Eerste publieke tafel van de scriba: “Goede theologie moeten we toegankelijk maken”

“Anders dan in de Verenigde Staten, erkennen we in Nederland dat er iets voorbij is. In Amerika zie je heimwee en angst. Die angst zouden wij volgens theoloog Edwin van Driel al overwonnen hebben”, aldus Van Ekris, “daardoor komt nieuwe creativiteit vrij.” De scriba vond het tafelgesprek dan ook interessant, aan-het-denken-zettend. “De rol van de kerk moet je niet devalueren”, zei Van Driel, “ze is juist een expressie van het heil. Christus brengt mensen samen; Hij verzamelt mensen die zeer verschillend zijn, rondom Hem, en vormt hen tot een gemeenschap. We zijn geneigd nogal pragmatisch over de kerk te denken, of ‘makerig’, alsof wij de kerk moeten redden of maken. Maar kijk eens met meer verwondering: Christus brengt ons samen en Hij trekt ook allerlei mensen in onze cultuur erbij.”

Kees van Ekris ging op woensdag 24 juni in gesprek met onder meer theoloog Edwin van Driel (hoogleraar theologie in Pittsburgh (VS)) en collega’s uit de kerk. “We konden samen als theologen, medewerkers van de dienstenorganisatie en collega’s, een uur lang met elkaar theologiseren. Hierdoor ontstond even een gezamenlijke reflectie over een vraag waar we allemaal mee bezig zijn: wat betekent het om kerk te zijn in een post-seculiere samenleving?”

Meer tafels

Deze ontmoeting is de eerste in de reeks ‘tafels van de scriba’: inspiratiemomenten waarin de scriba met experts in gesprek gaat over thema’s die ertoe doen voor kerk en geloof. Deze eerste publieke tafel was een experiment, bedoeld om theologisch interessante ontmoetingen en gesprekken zo toegankelijk mogelijk te maken voor collega’s in de kerk. Volgens Van Ekris laten goede theologen dingen zien die we zelf niet zien: “Juist daarom is het zo belangrijk om ze in huis te halen. Goede theologie moeten we breed toegankelijk maken. We moeten een plek van theologische inspiratie bieden voor mensen die met dezelfde dingen bezig zijn, zodat we samen leren denken en debatteren.”

Verschillende doelen

De tafels van de scriba hebben verschillende doelen, aldus Van Ekris: “visievorming en beleid, theologische verdieping en de oefening in het gesprek en het debat.” Volgens de scriba is dat ook hard nodig: “Het is belangrijk dat er in de kerk plekken zijn waar op een waardige, inhoudelijke en, je zou bijna zeggen, conciliaire manier het theologisch gesprek wordt gevoerd over onze kerk en haar gestalte in onze tijd.”

Vervolg

De bedoeling is dat er nog veel verschillende soorten tafels zullen volgen. Soms zullen er grotere tafels zijn, breed aangekondigd en uitgezet. Andere keren zullen er besloten tafels zijn, wanneer spanningen hoog zijn en onderwerpen complex, maar wanneer er toch met elkaar gesproken moet worden. Daarnaast zullen er, net als afgelopen woensdag, ‘in-between’-tafels zijn: min of meer “toevallige” tafels met de scriba waar anderen bij aan kunnen sluiten.

 lees verder
 
Kelly en Salvatore: “We willen snel en goed antwoorden zodat mensen verder kunnen” 

Kelly de Hoop (1987) is sinds acht jaar medewerker Gemeentecontacten. Ze studeerde Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool Ede en werkte in de kerk onder andere als jeugdwerker. Kerkelijk is ze actief in de wijkgemeente Bethel van de Protestantse Gemeente Zeist. Salvatore Pirruccio (1967) werkt een kleine twee jaar in het team, na een loopbaan als ontwikkelaar van computerchips. In zijn woonplaats Woudenberg is hij lid en scriba van een van de twee hervormde wijkgemeenten. 

Hoe vinden gemeenten jullie? 

Pirruccio: “Vragen komen vooral binnen per mail of telefoon. Het aantal vragen verschilt per dag en per seizoen. Vragen zijn seizoensgebonden: momenteel komen er vragen binnen over de uitwerking van het jaarthema ‘Beweeg mee!” De Hoop: “Mensen bellen op het moment dat zij tijd hebben. Predikanten vaak op maandagochtend, een scriba op donderdagochtend na de kerkenraadsvergadering. In het weekend hebben mensen tijd om te mailen, op maandagochtend zit onze mailbox vol.” 

Welke vragen komen binnen?  

Pirruccio: “Dat kan echt van alles zijn. Vanochtend nog: een emeritus predikant die pastorale diensten verleent aan een gemeente is ziek en verwacht niet terug te komen. Zijn vraag was of hij zich moest laten keuren door een bedrijfsarts en wat de financiële gevolgen zijn. Best een complexe vraag: voor een emeritus predikant gelden andere regels dan voor een predikant onder de pensioengerechtigde leeftijd. Op de website van de kerk staat de informatie vaak zo uitgebreid dat gemeenten daar niet altijd uitkomen. Ik zocht het voor hem uit en kon vertellen hoe het werkt.” 

De Hoop: “Vragen kunnen echt overal over gaan: beroepingswerk, arbeidsvoorwaarden, kerkorde en kerkelijk recht, conflictsituaties, liturgie, Sirkelslag, hulp aan asielzoekers, aan mensen in nood, pastorale vragen... Door de jaren heen deden we zo veel ervaring op dat we mensen meestal een eind op weg kunnen helpen. Komen we er niet uit, dan vragen we een specialist om hulp.” Pirruccio: “Wij vormen de eerste lijn en beantwoorden zo veel mogelijk vragen die anders de rest van de organisatie in zouden gaan. Dat is onze kracht, we helpen de gemeenten verder.” 

Jullie overbruggen de afstand tussen de plaatselijke gemeente en ‘Utrecht’? 

De Hoop: “Dat hoop ik wel. Wij krijgen veel voor elkaar. Met goede antwoorden en adviezen wekken we vertrouwen bij gemeenten. Dat is wat wij willen: een snel en goed antwoord waar mensen mee verder kunnen. Als iets niet kan, leggen we uit waarom niet en komen we met alternatieven. Wij zijn een team met verschillende achtergronden en ervaring in de kerk, we vullen elkaar aan. Dat komt de dienstverlening ten goede.” 

Hoe beïnvloedt de inhoud van de vragen jullie werk? 

Pirruccio: “Als er over een actueel onderwerp veel vragen binnenkomen, dan zoeken we contact met collega’s om een goed antwoord te kunnen geven. Bij tekorten in onze kennis laten we ons informeren door collega’s. Zo konden wij vele gemeenteleden die belden over de invoering van een Verklaring Omtrent Gedrag uitleggen hoe het werkt en waarom het nodig is.” 

De Hoop: “Wij volgen de ontwikkelingen in de synode, zoals rond de ambtsvisie, over de positie van predikant en pastor. Wij zijn ook de voelsprieten van de kerk. Als we merken dat er veel onduidelijkheid bestaat over een onderwerp, geven we dat door aan team Communicatie, dat open staat voor onze suggesties.” 

Wat maakt jullie werk bijzonder? 

De Hoop: “Contactcentrum klinkt misschien zakelijk, maar ons gaat het om de christelijke gemeente en haar taak in de wereld. Het mooie van ons werk is dat wij heel veel toegewijde vrijwilligers spreken, waarvan sommige hard bezig zijn met overleven. Dat leidt tot mooie, verdiepende gesprekken.” 

Pirruccio: “Ik ervaar elke dag dat mensen die ons bellen onze zusters en broeders zijn.” 

Neem contact op met het Contactcentrum via info@protestantsekerk.nl of (030) 880 14 00 (ma. t/m do. van 9.00 tot 17.00 uur, vrij. van 9.00 tot 15.00 uur). 

 

 lees verder
 
Kerk in Actie start noodhulp na aardbeving in Venezuela 

De chaos is enorm: gebouwen zijn ingestort en reddingsteams zoeken onder moeilijke omstandigheden naar mensen die nog vastzitten. Families verkeren in angst en onzekerheid terwijl zij wachten op nieuws over hun geliefden. 

Geef nu

Groot tekort aan schoon drinkwater 

Voor veel mensen veranderde het leven in enkele seconden. Huizen zijn zwaar beschadigd of volledig verwoest, waardoor gezinnen plotseling zonder onderdak zijn komen te zitten. Velen weten niet waar zij de komende nachten veilig kunnen doorbrengen. Daarnaast is er een groot tekort aan schoon drinkwater, voedsel en andere eerste levensbehoeften. 

Situatie verergert 

De aardbeving treft een land dat al in een uiterst kwetsbare situatie verkeert. Al vóór deze ramp hadden bijna 8 miljoen mensen in Venezuela humanitaire hulp nodig. De gevolgen van de aardbeving dreigen deze noodsituatie verder te verergeren. 

Kerk in Actie komt samen met lokale partners direct in actie om hulp te bieden waar die het hardst nodig is. Via het noodhulpprogramma van Kerk in Actie worden getroffen gezinnen ondersteund met voedsel, schoon drinkwater, hygiëneproducten en andere essentiële hulpgoederen. 

Help mee 

Juist nu is snelle hulp van levensbelang. Met jouw gift kan Kerk in Actie helpen en perspectief bieden aan mensen die alles zijn kwijtgeraakt. Geef online via de onderstaande button of maak je bijdrage over via rekeningnummer NL89 ABNA 0457 457 457 onder vermelding van ‘Noodhulp Kerk in Actie’. Dank voor jouw gift! 

Geef nu

NB: Voor een noodhulpcollecte in de kerk zijn een collecteafkondiging, kerkbladbericht, collectesheet en een filmpje beschikbaar.

 lees verder
 
Collecterooster Protestantse Kerk/Kerk in Actie 2027 is uit!

Het collecterooster sluit aan bij het jaarthema van de Protestantse Kerk voor 2026/2027: ‘Beweeg mee! Kerk-zijn in het krachtenveld van Christus’. Dit thema nodigt gemeenten uit om niet stil te blijven staan, maar actief deel te nemen aan wat God doet in de wereld. Collecteren is daarin meer dan een financiële bijdrage: het is een concrete manier om geloof, vertrouwen en verbondenheid uit te drukken. Door te geven, worden gemeenten onderdeel van een wereldwijde beweging van zorg en betrokkenheid. Zo zijn we samen kerk in actie.

Breed palet aan projecten

In het collecterooster 2027 staat opnieuw een breed scala aan projecten centraal. Gemeenten ondersteunen daarmee werk op het gebied van:

  • Noodhulp: zoals hulp aan ontheemden in Myanmar en Burkina Faso
  • Werelddiaconaat: bijvoorbeeld landbouwprojecten in Nepal en Guatemala
  • Zending: zoals ondersteuning van kerken in Marokko en Nicaragua
  • Binnenlands diaconaat: onder andere armoedebestrijding en hulp aan gevangenen in Nederland

Daarnaast wordt er gecollecteerd voor doelen op het gebied van missionair werk, pastoraat en jonge generaties binnen de Protestantse Kerk.

De projecten zijn zorgvuldig afgestemd op het kerkelijk jaar en op actuele thema’s. Zo wordt op Biddag (en rond Internationale Vrouwendag) gecollecteerd voor boerinnen in Ghana en rond Wereldvluchtelingendag voor kerkelijk werk onder migranten in Marokko.

