|
Tijdlijn en aandachtspunten voor jaarrekening 2025
De Classicale Colleges voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB’s) hanteren, mede in verband met de ANBI-status van de Protestantse Kerk, een strak schema voor de aanlevering en behandeling van de jaarrekening. Uiterlijk 15 juni 2026 moeten kerkelijke gemeenten en diaconieën alle stukken voor de jaarrekening 2025 hebben ingeleverd. Onderstaande tijdlijn biedt intern houvast en kan worden afgestemd met een extern administratie- of accountantskantoor. De tijdlijn is adviserend en kan worden aangepast aan de vergaderdata van de colleges. De einddatum is echter verplicht: alleen om gegronde redenen kan door de kerkenraad zelf uitstel worden aangevraagd bij het CCBB. Zodra de jaarrekening 2025 is ingediend en afgehandeld, kan de meerjarenraming 2026 worden opgesteld. Later in het najaar van 2026 kan op basis van deze meerjarenraming de begroting voor 2027 worden opgesteld. Tijdlijn 2026 voor gemeenten:
Bestuursverslag toevoegenBij de jaarrekening wordt een bestuursverslag gevoegd met een toelichting op de financiële cijfers, op bijzondere ontwikkelingen in het boekjaar 2025 en op mogelijke ontwikkelingen in 2026. Het advies is om het verslag dat aan de kerkenraad wordt gestuurd en met hen wordt besproken, te kopiëren en in dit scherm op te nemen. ANBI- en KvK-nummerVrijwel alle gemeenten en diaconieën hebben informatie over de ANBI-status op hun website opgenomen. Volgens de ANBI-regels is het noodzakelijk dat deze informatie actueel is. Dat betekent dat er een actueel beleidsplan beschikbaar is en dat het KvK-nummer wordt vermeld. Daarnaast dient de link die onder Ai2 in FRIS wordt getoond en die door de lokaal beheerder in LRP is opgegeven, rechtstreeks te verwijzen naar de ANBI-pagina van de betreffende gemeente of diaconie. Het is raadzaam te controleren of alle gegevens op de website correct en volledig zijn ingevuld. Voor een nadere toelichting en eventuele automatische koppeling wordt verwezen naar de handleiding. De ANBI-gegevens over 2025 moeten uiterlijk 1 juli 2026 op de website zijn gepubliceerd. Indien bij het CCBB uitstel is aangevraagd voor het inleveren van de jaarrekening, dient ook uitstel voor de ANBI-publicatie bij de Belastingdienst te worden aangevraagd. Een praktische oplossing om toch aan de verplichtingen te voldoen, is het vóór 1 juli publiceren van voorlopige jaarcijfers over het boekjaar 2025 op de website. MeerjarenramingNa afhandeling van de jaarrekening 2025 kan de meerjarenraming voor het volgende jaar worden opgesteld. Deze kan eenvoudig worden gebruikt voor de begroting van 2027, wat veel werk bespaart. Daarnaast geeft de meerjarenraming inzicht in de financiële ontwikkeling van de komende acht jaar bij ongewijzigd beleid, inclusief verwerkte kostenontwikkelingen via indexcijfers. Zo kan het beleid indien nodig worden aangepast. Terwijl een begroting slechts één jaar bestrijkt, biedt de meerjarenraming een helder beeld op de langere termijn. Lees ook: Waarom een meerjarenraming? De voordelen op een rij17 feb 2025Blijf op de hoogte via de wekelijkse nieuwsbrief van de Protestantse Kerk. Nog geen abonnee? Meld je aan via protestantsekerk.nl/nieuwsbrief. lees verder |
||
|
Paasgroetenactie 2026: stuur gedetineerden een bemoedigende groet met Pasen
