Jonge Kruiskerk’ in Amstelveen. In haar werk richt zij zich op kinderen en jongeren in (de omgeving van) de Kruiskerk van Amstelveen. Al snel nadat ze startte, legde ze contact met de Roelof Venemaschool, een school in de buurt. “Het opzoeken van mensen is de basis van al het werk dat ik doe. Daarom was het voor mij ook heel logisch om naar de school te gaan.” Met deze school had de kerk al een dun lijntje. Ieder jaar organiseerde de school het Kerstfeest in de kerk.

De directeur, Lida Koetsveld, stond direct open voor een nauwere samenwerking tussen kerk en school, omdat het een manier is waardoor de school invulling kan geven aan haar christelijke identiteit. Ook richting de ouders communiceert ze hierover heel duidelijk. De contacten met ‘De Jonge Kruiskerk’ zijn bijvoorbeeld opgenomen in de schoolgids. De coördinatoren onderbouw en bovenbouw werden verantwoordelijk voor het onderhouden van het contact met ‘De Jonge Kruiskerk’.


Zo introduceer je de kerk aan basisschoolleerlingen:

De Jonge Kruiskerk heeft goed contact met de Roelof Venemaschool. Ieder jaar staan er verschillende contactmomenten en activiteiten gepland. Daarbij komen de kinderen naar het kerkgebouw of komt iemand vanuit de kerk iets aan de leerlingen op school vertellen.

Programma samen met de Roelof Venemaschool

Groep 1/2 De dominee komt in de klas 
Groep 3 Viert als groep Kerst in de Kruiskerk
Groep 4 Verhaal van de intocht en Pasen met paasontbijt (Witte Donderdag in de kerk)
Groep 5 Een diaken komt vertellen over het diaconale werk van de kerk (op school, rond Kerst)
Groep 6 Oogstdag schooltuinen (i.s.m. voedselbank)
Groep 7 Speurtocht in de kerk, met uitleg over dopen en orgeldemonstratie 
Groep 8 Hemelvaart en Pinksteren, verhaal plus quiz (op school)

Bron: informatiebrochure van ‘De Jonge Kruiskerk’


Het doel is: iedere leerling heeft een open houding naar de kerk en het christelijk geloof.

Mirjam is duidelijk over het doel dat de kerk met haar aanbod heeft: “We willen echt geen zieltjes winnen, maar we willen een meer open houding naar de kerk en het christelijk geloof.” De activiteiten slaan aan. “De leerkrachten zijn heel blij als ik de kinderen kom vertellen over Hemelvaart en Pinksteren. Dat vinden ze vaak moeilijke feesten om iets mee te doen. En het Paasontbijt met groep 4 is ook ieder jaar weer een succes. Van te voren hebben de kinderen op school een lied ingestudeerd, dat ze die morgen bij het orgel zingen. Ook de ouders, die erbij zijn als begeleiders, zijn daarover enthousiast.”


Van een anti-houding naar positief over de kerk

Wanneer een kerk contact wil opbouwen met een school, vraagt dit volgens Mirjam veel geduld. “Sommige leerkrachten en directeuren hebben niets met de kerk. Sterker nog, ze zijn bijna anti.” Dit maakt dat het soms echt een paar jaar duurt, voordat je kunt gaan opbouwen op een school. Mirjam maakt daarom graag gebruik van lijntjes die er wel zijn tussen de kerk en de school. Zo willen christelijke leerkrachten en ouders van de school zich bijvoorbeeld meestal graag inzetten voor activiteiten rond kerk en school.

Die anti-houding ziet Mirjam overigens bij de ouders van de leerlingen verdwijnen. De meeste ouders vinden het mooi dat hun kinderen kennismaken met de wereld van de kerk, omdat dit een wereld is waarover ze hen zelf eigenlijk weinig of niets mee kunnen geven. Ze zien het als verrijking van de levens van hun kinderen.

Mirjam kent weinig andere kerkelijke professionals die zich bezighouden met het werk op school. En juist omdat het contact met scholen soms stroperig verloopt, zou ze graag zien dat er een platform ontstaat waarop mensen inspiratie op kunnen doen en ideeën kunnen uitwisselen. “Dat stimuleert mij om verder te gaan in het soms modderige werk.”


Nog veel meer plannen

Voor de toekomst heeft Mirjam nog plannen genoeg. Ze heeft contact met de directeur van een andere basisschool. Ook hier zou ze graag intensiever mee samenwerken. Maar ook voor de samenwerking met de Roelof Venemaschool heeft ze nog wel wat ideeën. Zo zou ze graag eens met de directeur bespreken of het mogelijk is om een Kliederkerk of kinderkoor in school te organiseren.

Daarnaast gaat ze graag met directeuren in gesprek over de identiteit van de school. Veel scholen zoeken naar manieren om invulling te geven aan de christelijke identiteit van de school. Mirjam gelooft dat de kerk hierbij kan helpen. Als predikant kan ze in gesprek met het team over de christelijke identiteit en kan ze scholing geven op dit terrein. “Als predikant sta je letterlijk dicht bij de school. Ik ken de context van de school goed en kan hier dus in de begeleiding goed op afstemmen. Daarnaast is het voor de kerk een erg mooie manier om te laten zien waarvoor je staat. Dit vraagt overigens wel echt keuzes van de kerk. Ben je bereid je professional gedeeltelijk te detacheren aan de school?”


Wil jij ook meer contact tussen school en kerk?

In vier jaar tijd heeft Mirjam samen met de school een klein curriculum ontwikkeld waardoor leerlingen op de basisschool ontdekken wat er in de kerk te geloven, te beleven en te vieren valt. Mirjam heeft dit curriculum ontwikkeld in nauwe samenspraak met de directeur en de coördinatoren van de school. Zo sluit het aan bij de vragen en behoeften van de leerkrachten, leerlingen en hun ouders. Dat betekent ook dat er geen standaard curriculum te geven valt. Een curriculum kerk en school kan alleen maar ontwikkeld worden in die samenspraak tussen school en kerk en zal er steeds anders uitzien.

Wil je zelf een structureel contact met de school in je buurt opbouwen en wil je dat iemand daarbij met je meedenkt? Neem dan contact op met een van de twee verbindend specialisten kerk & school, Johan ter Beek (voortgezet onderwijs) j.terbeek@protestantsekerk.nl en Corina Nagel (basisonderwijs) c.nagel@protestantsekerk.nl

 »lees verder»