Wereldwijde verbondenheid

Veel projecten laten zien hoe kerken wereldwijd van betekenis zijn voor hun omgeving. Of het nu gaat om jongeren die toekomstperspectief krijgen in Moldavië, vluchtelingen die worden opgevangen in Zuid-Soedan of kerken die hoop bieden in Oekraïne: overal speelt de lokale kerk een sleutelrol. Kenmerkend voor Kerk in ActieVerder lezenWat maakt Kerk in Actie uniek? is dat er altijd wordt samengewerkt met lokale kerken en organisaties. Daardoor is de hulp duurzaam en blijft deze ook bestaan nadat een project officieel is afgerond.

Extra informatie per collecte

Het landelijke collecterooster 2027 is bedoeld als handreiking voor diaconieën bij het samenstellen van hun eigen plaatselijke rooster. Bij elk project is duidelijke informatie beschikbaar, inclusief materialen zoals verhalen, foto’s en/of video’s.

Gemeenten kunnen er ook voor kiezen zich extra te verbinden aan een actieland, om gedurende meerdere jaren betrokken te zijn bij specifieke projecten. In de brochure staan daarnaast tips voor een maximale collecteopbrengst, nuttige achtergrondinformatie en afdrachtgegevens.

Samen verschil maken

Diakenen, ZWO-commissies en kerkrentmeesters ontvangen het collecterooster 2027 automatisch; het is ook online beschikbaar. Extra exemplaren zijn te bestellen via de webwinkel.

>> Bekijk het collecterooster op kerkinactie.nl/collecterooster.

 

 lees verder
 
Buurtpastor Anne Grijzenhout: “De dienst aan de wereld is buiten het kerkgebouw”  

  • buurtpastor en diaconaal werker in wijkgebouw De Bron in Rotterdam, daarvoor acht jaar communicatiemedewerker bij Wycliffe Bijbelvertalers, de laatste twee jaar in de rol van relatiebeheerder kerken.
  • hbo Journalistiek, nu bezig met hbo Theologie 

Hoe ervaar je je roeping? 

“Ik heb hier de functie van buurtpastor en diaconaal werker. Als buurtpastor ben ik er voor alle bezoekers. Aanwezig zijn is vaak al genoeg, het gesprek ontstaat vanzelf. Als diaconaal werker ben ik juist heel praktisch bezig. Zo zorg ik er bijvoorbeeld voor dat de voedselverdeling blijft lopen, ben ik vraagbaak of help ik bij het repareren van een fiets. Toen ik de vacature voor pionier bij De Bron zag en een dagje meeliep, wist ik meteen: dit is waarom ik de studie Theologie ben gaan doen.” 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?  

“Tijd doorbrengen met God is voor mij onmisbaar: de stilte zoeken, bijbellezen, bidden, naar de kerk gaan en gesprekken voeren met andere gelovigen. Daarnaast is de samenwerking met collega’s, vrijwilligers en bezoekers van De Bron belangrijk.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?  

“Ik probeer mijn grenzen te bewaken, dat is echt nodig. Er zijn hier zo veel problemen, je kunt niet alles op je schouders nemen. Ik woon zelf niet in Rotterdam, na het dichttrekken van de deur heb ik een halfuur reistijd om alles te verwerken, dat helpt. Verder zoek ik ontspanning in lezen, koken, muziek of een potje FIFA op de PlayStation. En in tijd doorbrengen met mijn gezin, de familie eromheen en vrienden.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?  

“Eens in de twee weken is hier een laagdrempelige ontmoetingsdienst. Ik vind het heel mooi om daarin voor te gaan. Ik probeer het evangelie op een begrijpelijke manier over te brengen. Dat is best een hele uitdaging, want er komt hier een gemengde groep van internationale bezoekers, gelovig en niet-gelovig. Ik denk goed na over wat ik zeg en hoe ik het breng. Daarnaast help ik graag mensen met hun vragen. Dat kan heel praktisch zijn. Ik ben handig op computer en telefoon, kan snel iets fiksen. Maar ook koffie- en theezetten en schoonmaken horen daarbij.” 

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?  

“Hbo Theologie. Ik zie regelmatig interessante opleidingen en cursussen voorbijkomen, maar daar heb ik nu geen tijd voor.” 

Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?  

“Zeker. Dat zie ik bijvoorbeeld bij de vrijwilligers die hun talenten willen inzetten voor de mensen om hen heen. En ook in het contact met studenten. De meeste bezoekers van De Bron zijn 60-plus, maar we willen er voor de hele wijk zijn. Aan de overkant van de straat staat een studentenhuis met 60 studenten. Op een dag schoof een van hen aan bij de koffie, en inmiddels komen vaker studenten langs, bij een activiteit of als vrijwilliger. Een van hen gaat zelfs de Alphacursus doen. Daarin zie ik Gods aanwezigheid.” 

Welk boek, welke film of podcast raad je collega’s aan? 

“Het boek Hoe Jezus de wereld op zijn kop zet (en mijn leven ook) van Shaine Claiborne. Best een radicaal boek dat stimuleert om de Bergrede in de praktijk te brengen. Volgens mij was Jezus zelf ook radicaal. Het daagt mij uit om radicaal christen te zijn. Ik wil iedereen die ik bij De Bron ontmoet, van welke achtergrond ook, iets van Jezus’ liefde meegeven, er voor de ander zijn. Zoals in Matteüs 25 staat: ‘... alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.’” 

Welke bijbeltekst gaat met je mee?  

“Dat zijn er twee. Johannes 15:1-8: een aansporing om dicht bij Jezus te blijven leven, zonder Hem kan ik niets. En Filippenzen 4:6-7, mijn belijdenistekst. ‘Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.’ Deze teksten komen regelmatig bij me boven en herinneren me eraan dat iets zonder Jezus geen vrucht kan dragen en dat je niet bezorgd hoeft te zijn maar alles bij God neer mag leggen.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk? 

“Jezus zei: ‘De velden zijn wit om te oogsten.’ In Rotterdam zijn er nog zo veel mensen buiten de kerk die niets weten van het bevrijdende evangelie van Jezus. Daar ligt een duidelijke taak voor de kerk. De kerk is vaak druk met interne zaken en vergeet soms haar eigen opdracht: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen', Matteüs 28:19. De kerk mag die opdracht serieuzer nemen. Aan het werk! In de kerk kom je om op adem te komen, maar er is een dienst aan de wereld en die is buiten het kerkgebouw.” 

 lees verder
 
Belastingdienst scherpt regels voor ANBI’s aan

Het volstaat dus niet om als gemeente of diaconie zomaar geld achter de hand te houden voor de zekerheid of voor de toekomst. Per reserve moet kunnen worden uitgelegd waarvoor het geld is bestemd. 

Waarom is dit belangrijk? 

Alle gemeenten en diaconieën van de Protestantse Kerk hebben een ANBI-status. Die biedt fiscale voordelen voor de gemeente, omdat giften aan de kerk vrij van schenkbelasting en erfstellingen vrij van erfbelasting mogen worden ontvangen. Voor giftgevers is het voordeel dat zij giftenaftrek kunnen krijgen.

Aan die status zijn vanuit de overheid verplichtingen verbonden. Zo moet er dus voortaan een onderbouwing van reserves worden opgenomen in het beleidsplan en in de financiële administratie. De bewijslast hiervan ligt bij de gemeente of diaconie zelf. Een gemeente of diaconie die deze onderbouwing niet heeft, riskeert het verlies van de ANBI-status. 

Richtlijn in de maak 

In beginsel is iedere rechtspersoon binnen de Protestantse Kerk volledig zelf verantwoordelijk om te voldoen aan de ANBI-regels. Deze aanscherping komt van de Belastingdienst, niet van de landelijke kerk. 

Vanuit de dienstenorganisatie, VKB Kerkrentmeesters, Federatie van Diaconieën en GCBB wordt er gewerkt aan een richtlijn die gemeenten en diaconieën praktische handvatten geeft voor een helder en verdedigbaar reserveringsbeleid dat voldoet aan de ANBI-regeling. Daarbij wordt ook bekeken in welke gevallen de Belastingdienst strenger lijkt te zijn dan de wet en hoe daarmee moet worden omgegaan. Het maken van de richtlijn vraagt om zorgvuldige afstemming. Op dit moment is nog niet bekend wanneer de richtlijn gereed is. 

Wat kunnen gemeenten en diaconieën nu al doen? 

Voorlopig kunnen gemeenten en diaconieën dit beleid afwachten. Desondanks kunnen zij zich intern al voorbereiden. Zij kunnen nu al beginnen door de reserves tegen het licht te houden: hoe groot zijn ze en kan per reserve worden uitgelegd wat de bestemming ervan is? 

Als er nu al vragen zijn, is een gesprek met het CCBB een goede eerste stap. Ook kan informatie ingewonnen worden bij de VKB Kerkrentmeesters. En als er forse veranderingen plaatsvinden waarop de colleges zich moeten beraden, zoals het (her)bestemmen van vermogen of grote legaten voor de lange termijn, dan kan het raadzaam zijn al eerder advies in te winnen. 

 lees verder
 
Aan tafel met de scriba en theoloog Edwin van Driel: "Jullie in Nederland zijn verder dan wij in Amerika"

Edwin van Driel is hoogleraar theologie in Pittsburgh (VS). Zijn expertise: het floreren van christelijke gemeenschappen in een seculiere context. Kees van Ekris ontmoette hem twee jaar geleden, toen Van Driel met Amerikaanse theologiestudenten Nederland bezocht. "Hij zei me toen dat wij in Nederland volgens hem verder zijn dan zij in Amerika", vertelt Van Ekris. "Wij zijn op veel plekken door de secularisatie heengegaan, en hij ziet juist creativiteit en inventiviteit in onze kerk. Dat verraste me. Om me heen merk ik vaak negativiteit over onze kerk, ook in de kerk zelf. En nu hoorde ik een stem van buiten daar heel anders over denken. Dat boeide me."

Wie is Edwin van Driel?

Van Driel had een vormende invloed op de Britse theoloog Sam Wells, bekend van zijn denken over being with. In 2025 verscheen zijn boek The Incarnation as God's First Intention, over God die al vanaf het begin – en dus niet pas na de zondeval – mens wil worden. Dit voorjaar sprak hij voor de Zwitserse zusterkerk over de theologische betekenis van de kerk vandaag. Vooral daarover gaat het gesprek op 24 juni: wat is de spirituele en theologische betekenis van de kerk in onze postseculiere tijd?

Naast Van Ekris en Van Driel zit ook Jan Martijn Abrahamse aan tafel, lector aan de Christelijke Hogeschool Ede en auteur van Verlangen naar het heilige.

Tafels van de scriba

Deze ontmoeting is onderdeel van de reeks 'tafels van de scriba': inspiratiemomenten waarin de scriba met experts in gesprek gaat over thema's die ertoe doen voor kerk en geloof. De tafels zijn bedoeld als instrument voor visievorming en beleidsontwikkeling, maar willen ook breder bijdragen aan inspiratie, netwerkvorming en een cultuur van reflectie en contemplatie binnen de kerk. In het najaar volgen meer tafels.

Praktische informatie en aanmelden

Het gesprek vindt plaats op woensdag 24 juni om 15.45 uur in de kapel van het dienstencentrum in Utrecht, duurt ongeveer een uur en de voertaal is Nederlands. Er is ruimte voor een beperkt aantal deelnemers. Laat weten of je interesse hebt om deze tafel bij te wonen. Je hoort dan zo snel mogelijk of je welkom bent!

 lees verder
 
Hugo de Jonge wordt nieuwe voorzitter CIO

De Jonge is lid van de Protestantse Kerk in Nederland en momenteel de Commissaris van de Koning in Zeeland. Eerder was hij tussen 2022 en 2024 respectievelijk minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte IV. Daarvoor was hij viceminister-president en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte III en wethouder onderwijs, jeugd en zorg in Rotterdam. De heer De Jonge startte zijn loopbaan in het onderwijs. 