Ieder jaar worden via de Paasgroetenactie vanuit het hele land tienduizenden paaskaarten naar gevangenissen gestuurd. Ook in de Veertigdagentijd 2026 organiseert de Protestantse Kerk deze actie om gedetineerden een kaartje te sturen met Pasen. Het ontvangen van een paasgroet doet goed. Gevangenen realiseren zich dat er mensen zijn die zich inleven in hun situatie. “De vrouw die dit geschreven heeft, kent mij helemaal niet en toch krijg ik deze kaart”, was de verbaasde reactie van een vrouwelijke gedetineerde toen ze een paasgroet ontving. Kunstwerk (links) op de cover van de paasgroetenkaart 2026: 'Zoals deze moeder haar kind liefheeft en beschermt, zo houdt Jezus onvoorwaardelijk van ons. Hij droeg onze pijn, stierf aan het kruis en overwon de dood uit liefde voor ons.' Deze afbeelding is gemaakt door een gedetineerde in de PI Nieuwegein. Handvol liefdeGerry van Wijngaarden, samen met Jeannette de Groot coördinator van de actie, weet hoe belangrijk het ontvangen van post is voor gevangenen. “Een gedetineerde zei eens: ‘Geef me het gevoel dat ik er mag zijn. Een beetje mededogen, een handvol liefde, meer niet.’ Post ontvangen is voor gevangenen een van de weinige verbindingen met ‘buiten’. Jezus zelf gaf ons de opdracht om te zien naar gevangenen.” Bij de paasgroetenkaart ontvangen gedetineerden een extra kaart met postzegel om zelf naar iemand te sturen. De afbeelding van de moeder met haar kind is gemaakt door een gedetineerde in de PI Nieuwegein. Er wordt altijd dankbaar gebruik gemaakt van die extra kaart. "Een man was zo blij met zijn kaart, hij had zijn familie nog niet kunnen bereiken en had geen geld voor een telefoonkaart. Hij had gebeden om een oplossing en de kaart voelde voor hem als gebedsverhoring". In dit korte filmpje wordt uitgelegd waar je de groet schrijft en de postzegel plakt. Centrale verzendingNadat gemeenteleden de groeten op de kaarten hebben geschreven, zamel je ze weer in en stuur je ze in een verzamelenvelop naar het dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Utrecht. De kaarten worden daar gesorteerd, verdeeld en verzonden naar gevangenissen en tbs-klinieken in Nederland. De verzending naar de penitentiaire inrichtingen komt voor rekening van de Protestantse Kerk. De paasgroetenkaarten kunnen tot uiterlijk 25 februari 2026 worden ingezonden. VragenAlle informatie over de Paasgroetenactie is te vinden op protestantsekerk.nl/paasgroetenactie. Kijk eerst bij de veelgestelde vragen. Staat je vraag er niet bij? Mail naar info@protestantsekerk.nl of bel 030 - 880 1880. Lees meer: Paasgroetenactielees verder |
||
|
Brief van de preses - Collegialiteit
Beste collega’s, In deze eerste maand van het nieuwe jaar wil ik jullie, mede namens scriba Kees van Ekris en de andere moderamenleden, zegen en alle goeds toewensen. Het hart van onze kerk klopt in lokale gemeenschappen, en jullie zijn daar te vinden. Prachtig werk, veelzijdig, en het doet ertoe. Dus hopelijk werken jullie met vreugde. Maar we weten dat dat niet altijd het geval is. Soms is het best een eenzaam avontuur, terwijl juist dan collegiaal optrekken fijn zou zijn. Collegialiteit, wat is dat eigenlijk? Dat je met elkaar kunt lezen en schrijven, elkaar aanvoelt en met plezier samen optrekt? Dat je in alle veiligheid van gedachten kunt wisselen over waar je tegenaan loopt in de met ons werk gegeven spanning tussen vrijheid en verantwoording afleggen, tussen roeping en professie? Bedreigingen collegialiteitZo’n soort collegialiteit is een groot goed. Maar in ons werk spreekt dat niet vanzelf en gaat dat niet vanzelf. Er is het nodige dat collegialiteit bedreigt. Verschil in theologische visie, verschil in positie, verschil in werkzaamheden, verschil in soort gemeente, verschil in populariteit, verschil in werkdruk en werklast, verschil in omgaan met de balans tussen werk en privé, verschil in prioriteitstelling, verschil in opvatting over politiek-maatschappelijke kwesties, verschil in persoonlijkheid. En zo kan ik nog wel even doorgaan. En als optrekken met collega’s meer kost dan geeft, is erin investeren nou niet bepaald voor de hand liggend. Maar als je het geheel van het leven en werken van de kerk overziet, is samen optrekken steeds meer wenselijk en zelfs noodzakelijk. De kerkelijke werkelijkheid en praktijk verandert, en verandert snel. De krimp zet onmiskenbaar door. Gemeenten worden opgeheven of gaan samen. De komende jaren gaan naar verhouding veel predikanten met emeritaat en zal het gebrek aan voorgangers toenemen. Naast de predikant wordt ruimte gemaakt voor de pastor en zal ook de kerkelijk werker een meer volwaardige plaats krijgen. Pioniersplekken en categoriaal pastoraat hebben hun eigen dynamiek, waarbij de verbinding met de rest van de kerk soms node wordt gemist. Het karakter en de vitaliteit van (semi)lokale gemeenschappen zullen steeds uiteenlopender worden. En de bestuurskracht van ambtsdragers en andere kerkleden wordt kwetsbaarder, terwijl de vraagstukken groter worden. De ongelijktijdigheid in al deze ontwikkelingen is behoorlijk groot, ik weet het. En toch, het geheel overziend: samen optrekken zal meer dan ooit nodig zijn. Collegialiteit als houdingHierboven schetste ik een ideaalplaatje van collegialiteit en noemde ik verschillen als bedreiging. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Is collegialiteit niet juist een houding die je beoefent te midden van alle verschillen? Dat je de ander respecteert in eigenheid en eigen positie, en tegelijk weet van een gezamenlijk doel en gezamenlijke roeping. Dat je weet dat je niet elkaars vrienden hoeft te zijn om toch samen te kunnen werken. Dat je daarom niet óver die ander, maar mét die ander praat als iets je dwars zit. Dat je elkaar geen vliegen afvangt en niet voor het blok zet, maar elkaar wat gunt en toevertrouwt. Vertrouwen is voor mij persoonlijk sowieso een kernwoord als het gaat om collegialiteit. Collegialiteit. Dit moderne begrip klinkt weinig theologisch. Toch klinkt hier voor mij wel degelijk een Bijbelse grondhouding in door. Want hangt elke gemeente, elke geloofsgemeenschap er niet van aan elkaar? Of je nou bezoldigd of onbezoldigd je werk doet, met of zonder opleiding, met of zonder ambt. Zijn we als leden van het ene lichaam van Christus niet allemaal op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk? Zijn we net als de discipelen per definitie niet als enkeling maar in collegialiteit geroepen? Collegialiteit, soms gaat het vanzelf, soms is het hard werken. Van harte hoop ik dat juist je ambt, je roeping, hoe jij die ook in geloof verwoordt, je mag aansporen en bemoedigen om collegialiteit nooit te idealiseren, maar wel altijd te beoefenen. Geholpen door de Geest met een geest van licht en lichtvoetigheid. In Christus collegiaal verbonden, Trijnie Bouw lees verder |
||
|
Samen sterker: waarom twee protestantse gemeenten in Brabant kiezen voor één toekomst