Trijnie Bouw zit namens de Protestantse Kerk in het moderamen van CIO en zegt blij te zijn met de benoeming: “Hugo de Jonge brengt met zijn bestuurlijke ervaring en kerkelijke betrokkenheid precies de combinatie die het CIO nodig heeft. Ik heb goede verwachtingen van zijn voorzitterschap en ben dan ook enthousiast over deze aanstelling.”

Het Interkerkelijk Contact In Overheidszaken is een samenwerkingsverband van 26 christelijke kerken en 2 joodse gemeenschappen en behartigt hun gemeenschappelijke belangen bij de (Rijks)overheid. 

 lees verder
 
Leesrooster of vrije tekstkeuze: wat dient de gemeente het beste?

‘De kerk schrijft voor waarover gepreekt moet worden’, of ‘je kunt het gastpredikanten niet opleggen om in het beperkte aantal uren dat vergoed wordt over een verplichte tekst te preken’, wordt wel gezegd. Die opmerkingen zijn te begrijpen, maar gaan voorbij aan de waarde van het gebruik van een leesrooster.

Doorgaande lezing 

De Reformatie – die brak met de rooms-katholieke wijze van vieren – legde de nadruk op de dienst van het ‘Woord’. ‘Woord’ moet hier worden opgevat als ‘Christus’, het vleesgeworden Woord, mensgeworden belofte. Met het uitgangspunt van het ‘sola scriptura’ (alleen de Schrift) kwam na verloop van tijd de nadruk eenzijdig op het prediken uit de Schrift te liggen als (enige) hoofdonderdeel van de eredienst. Het kerkelijk jaar deed er niet meer toe zoals voorheen. Wel werd vaak een vorm van lectio continua gebruikt, waarbij door hele bijbelboeken heen gelezen en gepreekt werd, en de psalmen werden op een rij van 1 tot 150 doorgezongen. Maar dat gebeurde ongeacht of het Advent was, zomer, tijd voor Pasen of kerstochtend. 

In de 20e eeuw ontstond er in het gereformeerd protestantisme weer opnieuw relatie met de liturgische tijd van het jaar. Het was vooral de oecumenisch georiënteerde Liturgische Beweging die weer terugging naar de verbondenheid met de catholica: rooms- en oud-katholieke liturgische elementen, anglicaanse en lutherse. In die beweging greep men ook terug op leesroosters die al sinds eeuwen en ook wereldwijd verbonden zijn met het kerkelijk jaar. 

Willekeur tegengaan 

Een belangrijk argument was om ‘willekeur’ tegen te gaan, van predikanten die ieder hun eigen vorm van ‘liturgie’ meebrachten en zelf lezingen kozen. Daartegenover stond het principe dat de liturgie ‘van de gemeente’ was en niet per week van vorm wisselde, afhankelijk van de toevallige gastpredikant. Anders worden vaste vormen en rituelen immers na verloop van tijd amper nog herkend, omdat iedereen het anders doet. Dat maakt de gemeente passief. En dat terwijl de liturgie juist in de gemeente wortelt, niet in het predikantsambt. 

Afgezien van herkenbare vaste vormen in de liturgie is het gebruik van leesroosters een manier om zich in een bepaalde ‘objectieve orde’, een voorgegeven werkelijkheid, te voegen. Er zijn eenjarige of driejarige roosters van lezingen die vanouds bij een bepaalde zondag horen. Zodoende maakt een gemeente elk jaar de beweging door de gang van het liturgische jaar heen en bouwt door een herhaalde ervaring een steeds rijker geloof op. Het sluit immers elk jaar weer aan op wat er het jaar ervoor gehoord en beleefd is. In drie jaar loop je steeds dezelfde cirkels langs bijbelverhalen. 

Verbondenheid met de oecumene 

Het volgen van een leesrooster is dus niet zonder meer een beslissing van een kerk, maar het komt voort uit een bewustwordingsproces van verbondenheid met de kerk van alle eeuwen en plaatsen – óók als er in die kerk door de tijden heen variaties zijn geweest. Men sluit (weer) aan bij de hoofdstroom van de Kerk van alle tijden. 

Maar er is nog wat. De kerkdienst is bedoeld om de gelovige kerkgangers spiritueel te voeden, of anders gezegd: om hun geloof op te bouwen (te ‘stichten’). Als je vanuit dat educatieve doel van geloofsopbouw kijkt, dan is het merkwaardig om week aan week kriskras door de Bijbel heen te gaan. Dan zit er veel minder een continue en opbouwende lijn in. Je kunt daartegenin brengen dat de Schriftkeuze door de Geest is geleid en dat daarom de Dienaar des Woords daar een eigen vrijheid in moet houden. Dat is zo. Maar diezelfde Geest heeft ook de traditie van de kerk altijd geïnspireerd. En het ene uitgangspunt sluit het andere niet per definitie uit. 

Krimpende kerk 

Zeker in een krimpende kerk met veel deeltijd predikantsaanstellingen en daardoor veel gastpredikanten in de gemeenten, is de doorgaande lijn van de prediking van week tot week vaak zoek. Het gebruik van een leesrooster ondervangt dat. En vanuit de predikant gezien: zo eenvoudig is het niet om als gast in een gemeente aan te voelen waar de preek de komende zondag over zou moeten gaan. Als je je dan voegt in een gegeven traditie levert dat vaak verrassende inzichten op, omdat de teksten die om de drie jaar terugkeren steeds toegepast kunnen worden op een nieuwe situatie en in een nieuwe tijd. Omgekeerd geredeneerd: als je steeds met nieuwe ogen naar de tekst kijkt, wordt die tekst rijker en leer je hem dieper verstaan. 

Te beperkt? 

Een kritiekpunt is vaak dat grote delen uit de Bijbel niet meer aan de orde komen. Dat kritiekpunt is terecht, maar toch is er meer ruimte dan het lijkt. Leesroosters bieden lezingen uit het Oude Testament, uit de brieven en uit de evangeliën. Daarbij hoeft niet steeds uit het evangelie gepreekt te worden. Integendeel, het is juist zeer goed mogelijk een tijdje de brieven uit te diepen, of de profeten. Wel is waar dat de doorgaande lijn in de klassieke roosters door de evangeliën bepaald wordt, zij verbinden de zondagen aan elkaar. Daarnaast echter biedt de Raad van Kerken elke negen jaar roosters aan, waarbij er regelmatig een alternatieve lijn wordt aangeboden uit andere bijbelboeken. Volgt men die steeds, dan komt toch een heel groot deel van de Bijbel aan de orde, bekeken vanuit de eenheid van de bijbelboeken zelf. 

Beide legitiem 

Het gebruik van leesroosters of de vrije tekstkeus is allebei legitiem. Maar beide vertrekken vanuit een ander uitgangspunt en daar ontstaat de verwarring. De gemeenten die leesroosters gebruiken, leggen de nadruk op de ‘objectieve’ voorgegeven orde, een cyclus van waaruit men steeds leeft en gelooft in verbondenheid met de wereldkerk. De gemeenten die de vrije tekstkeus hanteren, laten zich meer leiden door de vrijheid van de Dienaar des Woords en het werken van de Geest daarin. Het laatste laat zich met liedsuggesties vanuit de landelijke kerk wel moeilijker ondersteunen, omdat elke gemeente elke zondag andere bijbelteksten hoort. 

De ‘prekenserie’ is overigens van alle tijden, ook in de gereformeerde traditie. Maar die zou dan niet afhankelijk moeten zijn van waar de predikant toevallig theologisch mee bezig is, maar het uitgangspunt voor hoe de gemeente het beste spiritueel gevoed wordt.

-----

Tip: periodeliturgie

Bij het dienstboek zijn periodeliturgieën te vinden. In deze liturgie is voor elke periode van het liturgische jaar er een eenvoudige liturgische lijn beschikbaar die als basis kan dienen voor erediensten. Deze periodeliturgieën zijn vooral bedoeld voor liturgiecommissies in gemeenten met veel wisselende voorgangers. Door vaste elementen per seizoen te gebruiken, ontstaat er meer continuïteit tussen de verschillende zondagen. Ook kan de periodeliturgie dienen als uitgangspunt wanneer gemeenteleden zelf een eredienst voorbereiden, bijvoorbeeld in combinatie met het Leesrooster+.

-----

Uit de praktijk

 

“Onbekende teksten leiden vaak tot de beste preken” 

“Een leesrooster dient de opbouw van de gemeente. Het heeft niet alleen betrekking op de eredienst, het geeft een bewustwording waar we ons in het jaar bevinden en het dient het geloofsgesprek. Zelf heb ik wat moeite met de eigen keuze van lezingen. Het heeft iets van willekeur. Ook teksten die je misschien zelf niet zou kiezen kunnen heel uitdagend zijn. Het heeft ook iets te maken met discipline voor de voorganger: je preekt over alle verhalen die langskomen, niet alleen over je favoriete. In mijn ervaring leiden onbekende teksten vaak tot de beste preken. Je hoort de verbinding die de voorganger is aangegaan met de woorden in de tekst. Ik heb er zelf nooit last van gehad dat ik door een ‘voorgeschreven’ tekst geen rekening kon houden met wat er speelt in de gemeente of niet kon inspelen op de actualiteit. Ik wist altijd wel een aanknopingspunt te bedenken. Het heeft ook te maken met hoe je preekt, exegetisch of juist homiletisch, in gesprek met de tekst. Ik voel mezelf meer uitgedaagd door een onbekende tekst. Die kan me op verrassende sporen brengen en een horizon voor me openen. Ik pleit dus voor gebruik van een leesrooster. Het oecumenisch leesrooster, een van de meest gebruikte leesroosters in de Protestantse Kerk, heeft nog weer als voordeel dat het in veel kerkgenootschappen gebruikt wordt. Je zou dan eigenlijk kunnen zeggen: 'De kerk leest vandaag …’. Want dat oecumenisch leesrooster is gebaseerd op het driejarige rooster dat in een groot deel van de westerse kerk wordt gebruikt. Dat geeft een gevoel van verbonden zijn met de wereldwijde kerk.”Emeritus predikant Pieter Endedijk, gaat nog maandelijks voor en was betrokken bij de samenstelling van het oecumenisch leesrooster 2022-2031  

“Ik zoek naar wat past bij het karakter van de dienst” 

“In mijn gemeente is geen liturgiecommissie die hierin stuurt, ik ben vrij om het leesrooster te volgen of niet. Het geeft een enorme vrijheid om dat niet te doen en te kunnen aansluiten bij wat er in de diensten door het jaar heen gebeurt. We hebben veel afwijkende diensten, vaak themagericht of met een bijzonder karakter. Bij bijvoorbeeld de overstapdienst van groep acht, een doop- of belijdenisdienst zoek ik naar wat past bij de groep en bij het karakter van de dienst. En bij de zes diensten rond ons jaarthema zoek ik een Bijbelse verbinding met dat thema. Als ik het leesrooster moet volgen, wordt de brug toch wat gekunsteld. Ik ben eens in de zomer begonnen met een prekenserie. Dan kun je een thema, een bijbelboek of een Bijbels personage goed uitdiepen. Met het leesrooster kan dat niet. De gemeente reageerde er heel positief op. Ik vind het een rijkdom om het zo te kunnen doen. Ik snap de gedachte van de onderlinge eenheid als alle gemeenten dezelfde teksten lezen op zondag, maar ik hoop dat die eenheid dieper ligt dan het lezen van dezelfde bijbeltekst.” Arjan Bouman, predikant van de gereformeerde Ontmoetingskerk in Ureterp 