Een van de eerste pioniersSamenwerken is Uden-Veghel niet vreemd. “Wij waren in de jaren zeventig een van de eerste ‘Samen op Weg’-gemeenten van Nederland,” vertelt kerkenraadsvoorzitter Albert Verver. “Twee kernen, twee kerken, hervormd en gereformeerd, die samengingen. Daarmee liepen we echt voorop.” Die pioniersgeest kwam goed van pas toen enkele jaren geleden vanuit de classis Noord-Brabant, Limburg en Réunion Wallonne de vraag kwam om een buurgemeente te helpen. In Cuijk dreigde de continuïteit van het gemeenteleven in gevaar te komen. Er waren nog wel middelen, maar te weinig ambtsdragers. “En zonder kerkenraad houdt een gemeente op te bestaan, zegt de kerkorde”, legt Verver uit. De afstand, zo’n 25 kilometer, maakte het er niet makkelijker op. “Er waren weinig natuurlijke contacten. Maar tijdens de eerste gesprekken klikte het meteen. We voelden: dit moeten we gewoon doen.” Voorwerk en urgentieDe nood in Cuijk was hoog. Binnen een jaar zouden de laatste ambtsdragers aftreden. Vanuit de classis werd Rob Augustijn aangesteld om de situatie te begeleiden. Hij regelde dat er alvast een vermogensplan kwam en schakelde extern adviseur Roelof van den Broek in. “Roelof bleek de sleutelpersoon”, zegt Verver. “Hij wist precies wat er nodig was en hoe de weg langs de classis en het CCBB bewandeld moest worden. Dankzij hem konden we in een jaar tijd van nul naar een volwaardige samenvoeging.” Iets betekenen voor een anderOp een gemeenteavond in Uden-Veghel werd de vraag open besproken: waarom zouden we samengaan met Cuijk? Verver herinnert zich de woorden van een gemeentelid nog goed: “Je laat je buurgemeente niet in de steek.” Het werd de drijfveer voor de kerkenraad van Uden-Veghel om het proces aan te gaan. “Eerlijk gezegd: we hadden zelf op dat moment nog niet zo’n continuïteitsprobleem. We hadden best zelfstandig verder gekund. Maar juist daarom voelden we de verantwoordelijkheid: we konden iets betekenen voor een ander.” Steun uit de solidariteitskasProfessionele begeleiding kost geld. Toen duidelijk werd dat er een extern adviseur nodig was, wees Rob Augustijn op de mogelijkheden van een perspectiefsubsidie uit de solidariteitskas.“ Zonder die subsidie was het een flinke hobbel geweest”, vertelt Verver. “Voor een gemeente zijn dat forse kosten. Dankzij de Solidariteitskas konden we dit traject financieel verantwoord aangaan. Natuurlijk moesten we als gemeente ook zelf bijdragen, maar het grootste deel werd gedekt. Dat gaf lucht.” De aanvraag verliep soepel. “Ik kende de procedures al wat vanuit mijn rol in de classis, dus dat hielp. Binnen korte tijd hadden we de toezegging.” Een eigen vierplekOp 29 december 2023 werd de fusie een feit: de aktes werden ondertekend en Uden-Veghel en Cuijk vormden vanaf toen samen één protestantse gemeente. Er werd gekozen voor een constructie met meerdere vierplekken. Cuijk behield het eigen kerkgebouw en de lokale invulling van erediensten en pastoraat. “Dat vonden we iets cruciaals”, zegt Verver. “Voor de geloofsbeleving is het belangrijk dat mensen dichtbij huis samen kunnen komen. Daarom blijft Cuijk een volwaardige vierplek houden, zo lang mogelijk. Bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid liggen wel bij de gezamenlijke kerkenraad.” Uit praktische overwegingen bleef de officiële naam Protestantse Gemeente Uden-Veghel gehandhaafd. “Een naamswijziging zou heel veel administratieve rompslomp geven. Maar we gebruiken bewust de toevoeging: Vierplek Cuijk. Dat is geen symboolpolitiek, Cuijk telt echt vol mee.” Vier keer per jaar samenOm de verbondenheid te versterken viert de gemeente vier keer per jaar gezamenlijk: op Startzondag, Dankdag, Nieuwjaarsdag en Pinksteren. Die diensten zijn afwisselend in Uden en Cuijk. “Zo voelen mensen: we zijn één”, legt Verver uit. “Daarnaast hebben we meteen de communicatie samengevoegd: kerkblad en website zijn aangepast, zodat informatie overal gelijk is. Dat helpt echt.” Predikant voltijdsEen belangrijk voordeel van het samengaan: er kon weer een voltijdspredikant worden beroepen. Ds. Edo Laseur, die al deels in Uden-Veghel werkte, kon fulltime aan de slag. “Voor ons alleen was dat financieel niet haalbaar meer”, vertelt Verver. “Samen met Cuijk wél. Dat is een groot geschenk. Want pastorale aandacht is in deze tijd meer nodig dan ooit.” Blijven investerenGemakkelijk was het traject niet. “Het vroeg ontzettend veel inzet van kerkenraad en gemeenteleden”, blikt Verver terug. “Ik was net met pensioen, anders was het bijna niet te doen geweest. Maar het was de moeite waard. Twee gemeenten zijn veiliggesteld, en we hebben nu een stevige basis.” Uitdagingen blijven er. “We hebben duizend leden op papier, maar lang niet iedereen komt naar de diensten. In Cuijk gemiddeld vijftien, in Uden veertig tot vijftig. En onze gemeente is behoorlijk vergrijsd. Toch zien we lichtpuntjes: jonge mensen die zich laten dopen of aansluiten. Zulke momenten geven hoop.” Voorbeeld in de regioIn Noordoost-Brabant zijn meer gemeenten samengegaan, zoals Boxmeer en Venray. “Het is geen olievlek, maar wel een duidelijke trend”, zegt Verver. “De protestantse gemeenten hier zijn klein, in een overwegend katholieke regio. Samenwerking is de toekomst. Ons samengaan met Cuijk zal zeker niet de laatste stap zijn.” Advies aan anderenVerver aarzelt geen moment als hij gemeenten iets mag meegeven: “Wacht niet tot het echt niet meer gaat. Schakel tijdig hulp in. Durf een externe adviseur te betrekken, en maak gebruik van de solidariteitskas. Dat haalt de grootste drempels weg. Het vraagt energie, maar je investeert in de toekomst van de kerk. En je ervaart steeds weer: God laat zijn kerk niet los.” De solidariteitskas is een fonds van gemeenten vóór gemeenten binnen de Protestantse Kerk. Meer weten over de subsidiemogelijkheden? Kijk op protestantsekerk.nl/solidariteitskas. Bron artikel: Kerkbeheer, magazine van de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) lees verder |
||
|
Nieuw! Training ‘Samen vernieuwen’ voor voorgangers
In een samenleving waarin secularisatie voelbaar doorwerkt, vragen gemeenten en proefplekken soms om een vernieuwde aanpak. De training Samen Vernieuwen biedt predikanten, kerkelijk werkers en pioniers een breed palet aan praktische technieken, theologische inzichten en strategisch gereedschap richting vernieuwing. Van theorie naar praktijkDeelnemers aan deze training leren werken met methoden als contextmapping, co-creatie en design thinking, toegepast op concrete vraagstukken uit de eigen gemeente of werksituatie. Strategische modellen als het Cynefin-framework, Systems Thinking en Frame Innovation bieden houvast bij complexe kerkelijke vraagstukken. Theologische verdieping en sociologische kennis vormen de basis voor deze praktische gereedschapskist. Vijf modules, twee casussenDe training bestaat uit vijf modules, van 'Samen komen en luisteren' tot 'Implementatie en presentatie'. Deelnemers werken tijdens de cursus aan twee concrete casussen: een strategisch innovatievraagstuk op middellange termijn en een praktisch, concreet project op korte termijn. Dit zorgt ervoor dat de opgedane kennis direct toepasbaar is in de eigen context. Bijzondere aandacht gaat uit naar financiële duurzaamheid, leiderschap in complexiteit en het ontwikkelen van een 100-dagen actieplan. Praktisch
|
||
|
Meld jouw project aan voor Jongerenprijs van Fonds Kerk en Wereld