“Ik denk dat de preek beter wordt als je de tekst zelf kiest” 

“Als predikant kies ik zelf de lezingen. Vaak preek ik wel voor langere tijd uit hetzelfde bijbelboek, maar ik volg geen rooster. Een schilder zal best weleens een portret op bestelling willen maken, maar is waarschijnlijk op zijn best in waar hij zelf voor kiest. Dat geldt voor een predikant ook. Preken schrijven is een creatief proces, en ik denk dat de preek beter wordt als je de tekst zelf kiest. Daarnaast ligt er wat mij betreft in het oecumenisch leesrooster een te groot accent op de evangeliën. Voor mij bestaat de Bijbel uit twee stukken, en het Nieuwe Testament is niet hoger dan het Oude. Achter in het Dienstboek staat een 10-jarig rooster, dat in 10 jaar de hele Bijbel doorgaat. Daar pleit ik voor, ik vind dat je uit de hele Bijbel moet kunnen preken. Volgende maand neem ik afscheid van deze gemeente, ik ben hier dan 12 jaar predikant geweest. Als ik het rooster had gevolgd, had ik bij wijze van spreken elke drie jaar over de bruiloft in Kana gepreekt. Dat vind ik voor de gemeente niet goed. Tot slot vind ik dat je in de preek moet kunnen inspelen op de actualiteit, lokaal of nationaal. Je moet de ruimte hebben om je te laten uitdagen daarop in de preek te reageren.” Willem Maarten Dekker, predikant van de hervormde gemeente De Morgenster in Waddinxveen 

 lees verder
 
Kaarten en postzegels: waardevol voor het goede doel

Geld waard

Het is al van oudsher een traditie die ook nu nog actueel is: postzegels en kaarten sparen voor het zendingswerk van Kerk in Actie en de GZB (Gereformeerde Zendingsbond). In 2025 bracht dit het prachtige bedrag van € 25.255,90 op.  Vrijwilligers sorteren de postzegels en ansichtkaarten en verhandelen ze via verkoopadressen en (inter)nationale beurzen. Ansichtkaarten gaan naar verzamelaars op beurzen of worden te koop aangeboden op websites als Marktplaats. 

Wat wel en niet inleveren?

Welke kaarten kun je inleveren, en welke juist niet? We zetten ze op een rij.

Lever deze kaarten wel bij ons in:

  • ansichtkaarten (enkel kaarten, die niet in een envelop verstuurd worden)
  • bijzondere kaarten: Anton Pieck, Voor het kind, Stichting Kinderpostzegels

Deze kaarten kunnen we niet gebruiken:

  • geboortekaartjes
  • zelfgemaakte kaarten
  • dubbele kaarten
  • afgeknipte kaarten
  • kaarten die helemaal onder het plakband zitten
  • kaarten met gaten
  • kaarten waar de postzegel vanaf geknipt is. 

Oude mobieltjes, cartridges en buitenlands geld

Er zijn nog meer oude spullen die geld opleveren voor het zendingswerk. Ook oude mobieltjes en inktcartridges kun je inleveren voor het goede doel. Via het inzamelprogramma van het bedrijf Eeko ontvangt Kerk in Actie voor veel ingeleverde telefoons of cartridges een vergoeding. In 2025 bracht dit € 2.427,10 op. Daarnaast kun je ook buitenlands geld en oud Nederlands munt- en briefgeld sparen. Kerk in Actie verkoopt het aan banken, handelaars en verzamelaars. In 2025 bracht dit € 1.000,- op.

Waar kun je inleveren?

In de meeste gevallen lopen deze acties via plaatselijke kerken in het land. Je kunt postzegels, kaarten, oude mobieltjes en cartridges inleveren bij lokale kerken die meedoen aan deze actie (zie de lijst met inleverpunten) én bij de receptie van het landelijk dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Utrecht.  

Met de opbrengst ondersteunt Kerk in Actie het werk van de zusters diaconessen in Rwanda. Zij helpen moeders van ondervoede kinderen door hen te leren hoe ze hun kinderen van genoeg en gezonde voeding kunnen voorzien. De vrouwen krijgen groentezaden uitgereikt en drie buizen met voedzame moestuingrond om thuis groenten in te kweken. Ook krijgt ieder gezin twee kippen van drie maanden oud, zodat ze hun kinderen eieren te eten kunnen geven.

Met de opbrengst kunnen Kerk in Actie en de GZB veel mensen in nood ondersteunen. Hartelijk dank voor jouw bijdrage! 

Klik hier voor een stappenplan 

 lees verder
 
Wij zijn een presbyteriaal-synodale kerk!

Het zal niet vaak met trots hardop gezegd worden dat we als Protestantse Kerk presbyteriaal-synodaal zijn. Toch stuurt dit model de praktijk van ons kerk-zijn. In het kort komt dat op het volgende neer. Presbyteriaal geeft aan dat de leiding over de gemeenten in handen is van een gekozen raad van ambtsdragers. Synodaal wijst op de verbinding van de lokale gemeenten in het kerkverband als geheel. Lokale gemeenten zijn zelfstandig, maar niet opzichzelfstaand. Om de eenheid te bewaren en gezamenlijk besluiten te nemen, kennen we de zogenaamde 'meerdere vergaderingen', classicaal en landelijk, waarin lokale ambtsdragers zijn afgevaardigd.

Zorgvuldig samenspel

Op papier klinkt dat mooi, maar in de praktijk vraagt het om een zorgvuldig en respectvol samenspel tussen de diverse gremia, waarbij formele macht wordt erkend en informele macht wordt herkend en waar nodig ontmaskerd. De praktijk laat zien dat binnen datzelfde model diversiteit in interpretatie en beleving bestaat. Dat het hart van de kerk in de lokale gemeente klopt, wordt breed gedragen. Maar welke rol en plaats de bovenlokale kerk moet hebben, daar begint het soms grote verschil. De een ziet die rol als klein en afgeleid, de ander acht die rol groter en van meer belang. Daarnaast zie ik de nodige ambivalentie, ook bij collega's. Aan de ene kant moet 'het land' (wie dat dan ook is) niet denken dat het zelf iets te zeggen heeft en zeker niet over jou. Aan de andere kant klinkt richting datzelfde 'land' de roep om iets te doen of te zeggen als er wat misgaat in de kerk (of de samenleving). We zijn presbyteriaal-synodaal, maar we zijn ook divers en ambivalent.

Verschil tussen gemeenten

Het is een mooie prestatie geweest om, ondanks deze diversiteit en ambivalentie, en voortkomend uit drie kerkelijke tradities, te komen tot een gezamenlijke kerkorde. Dat was nodig om de vereniging tot Protestantse Kerk tot stand te brengen. Maar 20 jaar later leven we in een andere werkelijkheid waarin andere dingen nodig blijken. Zelf werk ik nu 35 jaar voor en in onze kerk en heb dat zien gebeuren. Deze tijd kent eigen uitdagingen en mogelijkheden, waarbij het verschil tussen de gemeenten onderling erg groot kan zijn.

Zolang we ons presbyteriaal-synodale bouwwerk met voldoende mensen en middelen fier overeind konden houden, hadden diversiteit en ambivalentie een zekere charme. Nu kunnen ze ons juist in de weg zitten om op een goede en geestelijke, kortom wijze manier om te gaan met de uitdagingen én mogelijkheden van de tijd waarin wij leven. Nuchter en waakzaam, en tegelijk vanuit hoop en verwachting. Welke richting zien we met elkaar? Hoe bespreken we die? Wie committeert zich waaraan?

Werkcultuur dienstenorganisatie

Waar duidelijk wordt hoe ons eigen stelsel ons in de weg kan zitten, blijkt uit het onderzoek naar de werkcultuur in de dienstenorganisatieVerder lezenOnderzoek werkcultuur dienstenorganisatie waartoe de kleine synode opdracht heeft gegeven. Naast een gedegen analyse van allerlei interne patronen en stijlen die echt anders moeten, ziet het onderzoeksbureau AEF een stuurloze en richtingloze organisatie. Het ontbreekt aan een duidelijke, eenduidige, duurzame, concrete en werkbare richting vanuit de synode. Er zijn grote veranderprojecten vanuit de synode in gang gezet zonder goed zicht te hebben op de consequenties voor de werkvloer. Ook de genoemde diversiteit en ambivalentie speelt de organisatie parten. Voor de een is 'Utrecht' het symbool van regelgeving van bovenaf, voor de ander doet 'Utrecht' te weinig om zaken tot stand te brengen. De ene keer doet 'Utrecht' te veel, de andere keer te weinig, de ene keer is er te veel inhoud, de andere keer te weinig. Zo zadelen we als kerk onze medewerkersVerder lezenOntmoet... van de dienstenorganisatie op met een schier onmogelijke opdracht en overschaduwt dit sentiment het goede werk dat er door de betrokken medewerkers (want de passie is groot, zo bleek ook uit het onderzoek) namens ons allen en voor ons allen wordt gedaan.

Hoe spreken we over elkaar?

Waar we als moderamen op hopen en aan werken, en waar ik persoonlijk naar verlang, is dat we de kracht van ons presbyteriaal-synodale stelsel volop gaan inzetten om ook hierin verder te komen. Natuurlijk, de synode is aan zet. Maar de synode kan haar werk alleen goed en gevoed doen als op alle plekken die ertoe doen het gesprek wordt gevoerd vanuit het besef dat we er samen voor staan. Het gesprek over wat het betekent om als gemeente wel zelfstandig maar niet opzichzelfstaand te zijn. Over hoe we onderlinge samenwerking en solidariteit vormgeven. Over hoe we ons verhouden tot de classis. Over wat we zien als voornaamste roeping van de landelijke kerk in onze tijd. Over wat dat betekent voor synode, moderamen, preses en scriba. En voor de dienstenorganisatie. En over hoe we als voorgangers en ambtsdragers over 'het land' of 'Utrecht' spreken.

Het georganiseerde kerkbrede gesprek is gevoerd, en dat was goed. Maar als het gesprek over hoe we kerk zijn en willen zijn in kerkenraden en werkgemeenschappen, in classicale vergaderingen en in alle andere beraden die we kennen gevoerd wordt, gaat het stromen. Dan vinden we opnieuw een gezamenlijke weg, met inbegrip van onze diversiteit en ambivalentie. Het is ooit gelukt om daarin en daarmee tot de Protestantse Kerk te komen. Nu mogen we met elkaar een nieuwe stap zetten op weg naar een toekomstbestendige kerk en organisatie, ons bewust van onze gezamenlijke roeping om Jezus Christus na te volgen, God te eren, en elkaar en de wereld te dienen. Doet u, doe jij mee?

Met een hartelijke groet, ds. Trijnie Bouw

 lees verder
 
Europese protestantse kerken vergaderen in Doorn

Van donderdag 28 tot zaterdag 30 mei vergaderde de raad van de Community of Protestant Churches in Europe (CPCE) in conferentiecentrum Hydepark in Doorn. Ds. Marco Batenburg vervulde als afgevaardigde van de Protestantse Kerk de rol van gastheer.

Wat is de CPCE?

De CPCE is een oecumenische gemeenschap van 96 lutherse, methodistische, gereformeerde en verenigde kerken uit meer dan dertig landen in Europa en Zuid-Amerika. Samen vertegenwoordigen zij ongeveer 50 miljoen protestanten.

De basis van deze gemeenschap is de Konkordie van Leuenberg (1973). In dit document spreken de ondertekenaars uit dat zij elkaar raken in het hart van het evangelie. Lutheranen en calvinisten staan zo dicht bij elkaar in het geloof dat zij durven zeggen: wij zijn één kerk. Concreet betekent dit kansel- en avondmaalsgemeenschap: wie in de ene kerk preekt of sacramenten bedient, is daartoe ook welkom in de andere kerken. De kerkorde van de Protestantse Kerk erkent de Konkordie van Leuenberg als wezenlijk voor het gemeenschappelijk verstaan van het evangelie. Naast de Protestantse Kerk zijn ook de Evangelische Broedergemeente en de Remonstranten lid van de CPCE.

Een avond over kerk-zijn in Nederland

Op donderdagavond nodigde de Protestantse Kerk vertegenwoordigers van de Nederlandse lidkerken uit om te delen wat er in deze tijd in de kerk speelt. Aan tafel zaten (op de foto van links naar rechts):

  • Ds. Kees van Ekris (Protestantse Kerk in Nederland)
  • Ds. Stefan Bernhard (Evangelische Broedergemeente)
  • Ds. Rita Famos (voorzitter presidium CPCE)
  • Ds. Margo Jonker (voorzitter Evangelisch-Lutherse Synode)
  • Ds. Susanne Schenk (algemeen secretaris CPCE)
  • Prof. Georg Plasger (lid presidium CPCE)
  • Ds. Marco Batenburg (afgevaardigde Protestantse Kerk, gastheer)
  • Bisschop Marko Titius (lid presidium CPCE)

Internationale kerkleiders kregen zo een inkijkje in de Nederlandse kerkelijke werkelijkheid; de Nederlandse deelnemers herkenden hun eigen vragen in wat Europese collega's meebrachten.

Thema's op de agenda

De raadsvergadering werkte aan beleidsthema's die de algemene vergadering van 2024 in Sibiu heeft vastgesteld, onder de titel 'Being Church Together in the Light of Hope'. Drie onderwerpen raken direct aan wat ook in Nederlandse kerken speelt.

Onder het thema veilige kerk wil de CPCE goede praktijken uit de lidkerken samenbrengen. Bij kerk-zijn in tijden van onzekerheid staat de vraag centraal wat het betekent om gemeente te zijn in een Europa dat worstelt met polarisatie en veranderende religieuze patronen. Verder wordt het rapport 'Ministry, Ordination, Episkopè' herzien, omdat in vrijwel alle Europese kerken ontwikkelingen rond het ambt plaatsvinden die om een geactualiseerde visie vragen.

Een levende gemeenschap

In de CPCE trekken kerken samen op rond gedeelde theologische vragen, wisselen publicaties uit en voeren gezamenlijk oecumenische gesprekken met onder anderen de Rooms-Katholieke Kerk, de Oosters-Orthodoxe kerk en de Europese Federatie van Baptisten.

Meer informatie over de CPCE: leuenberg.eu

 lees verder
 
Handelingen Nederlandse Hervormde Kerk 2000–2004 alsnog verschenen

Het waren de laatste jaren van de Nederlandse Hervormde Kerk, waarin de toenadering tot gereformeerden en lutheranen centraal stond. Niet iedereen was daar even enthousiast over: de synodes waren het toneel van stevige discussies tussen voor- en tegenstanders, terwijl anderen zochten naar wegen om de eenheid binnen de kerk te bewaren. Een betekenisvolle periode in de Nederlandse kerkgeschiedenis, nu eindelijk gedocumenteerd.

Bent u geïnteresseerd in deze Handelingen (drie boeken)? Stuur dan een mail met uw adresgegevens naar info@protestantsekerk.nl.

 lees verder
 
Boaz Beleggingsfondsen: overzichtelijk, betrouwbaar en betekenisvol beleggen 

Steeds meer protestantse gemeenten en diaconieën staan voor dezelfde vraag: hoe ga je verantwoord om met vermogen dat aan de kerk is toevertrouwd? Soms komt er geld vrij door de verkoop van een pastorie of kerkgebouw, soms door een legaat of spaargeld dat niet direct nodig is voor de exploitatie. Tegelijk groeit het besef dat kerkelijk geld niet alleen financieel moet renderen, maar ook moet passen bij de roeping en identiteit van de kerk. 

De Boaz Beleggingsfondsen bieden een concreet antwoord. Ze zijn ontstaan vanuit de synodenota Betekenisvol Beleggen die in 2021 werd vastgesteld door de kleine synode van de Protestantse Kerk. Daarmee werd het landelijke beleggingsbeleid aangescherpt: duurzamer, zorgvuldiger en met meer aandacht voor maatschappelijke impact. Het was nadrukkelijk de bedoeling dat ook plaatselijke gemeenten en diaconieën hiervan gebruik konden maken. 

Volgens Koert Jansen, portefeuillehouder beleggingen binnen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk en secretaris van Stichting Beheerder Boaz Beleggingsfondsen, hebben veel gemeenten behoefte aan overzicht. “Er is enorm veel aanbod op het gebied van duurzaam beleggen. Niet alles wat duurzaam heet, is ook echt duurzaam of transparant. Met de Boaz-fondsen hebben we dat voorwerk al gedaan. Gemeenten kunnen aansluiten bij een zorgvuldig kader.” 

Twee fondsen met een eigen accent 

Gemeenten en diaconieën kunnen kiezen uit twee varianten. Het Boaz Duurzaam Beleggingsfonds richt zich op het voorkomen van schade aan mens en milieu. Sectoren met een negatieve maatschappelijke impact, zoals tabak, fossiele energie, mijnbouw en wapenindustrie, worden uitgesloten. Binnen de resterende sectoren worden bedrijven geselecteerd die relatief goed presteren op het gebied van milieu, sociaal beleid en goed bestuur. Het Boaz Impact Beleggingsfonds gaat een stap verder. Dit fonds investeert uitsluitend in sectoren die actief bijdragen aan een duurzame en rechtvaardige economie, zoals duurzame energie, waterbeheer, recycling en duurzame landbouw. Het risicoprofiel ligt hier iets hoger dan bij het duurzame fonds. “Je krijgt een zorgvuldige portefeuille”, zegt Koert Jansen, “waarin we alles doen wat redelijkerwijs mogelijk is om verantwoord om te gaan met het geld van de kerk.” 

Niet altijd geschikt  

Beleggen brengt altijd risico’s met zich mee. Daarom benadrukt Jansen dat niet elke situatie geschikt is. “Mijn eerste vraag is altijd: hoe lang kunnen jullie het geld missen? Is het geld zeven of acht jaar niet nodig, dan kan beleggen passend zijn. Maar als over drie jaar het kerkdak moet worden vervangen, dan is beleggen geen goed idee.” Ook de omvang van het bedrag speelt een rol. Voor deelname aan de Boaz-fondsen geldt een minimuminleg van 100.000 euro. Niet elke gemeente beschikt over zo’n bedrag, maar voor wie dat wel heeft kan beleggen bijdragen aan de continuïteit van het kerkelijk werk. 

Ontzorging voor kerkrentmeesters en diakenen 

Een belangrijk voordeel van de Boaz-fondsen is dat zij kerkrentmeesters en diakenen ontzorgen. Het generaal college voor de behandeling van beheerszaken (GCBB) heeft bepaald dat gemeenten die uitsluitend in Boaz beleggen minder eigen beleggingsdeskundigheid nodig hebben. Toezicht, rapportage en uitvoering zijn professioneel geregeld. De uitvoering ligt bij Van Lanschot Kempen, dat onder toezicht staat van de AFM en de DNB. Gemeenten blijven wel zelf verantwoordelijk. Wie wil beleggen moet goedkeuring vragen aan het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken (CCBB) en een beleggingsstatuut vaststellen waarin beleid en bestuurlijke inrichting zijn vastgelegd. “Het doel is niet om gemeenten werk uit handen te nemen”, zegt Jansen, “maar om het eenvoudiger te maken.” 

Praktijk: eenvoud en risicospreiding 

De Vredeskerk in Katwijk koos er vorig jaar voor haar vermogen via de Boaz-fondsen te beleggen. “Voor ons waren eenvoud en efficiency belangrijke redenen”, vertelt Bas Haasnoot, voorzitter van het college van kerkrentmeesters. “Onze gemeente had een appartement dat ze verhuurde. Door veranderingen in wet- en regelgeving zijn we opnieuw gaan kijken of dat nog wel verstandig was.” Daarnaast speelde risicospreiding een rol. “Als kerk wil je niet al je vermogen in één bezit hebben. Daarom besloten we het appartement te verkopen. Vervolgens wil je dat geld wel weer aan het werk zetten, op een manier die past bij wie je als kerk bent.” Het Boaz Beleggingsfonds sprak de gemeente aan omdat het aansluit bij het landelijke beleid van de Protestantse Kerk. “Alle keuzes rond duurzaamheid en ethiek zijn al doordacht. Daar hoef je als gemeente niet opnieuw over te discussiëren.” 

Professionele aanpak 

Volgens Haasnoot is professionaliteit een belangrijke reden om voor Boaz te kiezen. “Als kerk ben je geen vermogensbeheerder. Zelf de markt volgen of een adviseur inschakelen kost veel tijd en expertise.” Zijn gemeente koos voor een combinatie van sparen en beleggen. “Een deel van ons vermogen staat op de spaarrekening. Het andere deel beleggen we via de fondsen: vijftig procent in het Impactfonds en vijftig procent in het Duurzaam Beleggingsfonds.” Sinds de start ontvangt de gemeente maandelijks een update. “Tot nu toe zijn de resultaten licht positief, maar we kijken er niet elke week naar. We beleggen voor de lange termijn.” 

Zorgvuldig omgaan 

De naam van de fondsen is ontleend aan Boaz uit het bijbelboek Ruth. Als landeigenaar maaide hij de randen van zijn akker niet, zodat armen, weduwen en vreemdelingen daarvan konden leven. Hij gebruikte zijn bezit niet alleen voor maximaal rendement, maar ook met oog voor rechtvaardigheid en zorg voor kwetsbaren. Die houding vormt de inspiratie voor de Boaz-fondsen: zorgvuldig omgaan met wat is toevertrouwd, met aandacht voor duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Voor gemeenten die geloof en financiën willen verbinden, bieden de Boaz Beleggingsfondsen een concreet instrument. Zoals Jansen het samenvat: “Met Boaz wordt betekenisvol beleggen overzichtelijk, verantwoord en betrouwbaar.” 

Meer weten? Ga naar protestantsekerk.nl/boaz 

Bron artikel: Kerkbeheer, magazine van de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) 

 lees verder
 
Wie is Bram van de Beek? 

Bram van de Beek werd in 1946 geboren in Lunteren in een traditioneel hervormd milieu (Gereformeerde Bond), waarin de gehele Bijbel, de persoon van Christus en de noodzaak van het persoonlijk geloof centraal staan.  

Wanneer hoorden we voor het eerst van hem? 

Bram van de Beek werd op jonge leeftijd hoogleraar dogmatiek in Leiden. Hij was de opvolger van Henk Berkhof, een typische theoloog van het midden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Diens dogmatiek ‘Christelijk geloof’ (1973) dacht in hoofdzaak positief over de Verlichting en hield de verschillende stromingen met elkaar in gesprek. Van de Beek zou zich ontwikkelen tot een wat ander type theoloog, en dat werd bij zijn oratie in 1982 al duidelijk. Deze had de titel ‘God kennen – met God leven. Een pleidooi voor een bevindelijk-pneumatologische fundering van kerk en theologie’. Van de Beek stelt daarin, tegen de moderne en zeker Leidse traditie in, dat theologie niet zonder persoonlijk geloof kan. 