Jongeren en jongerenorganisaties kunnen hun project indienen en maken daarmee kans op de hoofdprijs van €15.000. De prijsuitreiking vindt plaats op 10 april 2026, tijdens het Jongerenprijsdiner in de Joriskerk in Amersfoort. Aanmelden kan tot 1 februari 2026 via jongerenprijs.nl. Platform voor hoopvolle initiatievenMet de Jongerenprijs wil het fonds ruimte geven aan een hoopvol geluid in een tijd waarin jongeren vaak vooral in verband worden gebracht met stress, eenzaamheid en mentale klachten. De prijs laat zien dat jongeren volop ideeën hebben om bij te dragen aan verbinding, ontmoeting en een rechtvaardiger samenleving. Dat bleek ook uit eerdere edities. Zo won in 2023 het project De Kas in DrachtenVerder lezenDe Kas: waar vanuit Jezus’ liefde wordt omgezien naar jongeren, dat met activiteiten jongeren helpt hun talenten te ontdekken en relaties op te bouwen in de stad. Jury en prijzenAlle inzendingen worden beoordeeld door een jury met ervaring in jongerenwerk en maatschappelijke betrokkenheid. Onder de juryleden zijn onder meer Júlia Herku (jonge Theoloog des Vaderlands 2024-2025), zanger Marc Floor en jongerenwerker en influencer Godwin Arhin. Herku kijkt uit naar de inzendingen: “Het is inspirerend om te zien hoe creatief en vernieuwend jongeren zijn. Hun stem heeft unieke kracht om richting en hoop te geven. Dat maakt het bijzonder om deel uit te maken van deze jury.” De jury kiest drie prijswinnaars. Daarnaast brengen alle deelnemers een stem uit voor de publieksprijs. Over Fonds Kerk en WereldDe Jongerenprijs is een initiatief van Fonds Kerk en WereldVerder lezenKerk en Wereld, een fonds binnen de Protestantse Kerk dat activiteiten stimuleert en ondersteunt op het snijvlak van geloof en samenleving. Projecten dienen aan te sluiten bij minimaal één van de speerpunten van het fonds: verbinden en ontmoeten, het christelijk geloof actualiseren of bevorderen van sociale cohesie. lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Egbertina: “Wanneer werkt Gods geest in gesprek?”
Hoe ervaar je je roeping?“Tijdens mijn studie wilde ik de kerk in en de preekstoel op, maar een docent dacht dat ik beter op mijn plek zou zijn in een instelling. Mijn eerste stage, in het Martiniziekenhuis in Groningen, was fantastisch. Toen ik meeging naar een zitting van de medisch-ethische toetsingscommissie ontdekte ik hoeveel betekenis je kunt hebben als geestelijk verzorger: je hebt een stem, geestelijke verzorging is niet ‘iets erbij’. Ik voel me geroepen om de mensen die bij ons verblijven een luisterend oor en een warm hart te bieden, niet om het evangelie te verspreiden." Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral de mensen om me heen: de bewoners en de zorgcollega’s. Ik heb er behoefte aan om samen met collega’s ervaringen te delen en casussen te bespreken. Geen eilandjes vormen, weten dat we het samen doen. Daarom probeer ik altijd zichtbaar en benaderbaar te zijn.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Het is nog nooit gebeurd, maar ik heb wel momenten gehad waarop ik naar mezelf aan het kijken was terwijl ik aan het werk was, het gevoel dat ik zelf niet meekwam. Ik heb de neiging om alles te willen doen, maar dat kan niet. Het heeft me geholpen om er met een psycholoog over te spreken. Die leerde me om me meer te beperken tot de taken die echt bij me horen. Ik ben daar trouwens nog steeds niet zo goed in, ik word ook ongelukkig als ik bepaalde dingen niet meer zou doen.