Waarmee is hij bekend geworden? 

Vrijwel elk boek van Van de Beek – en dat zijn er heel wat – leverde gesprek op in kerk en theologie. Hij heeft de gave om niet alleen mee te liften met thema’s die al in de belangstelling staan, maar ook vragen te thematiseren die vervolgens breder worden opgepakt. Hoe meer hij zich van zijn leermeester Berkhof verwijderde, hoe meer zijn werk ook vragen opriep. Dat geldt zeker voor zijn uiteindelijke hoofdwerk in zes banden: ‘Spreken over God’, waarvan de eerste, programmatische titel is: ‘Jezus Kurios. De Christologie als hart van de theologie’ (1998). Van de Beek gaat hier bijna diametraal tegen de theologie van Berkhof in. Waar Berkhof de openbaring sterk verbindt met de geschiedenis en de vooruitgang in de geschiedenis, zet Van de Beek de tijd min of meer stil. Na de verlossende dood van Christus is er geen voortgang meer, de wereld wordt niet beter, maar wij wachten op de verlossing. Leven met God in het heden is niet werken aan een betere wereld, maar weten dat je met huid en haar, inclusief schuld en verlorenheid, door Christus gedragen bent. Volgens Van de Beek betekent de tekst: Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt (Johannes 1:29) niet: die de zonde verwijdert, maar: die de zonde draagt en blijft dragen, van de grondlegging der wereld af tot haar einde toe. Je zou kunnen zeggen dat Van de Beek zondag 1 van de Heidelbergse catechismus verder radicaliseert. Het gaat in het geloof om troost, om houvast, en die vinden we nooit in onszelf, ook niet in ons geloof of handelen. Daarom is het voor Van de Beek cruciaal dat Jezus zelf God is. Ook dit geloofsgoed radicaliseert hij. Volgens hem moeten we in Johannes 1:18 niet lezen: de eniggeboren Zoon van God, maar de eniggeboren God. Jezus is zozeer God, dat het soms lijkt of er geen onderscheid tussen de personen meer is. Anderzijds kan Van de Beek ook over God de Vader in zijn vernietigende toorn spreken, maar hij benadrukt dan daarbij dat deze God zélf in de dood van Christus de verantwoordelijkheid voor al het kwaad op zich neemt. Dat is dan niet alleen het kwaad dat mensen bewust doen, maar ook het kwaad waar God zelf de hand in heeft, want God heeft bij Van de Beek geen schone handen. In Christus draagt God niet alleen onze schuld, maar bekent Hij (deels) ook zelf schuld. De doordenking van de triniteit en eenheid van God lijkt echter een niet afgemaakt deel van zijn theologie. 

Wat kunnen gemeenten met zijn gedachtegoed? 

Van de Beek roept de gemeenten op om niet mee te waaien met de spirituele, theologische of maatschappelijke mode, maar te blijven zoeken naar de oorspronkelijke inhoud en kracht van het evangelie. Zo stelde hij ergens dat beleidsplannen in de gemeente niet nodig zijn, omdat één regel voor alle tijden volstaat: ‘Wij prediken Jezus Christus en die gekruisigd’ (1 Korintiërs 2:2). Dat gaat diametraal tegen de tijdgeest en kerkgeest in, maar zet wel aan het denken. Hebben wij het niet te veel over de vorm van het gemeente-zijn, en te weinig over de inhoud van het geloof? Komt dat misschien voort uit eigen verlegenheid met die inhoud? Weten we zelf nog echt wát we geloven en waaróm we geloven? Dat zijn de vragen die Van de Beek stelt, en die heel relevant zijn voor ieder die nog kerklid wil zijn. Zijn soms wat stuurse antwoorden op deze vragen moeten ons niet verhinderen deze antwoorden ernstig te overwegen. Heeft hij niet een punt? 

Zien we de doorwerking van zijn gedachtegoed ergens terug?  

Van de Beek heeft veel promovendi uit binnen- en buitenland gehad. Hij heeft internationaal school gemaakt met de oprichting van het International Reformed Theological Institute (IRTI). In Nederland heeft zijn werk onder vaktheologen echter ook vaak weerstand opgeroepen. Door predikanten en gemeenteleden wordt hij relatief veel gelezen. De doorwerking van zijn gedachtegoed is al met al nog niet goed te beoordelen; daar is het nog te vroeg voor. Het zou kunnen dat hij zijn tijd vooruit was. 

 lees verder
 
Justitiepredikant Mirjam Verschoof: “Mooi om te zien hoe mensen zachter worden”  

  • geestelijk verzorger in de Penitentiaire Inrichting in Arnhem, daarvoor werkte ze als pionier van De Haven, Kanaleneiland Utrecht, en bij Mentoraat en Trainingen in de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk 
  • bachelor Theologie aan de VU/Protestantse Theologische Universiteit, de predikantsmaster aan de PThU 
  • voelt zich thuis in het protestantisme ‘met een evangelicale tint’ 

Hoe ervaar je je roeping? 

“Het was geen meisjesdroom om dominee te worden. Wel had ik altijd interesse in geloof, mensen, God en bijbelverhalen. In de studie Theologie kwamen deze interessegebieden samen. Ik heb steeds het gevoel gehad dat God mijn studiekeuzes, die ik maakte in gebed, geleid heeft. Het voelt als gezegend. Mijn werk in de gevangenis ervaar ik als heel betekenisvol. Tijdens mijn studie was ik al kerkelijk vrijwilliger in de gevangenis in Nieuwegein. Daarnaast was het werk in pioniersplek De Haven een goede leerschool; daar kwamen ook mensen voor wie kerk en geloof niet vanzelfsprekend zijn.” 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“De gevangenis is voor mijn eigen geloof een bemoedigende plek, ik leer veel van gedetineerden. Hun vragen vormen mij en helpen mij groeien in geloof. Ik heb het nodig om te geloven in wonderen, dat het goed kan komen met iemand. Dat God kan ingrijpen in mensenlevens, daar waar mensen die hoop hebben opgegeven. Ik wil dat geloven, dat God daar zijn weg in kan gaan.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Ik doe dit werk parttime, dat helpt. En ik heb een jong gezin thuis, dat houdt het in balans. Dit werk fulltime doen lijkt me zwaar. Je zit boven op wat kapot is in het leven, op wat mensen elkaar kunnen aandoen.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

“Ik heb drie hoofdtaken: kerkdiensten, groepswerk en individuele gesprekken. Het groepswerk vind ik het mooist: samen een bijbelverhaal lezen en daarover in gesprek gaan. De deelnemers hebben heel verschillende achtergronden, waardoor er uiteenlopende perspectieven op het bijbelverhaal ontstaan. Ook de groepsdynamiek is bijzonder. Het samen zoeken, oefenen in luisteren naar elkaar en de goede vragen stellen is een mooi proces. Er gebeurt van alles, en als er vertrouwen is kan er veel.” 

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd? 

“Op dit moment volg ik de primaire nascholing voor beginnende predikanten. In de pioniersplek werkte ik nog niet als predikant, ik ben bevestigd als predikant binnen de penitentiaire inrichting. Tijdens de nascholing reflecteer je veel op je werkzaamheden, waarom je doet zoals je doet. Erg interessant.” 

Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is? 

“Dat zie ik zeker. Soms mag ik er getuige van zijn dat iemand bepaalde waarden en overtuigingen die hij nastreefde gaat bevragen en loslaten. Veel mensen zitten vast omdat ze snel veel geld wilden verdienen, geweld hebben gepleegd of boven aan de pikorde wilden staan. In de gevangenis gaan ze dat leven soms bevragen. God kan daarvoor in de plaats andere waarden geven, die echte vreugde brengen. Het is mooi om te zien hoe mensen zachter worden, oog krijgen voor de noden van mensen om hen heen, en kleine gebaren van vriendelijkheid laten zien.” 

Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan? 

“Onlangs is het nieuwe handboek voor het Justitiepastoraat uitgegeven: Geestelijke verzorging bij justitie. De vorige editie, uit 2009, heeft me destijds op het spoor gebracht van werken in de gevangenis. Het is een interessant boek, met bijdragen van verschillende auteurs die zoeken naar een plek voor christelijke geestelijke verzorging binnen het gevangeniswezen. Thema’s als humaniteit, rouw, bijbelgebruik en rituelen komen aan bod, en hoe je daar als geestelijk verzorger je weg in kunt vinden.” 

Is er een bijbeltekst die met je meegaat? 

“Psalm 33 vers 22: ‘Heer, laat ons uw liefde zien, op U vertrouwen wij.’ Deze tekst zegt mij dat God de bron is van al het goede in mij, en ook van wat ik mag zoeken in de ander. God is de bron en de gever van de liefde die ik voel voor mijn werk, voor de mensen. Het is niet van mij afhankelijk.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk? 

“In de gevangenis zijn de kerkmuren beperkt aanwezig: er is één kerkdienst voor alle christenen: protestant, katholiek, en alle kleuren daarbinnen. Het mooie is dat mensen met heel verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Of soms niet, en dat is ook oké. Dat mensen met verschillende achtergronden samen de Bijbel openslaan vind ik prachtig. De zoektocht en geloofsreis die dan kan beginnen, gun ik elke kerk.” 

 lees verder
 
Een zee van licht – kaarsen verdrijven de duisternis

Een eerder artikel over kaarsenVerder lezenWat doen we met de kaarsen op tafel?  in deze serie ging over het aansteken van kaarsen op de liturgische tafel, zoals de tafelkaarsen, kaarsen bij de maaltijdviering of bij de opening van de Bijbel. Er zijn ook momenten dat we heel veel kaarsen aansteken, als een ‘zee van licht’. 

Betekenis kaarsen 

Omdat kaarsen in zichzelf vaak geen betekenis hebben, is het gebruik van de kaars zelf niet ‘heilig’, je kunt het doen of achterwege laten. Maar áls je ervoor kiest, vraagt de betekenis erachter wel om een zorgvuldig en consistent gebruik ervan. 

De doopkaars en belijdeniskaars tonen, ook in hun vormgeving, de meest directe verbinding met de paaskaars. Dat is omdat het door de doop hernieuwde leven van de dopeling, of de beaming erop door de belijdeniscatechisant, direct is verbonden met de opstanding van Christus. De doopkaars is eigenlijk een klein paaskaarsje omdat zij met Christus opstaan in een nieuw bestaan. De lichten die meegaan naar de kinderdienst – vóór de kinderen uit, zij volgen het licht dat de weg wijst – symboliseren Gods aanwezigheid in hun samenzijn, die verbonden is met Gods aanwezigheid in de kerkruimte. Daarom worden de kinderlichten aan de paaskaars aangestoken. 

Steeds een licht erbij 

Adventskaarsen zijn een bijzondere categorie. Zij laten het licht groeien in de donkere dagen tot het Licht der wereld aanbreekt met Kerst, als de dagen weer gaan lengen. Op de eerste adventszondag steek je de eerste kaars aan. Die blijft branden als je een week later de volgende aansteekt. Want elk licht dat in de kerk wordt aangestoken is een ‘licht dat nooit meer dooft’. De eerste kaars zou dus niet opnieuw moeten worden aangestoken, die brandt ‘nog’, alsof die de hele week heeft gebrand. De zondagen zijn met elkaar verbonden, we bouwen steeds voort op wat we vorige week gedaan hebben. Alleen de tweede kaars steek je nieuw aan. Daarna alleen de derde, en de vierde. 

Gedurende de Veertigdagentijd wordt in sommige gemeenten elke week tijdens het zingen van een projectlied een kaars gedoofd, zes op een rij. Het is de vraag of dat het juiste beeld is. Leven we in de Veertigdagentijd toe naar de duisternis van Goede Vrijdag, of, net zoals in de andere liturgisch ‘paarse’ tijd (Advent), naar het komende (paas)feest? Doof de kaarsen niet, maar steek ze juist aan. Elke week een erbij. Pasen komt dichterbij. 

Zee van licht 

Met kleine kaarsen (van die lange dunne, of juist waxinelichtjes) kun je nog iets heel anders uitdrukken: je maakt met elkaar een zee van licht. In tegenstelling tot de hierboven beschreven enkele kaarsen drukken zij een overweldigende ervaring uit, die zich niet in woorden kan uitdrukken. 

In de paasnacht gebeurt dit na het indragen van de nieuwe paaskaarsVerder lezen Licht van Christus: het symbool van de Paaskaars, die het onuitsprekelijke wonder symboliseert dat de dood is omgekeerd in leven – dat er daadwerkelijke opstanding is ontstaan die al het leven in een nieuw licht zet. Als symbool van dat ‘alles nieuw’ is en dat alle gelovige mensen deel zijn van die verbazingwekkende werkelijkheid waarin Christus voorgaat, wordt het licht aan elkaar doorgegeven. Het licht verspreidt zich door de hele kerkruimte en verdrijft letterlijk de duisternis. Ook al krijg je het van je buurvrouw die naast je staat: de eerste heeft het aangestoken aan de paaskaars – de oorsprong is het licht van Christus. Door overlevering delen wij er nog steeds in. 

Veel kerken herhalen dit in de kerstnacht, als teken van het Licht der Wereld dat geboren is. Maar de oorsprong van het ritueel ligt in de paasnacht. Wat beide verbindt is de gedachte dat door Christus alle duisternis tenietgedaan wordt. 

Gedachteniskaarsen 

Een bijzondere categorie zijn de gedachteniskaarsen. En dan bedoel ik niet alleen de kaarsen die ontstoken worden bij het noemen van de namenVerder lezen‘Heer, herinner U de namen’ – de Gedachteniszondag op de Gedachteniszondag in november. Het is namelijk een mooi gebruik om na het noemen van de namen van het afgelopen jaar de hele gemeente de mogelijkheid te geven een kaars te ontsteken voor iemand in hun omgeving die ze missen, korter geleden of al jarenlang. Daarmee druk je uit dat alle gestorvenen in een bundel van licht zijn, deel van de gemeenschap der heiligen die ieder individu overstijgt. Er hoeft daar geen grens gelegd te worden bij mensen die ingeschreven stonden in de kerkelijke administratie of alleen het afgelopen jaar zijn gestorven. Dat zijn onderscheidingen die de mensen aanbrengen, Gods werkelijkheid is altijd groter en onze geliefde doden zijn buiten de grenzen van de tijd in Hem één. 

Troost 

Dat brengt mij op een laatste symbool. Sommige kerken hebben een speciale kandelaar waarop veel lichtjes kunnen branden. Soms staan die in een gedachtenishoek, waar kerkgangers wanneer ze maar willen een gedachteniskaarsje kunnen ontsteken. Op andere plekken of momenten is dit verbonden met gebeden of voorbeden. Ook hier is het uitgangspunt dat een veelheid van licht troost geeft, omdat onze gedachtenis of gebeden zijn ingebed in de gedachtenis en gebeden die door anderen voor en na ons gebeden worden.  

Voor veel mensen een belangrijk ritueel 

“In onze gemeente is het gebruikelijk om aan het begin van het blok ‘dienst der gebeden’ een lied te zingen waarbij mensen naar voren kunnen komen om een kaarsje aan te steken. Meestal maken tussen de tien en twintig mensen daar gebruik van. Met behulp van een aansteekkaars, ontstoken aan de paaskaars, steken ze een waxinelichtje in de ‘kaarsenboom’ aan. Voor veel mensen is dit een belangrijk ritueel. Het is in een van de wijkgemeenten, waar een vrij kleine club mensen samenkwam, bedacht. Daar was het goed in te voegen. Toen onze drie wijkgemeenten samengingen, werd er wel verschillend op gereageerd. Een klein onderzoekje wees uit dat de meeste gemeenteleden het een fijn ritueel vinden. Een kleiner deel heeft er zelf niet veel mee maar ziet dat het voor anderen betekenisvol is, en voor een nog kleiner deel hoeft het niet. Daar heb ik van geleerd dat je goed na moet denken over zo’n ritueel en dat je het goed uit moet leggen aan de gemeente.” 

Annemieke Hartman, pastor in de Protestantse Gemeente Leidschendam 

‘Mijn persoonlijk gebed wordt nu omringd door vele gebeden’ 

“Mijn voorganger, Job de Bruijn, kreeg in 2012 een kaarsenstandaard cadeau van de Sint Jansbasiliek in Laren. Deze kreeg een plek bij het gedachtenisbord. In coronatijd kreeg deze een bijzondere functie. In de tijd dat niemand naar de kerk kon komen maar de dienst wel werd uitgezonden, noemde de voorganger bij het aansteken van kaarsen in de standaard namen van gemeenteleden die het moeilijk hadden. Dat had een enorme impact op degenen die thuis de dienst meemaakten. Daarna is het ritueel gebleven. Elke zondag steken zo’n 25 kerkgangers voor de dienst een kaarsje aan op de standaard. Gemeenteleden waarderen het dat je dit in stilte kunt doen, je hoeft er geen mooie woorden aan te geven, het is voor jezelf. Vóór 10 uur vult de standaard zich met allemaal kaarsen. Iemand zei eens: ‘Mijn persoonlijk gebed wordt nu omringd door vele gebeden.’ Dat is mooi. Op Gedachteniszondag houden we voor de dienst de standaard leeg. Tijdens de dienst noemen we de namen van overledenen en steken voor hen een kaars aan.” 

Benedikte Bos, predikant van de Protestantse Gemeente Laren-Eemnes 

 lees verder
 
Ds. Leo Molenaar: “De Geest van God werkt door, tot de laatste dag” 

  • Sinds 2025 gemeentepredikant in hervormd Ameide-Tienhoven, daarvoor in Bruinisse en Rehoboth Yerseke 
  • Opleiding MTS bakkerijtechniek, lerarenopleiding bakkerijtechniek en zorg en welzijn. Daarna premaster en master theologie aan Universiteit Utrecht, gevolgd door predikantsmaster aan de PThU 
  • Voelt zich verwant met de hervormde, protestantse en confessionele stroming binnen de kerk, en aan de Gereformeerde Bond 

Hoe ervaar je je roeping? 

“Ik wil predikant zijn voor het hele dorp, en van een kerk voor iedereen. Als kind voelde ik al een roeping om predikant te worden, maar ik durfde die lang niet te volgen. Eerst werkte ik 11 jaar in de bakkerij-industrie en daarna in het onderwijs, onder meer als docent godsdienst op een vmbo-school. In die periode studeerde ik theologie. Pas later zag ik hoe alles wat ik in het maatschappelijke leven had geleerd, mij heeft voorbereid op dit werk. Daar zie ik de hand van God in.” 

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“Het besef dat ik een instrument mag zijn waardoor God werkt. Ondanks mijn fouten gebeurt er iets bij anderen: woorden troosten, mensen worden geraakt door een preek of komen de kerk binnen. Na 13 jaar heb ik geleerd mijn verwachtingen bij te stellen. Ds. Leo SmeltVerder lezenDs. Leo Smelt: “De kerk zal misschien niet in aantal groeien, maar wel in diepgang”, mijn begeleider, zei ooit: ‘De zegen zit in de kleine dingen.’ Iemand die tot geloof komt, jonge mensen die belijdenis doen, een gezin dat terugkeert naar de kerk, dát zijn de momenten waarop ik echt kan genieten.” 

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Het is essentieel je grenzen te bewaken; 24 uur per dag werken kan niet. Vrijdagavond is voor mij heilig en zaterdagavond gebruik ik om me voor te bereiden op zondag. Wat helpt is het vertrouwen van de gemeente en de kerkenraad. Zij geven mij de ruimte om mijn ambt op mijn manier uit te voeren, zonder me aan een leiband te houden. Een predikant is als een vogel: die moet kunnen vliegen, niet in een kooi zitten. Wederzijds respect en liefde geven ruimte om te werken, te preken en te leiden.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

“Diensten leiden, pastoraat, catechese en kringwerk: ik doe het allemaal graag, net als het kerkenraadswerk. Het mooiste vind ik het leiden van de dienst, maar dat is ook het moeilijkste. Een bijbeltekst kan voelen als een steen op je maag. Je mag erin graven: wat is de boodschap, hoe kan ik ermee leven en hoe breng ik die zo dat hij betekenis krijgt voor de gemeente? Het is uitdagend, maar ook het meest liefdevolle onderdeel van mijn werk.” 

Welke (na)scholing heb je voor het laatst gevolgd? 

“Twee jaar geleden volgde ik de opleiding Kerk naar Buiten. Belangrijkste les: eerst luisteren. Niet zenden, maar ontdekken wat leeft bij mensen en daar als geloofsgemeenschap op aansluiten. Het diepste inzicht is de Missio Dei: Gods Geest is al aan het werk, ook buiten de kerk. Dat zie ik in mensen die binnenkomen, belijdenis doen, zich laten dopen of opnieuw hun plek vinden. Jongeren verschijnen onverwacht in de kerk. Dat geeft mij vertrouwen: God is ons altijd al voor. Nog voordat wij Hem zochten, zocht Hij ons.” 

Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is? 

“Dat zie ik altijd terug. Mensen vinden zekerheid, durven tot geloof te komen en mee te doen aan het avondmaal. Sommigen volgen belijdeniscatechese; een jonge vrouw van 22 kwam voor het eerst in de kerk en zei: ‘Had ik dit maar eerder gedaan.’ Onze jeugdvereniging telt 43 leden en komt iedere zondag samen. Ook jongeren die niet kerkelijk zijn opgevoed, vinden daar hun plek.” 

Welk boek, welke film of podcast raad je je collega’s aan? 

“De Pixarfilm Cars. Met humor laat de film zien hoe ego ons kan leiden: Bliksem McQueen denkt dat hij alles alleen kan en jaagt op roem, vriendschappen opzijzettend. Wanneer hij strandt in een klein dorp, ontdekt hij de waarde van liefde en verbondenheid. Pas door anderen nodig te hebben, komt hij tot zijn bestemming. Vlak voor de finish cijfert hij zichzelf weg zodat een ander kan winnen. Dat raakt mij: we bereiken pas echt ons doel wanneer we Gods liefde ontdekken en leren onszelf weg te cijferen.” 

Is er een bijbeltekst die met je meegaat? 

“Op onze trouwdag kregen we als tekst mee: Ik zal u onderwijzen, ik zal raad geven. (Psalm 32:8) Dit vers geeft troost en herinnert ons eraan dat God ons ziet en de weg wijst. Ook Psalm 84:3 uit de berijming van 1773 heeft bijzondere betekenis: En stort op hen een milde regen, een regen die hen overdekt, verkwikt, en hun tot zegen strekt. De opa van mijn vrouw kon in de nacht voor onze trouwdag niet slapen; hij voelde zich geroepen door deze woorden en schreef er ons een brief over. Als wij het vers zingen, beseffen we altijd hoe deze woorden in ons leven werkelijkheid werden.” 

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk? 

“Ik ben positief, omdat ik geloof dat de Geest van God doorgaat tot de laatste dag. De kerk zal niet als een nachtkaarsje uitgaan; het is Gods werk. Ik bid en droom dat de Geest rijk zal werken, zodat mensen ontdekken wie Jezus voor hen wil zijn. Dat is mijn hoop: dat verdeeldheid verdwijnt, deuren opengaan en bloei ontstaat, ondanks al onze gebrokenheid.”

 lees verder
 
Hemelvaart uitgelegd: betekenis, vertrouwen en tradities [+ video]

Hemelvaart in het kort

Wat is Hemelvaart eigenlijk, kort gezegd? Studentpastor Jorn den Hertog legt het uit. 

Kijk video (50 sec) op YouTube

Betekenis van Hemelvaart

Jezus’ hemelvaart betekent voor gelovigen dat Jezus vertrouwen in ons mensen stelt. God geeft ons vrijheid om eigen keuzes te maken, zonder dat hij voortdurend zichtbaar is. Dat kan inspireren om met vertrouwen de toekomst tegemoet te zien, ook al kun je weinig voorspellen van hoe het zal gaan, zelfs van wat er over een minuut precies gebeurt.

 

In het diepe springen

Soms moet je in het diepe springen. Misschien wel vaak. Want we weten zoveel niet: wat er volgend jaar gebeurt totaal niet, maar ook van wat er morgen gebeurt niet. En ga maar na: zelfs wat er over een minuut gebeurt, kan totaal anders uitvallen. Hoe kun je dan vertrouwen?

Dit artikel hoort bij de cursus Vieren.

Voor veel christenen gaat Hemelvaart over die vraag. Met Hemelvaart vieren christenen hoe Jezus naar de hemel vertrok. In het bijbelverhaal verscheen hij, na zijn opstanding uit de dood, gedurende veertig dagen regelmatig aan zijn volgelingen. Maar met Hemelvaart stopt die periode en moeten zij nu op eigen benen leren staan. Maar hoe doe je dat? En waarom zou je?

Belang van vertrouwen

Vertrouwen wordt intensief onderzocht. In de economie is ‘consumentenvertrouwen’ bijvoorbeeld een belangrijk begrip. Ook bij het opvoeden van kinderen en herstellen van relatieproblemen is het essentieel. Het vertrouwen dat onderwijzers laten blijken, blijkt een grote factor in de prestaties van de leerlingen. Zonder vertrouwen kunnen mensen, relaties en samenlevingen niet functioneren. Hoogleraar Brené Brown heeft extreem populaire (TED)talks over dit onderwerp gegeven.

Praktisch

  • Datum Hemelvaart: Hemelvaart valt altijd op een donderdag, op de veertigste dag na Pasen, meestal ergens in mei. In veel Europese landen is dit ook een vrije dag.
  • Tradities met Hemelvaart: Een Nederlandse traditie bij Hemelvaartsdag is dauwtrappen: vroeg opstaan om met een groepje te wandelen of te fietsen en dan dus de ochtenddauw te ‘trappen’. Dit is ontstaan om de Rooms-Katholieke Kerk heel vroeg processies hield op Hemelvaartsdag. In andere dorpen is het traditie dat de fanfare om een uur of zes in de ochtend door de straten trekt.
  • Hemelvaart in de Bijbel: Meer lezen? Je vindt het bijbelverhaal over Jezus’ vertrek van de aarde in Handelingen 1.
 lees verder
 
Joie de vivre

In de roman van Emma Doude van Troostwijk, Mensen van de dag, staat een ontroerend mooi fragment. Het boek schetst het samenleven van een protestantse predikantenfamilie in Frankrijk. Grootvader was predikant, vader en moeder ook, en de zoon is dienaar to be. De dochter, eind twintig, beschrijft hun levens. Maar ze schrijft zelf ook. Als ze een van haar eerste teksten heeft geschreven, reageert haar opa met een mail. Hij zegt trots op haar te zijn en mijmert dan over zijn naam. Dan komt dat fragment:

Mijn voornaam, Zacharia, betekent: God heeft zich herinnerd. Daar moet ik elke keer om glimlachen, het idee dat ik Gods herinnering in me draag en hij de mijne. En jij blijft in mijn geheugen gegrift. Dat is de levenscyclus.Moge God je zegenen en behoeden.Veel liefs, je Opa.

Dat is een schitterende zin: 'dat ik Gods herinnering in me draag en hij de mijne'.

Joyeus

In de roman zit liefde, dat voel je aan alles. Ook liefde voor de kerk en het predikantschap, dat van binnenuit beschreven wordt. Als je voorganger bent, herken je het. Over het stilvallen bij een sterfbed. Over de druk van het zoeken naar goede woorden voor een preek. Over twijfel. Hoe moet je predikant zijn in een tijd waarin de herinnering aan God schaarser wordt? Veel collega's kennen die stille, steeds terugkerende, aanvechting.

Maar er zit in deze roman ook iets joyeus, iets speels. De vrolijkheid rond de grote feestdagen van Kerst en Pasen. De sterke taal en de heerlijke muziek die een traditie aan je geeft. Het protestantisme heeft in deze roman iets van een theologie dansante. Het is bijna on-Nederlands lichtvoetig. Geen azijn en zurigheid. Geen zwart-witte grimmigheid. De sloophamer van de platheid heeft niet toegeslagen. Hier zijn mensen fier op hun traditie. En de dochter, de bijna dertiger, is blij er erfgenaam van te zijn.

Dat hebben we nodig, denk ik vaak. Of de kerk nu relevant is of marginaal, booming of bescheiden, dat is eigenlijk secundair. We hebben mensen nodig in wie deze geloofstraditie joyeus is.

Herinnering

Je zou voor de personages uit deze roman de term bewoonde herinnering kunnen gebruiken. Dat is een term van Aleida Assmann, de Duitse literatuurwetenschapper. Zij schreef veel over vergeten en herinneren.

Over herinneringsruimtes en herinneringsdragers. En over fixaties en beweging. Een traditie kan immers stromen en aanzetten tot beweging en vernieuwing. Of een traditie kan gefixeerd raken op het verleden en dus stokken. Hanna Ploeg, ons nieuwe bestuurslid, heeft in haar proefschrift over het Samen op Weg-proces die term uitgewerkt: Bewoonde herinnering.

Ik vind die term behulpzaam. Ook op een wat tegendraadse manier. Misschien kun je namelijk ook zeggen dat de secularisatie een bewoonde herinnering is geworden. En dat bedoel ik vooral voor onze eigen kerk. Dat we de afgelopen decennia zo gegrepen zijn door een werkelijkheid van verval van het kerkelijke leven dat we in dat verhaal zijn gaan wonen. Dat we er gefixeerd op zijn geraakt. Dat de kaalslag en de vermoeidheid ons eigen zijn geworden. Maar dan verlies je de vreugde.

Ik beleef onze tijd soms als een uitnodiging om dat achter ons te laten. Er is veel veranderd, zeker. De 20e-eeuwse vorm van kerk-zijn is voorbijgaand. We zullen moeten leren om kleiner kerk te zijn. En als je je vroegere tijden herinnert is dat pijnlijk. En dus kun je zomaar gefixeerd raken op het verlies. Maar voor je het weet beschadig je dan je traditie en het joyeuze ervan. Want de vreugde van de feestdagen en de schoonheid van taal en muziek, de herinnering aan God en Gods herinnering aan ons, is sterker dan de verlieservaring. Als kleine Franse protestantse gemeenschappen joyeus kunnen blijven, waarom wij dan niet?

Joie de vivre

In de roman is de grootvader vergeetachtig, de vader heeft een burn-out en de zoon twijfelt over zijn roeping. Het wordt eerlijk getoond. Het is een schets van het leven zoals we het kennen ook in onze kerk. Maar daar middenin staat opnieuw een klein brieftekstje, nu van de vader aan de zoon die predikant aan het worden is:

Lieve Nicolaas,Ik wens je God toe.Liefs, je vader.

Dat is een mooie wens aan elkaar, in de kerk en in onze cultuur: een soort joie de vivre met God. Het is ook een mooie stimulans om naar Pinksteren toe te leven. En naar de zomer.

Met collegiale groet,Kees van Ekris, scriba

Allerlei

  • In de generale synode van april hebben we de eerste lezing vastgesteld van de kerkordewijzigingen rond de kerkelijk werker, de predikant-pastor en de predikant. De kerk gaat daar nu over considereren en dus zul je de teksten voorbij zien komen in de kerkenraad. In de synodevergadering sprak ik een tekst uit om de theologische en kerkelijke betekenis van deze veranderingen te duiden. Zie hier de tekst. Het gaat over de vernieuwing van kerkelijke praktijken. Wellicht helpt het bij de consideraties.
  • Ik doe, met veel anderen, mee aan de kerkbrede gesprekken die gehouden worden in Amersfoort, Breda, Dokkum en Hoofddorp. Het gaat over de financiële huishouding van de kerk. Over financiële transparantie, en om redelijkheid en solidariteit als het gaat om geld en bezit, om quotum- en solidariteitskasregelingen. Het zijn spannende gesprekken, maar ze worden steeds op een goede manier, open en collegiaal gevoerd.
  • Na de zomer is mijn eerste classisdriedaagse gepland. Twee keer per jaar ben ik drie dagen in een classis. We stellen een programma op met allerlei ontmoetingen om het kerkelijk, cultureel en bestuurlijk eigene van een classis te proeven. Waar zit de kracht in deze kerken, welke vragen leven er, wat is nodig, wat kunnen we leren van gemeenten, voorgangers en gemeenteleden ter plekke? Het is onderdeel van de overtuiging dat we een organischer dynamiek nodig hebben tussen lokale gemeenten, de classis, de synode en de dienstenorganisatie. Het is ook onderdeel van de overtuiging dat er veel meer kracht en overtuiging in de kerk zit dan we denken. Ik zal erover schrijven en ik neem het mee in de beleidsgesprekken die we voeren.
  • De Raad van Kerken (onze preses zit in het moderamen, ik in de plenaire vergadering) heeft een document geschreven over de omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed. De titel is 'De weg van discipelschap'. Rapport over de omgang van de kerken met radicaalrechts gedachtegoed – Raad van Kerken in Nederland. Het is een evenwichtig stuk dat je goed zou kunnen bespreken in de kerkenraad of op een gemeenteavond. In juni organiseer ik een tafel met leden van onze kerk die dit radicaal-rechtse denken herkennen, met docenten op middelbare scholen, beleidsmakers en theologen. Ook daar zullen we dit stuk inbrengen en erover in gesprek gaan.
  • Voor de zomer hoop ik een affiche te maken met de thema's van de tafels die ik komend seizoen wil organiseren. Een variëteit aan onderwerpen waarvan ik gepeild heb dat ze breed leven in onze kerk en die een plek verdienen in onze komende visienota. Over heilige ruimtes, kerkgebouwen en beleid, over het post-seculiere, nieuwe openheid voor geloof en wat dat voor ons betekent, over communiceren als kerk in de publieke ruimte, over democratie, samenleven en mensenrechten, over theologie, nieuwe roepingen en vernieuwing van ambtsspiritualiteit, over schoonheid, schepping en soberheid, over muziek, kunst en verbeelding in een tijd van platte soundbites. Ik heb er zin in en houd je op de hoogte.
 lees verder