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?"Het werk in de woongroepen: de gesprekken met bewoners en zorgverleners. Laatst besprak ik met een zorgcollega dat ik zo graag zou willen weten wat er omgaat in het hoofd van een man met jeugddementie, zodat we hem echt kunnen helpen. Zij voelde precies hetzelfde. Het deed me goed om te horen dat iemand die altijd maar aan het rennen is er net zo in staat, dat was voor mij een geluksmomentje.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De opleiding ‘Sensorische informatieverwerking bij dementie’: hoe prikkels binnenkomen bij en verwerkt worden door mensen met dementie. Sinds die opleiding zie ik nog meer aan de bewoners, aan hun houding – of ze angstig zijn bijvoorbeeld.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Op een dag was er een moment dat ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen? Een van de bewoners kwam voorbij, pakte me bij mijn middel en zette me letterlijk neer bij een groep vrouwelijke bewoners. Ik grapte: ‘Ik ben hier afgeleverd, mag ik erbij zitten?’ We hadden prachtige gesprekken, het voelde alsof het geleid werd. Ik ervaar dat vaker wanneer ik verbinding tot stand kan brengen tussen mensen, en zelf ook die verbinding aanga.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Het boek ‘Zeg ja bij dementie’ van Freya Flach en Hanneke van de Pol. Een eye-opener. We proberen mensen met dementie vaak te corrigeren. Dat werkt niet: ze schamen zich en hebben het gevoel dat ze dingen niet goed doen. Dit boek laat zien hoe je mee kunt gaan in hun beleving. Dat levert minder frustratie op, en meer grip op wat ze doormaken.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“In deze tijd van het jaar schiet me vaak deze zin te binnen: ‘En Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ Ik bewaar al deze mensen en verhalen in mijn hart. De Bijbel is een boek over liefde: dat is de rode draad, dat wordt van ons gevraagd. Als je bereid bent de wereld met liefde tegemoet te treden, dan doe je het goed.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Mijn droom is dat alle kerkgenootschappen en modaliteiten samenkomen in één kerk. Dat alle muren wegvallen en we het samen doen. Daarnaast pleit ik ervoor dat kerken naast de zondagse vieringen andere momenten van openstelling hebben. Ik houd van kerken die de hele week open zijn, waar je naar binnen kunt om een kaarsje te branden maar ook om koffie te drinken en een spelletje te doen. De kerk als vrijplaats voor iedereen.” lees verder |
||
|
Bijbelse voornamen ronduit populair bij protestanten
Bij de meisjesnamen staan Sara(h)/Saar bovenaan en bij de jongens gaat het om Lucas/Luuk/Luca. Dat blijkt uit de ledenlijst van de Protestantse Kerk in Nederland. In de Protestantse Kerk zijn (tot en met 23 december) 3542 nieuwe namen bij geboorte geregistreerd, waarvan 1714 meisjes en 1828 jongens. Opvallend is dat van alle geboren jongens 39 procent een Bijbelse naam heeft terwijl dat bij meisjes significant lager ligt met 14 procent. De top 10 bestaat bij jongens bijna alleen uit Bijbelse namen. Bij meiden gaat het om ongeveer de helft, afhankelijk van hoe je rekent (zo zou Emma van ‘Emmanuel’ afgeleid kunnen zijn). Daarnaast hebben een paar namen ook een Bijbelse betekenis, zoals Roos en Sophie. De Bijbelse betekenis van de namen op de nummer 1 zijn ‘vorstin’ (Sara) en ‘licht’ (Lucas). Twee keer zo vaakVan de top 50 geven de mensen van de Protestantse Kerk in Nederland twee maal zoveel Bijbelse namen aan kinderen als de Nederlandse bevolking als geheel (vergeleken met cijfers van SVB 2024). De helft van deze top vijftig jongensnamen is een direct Bijbelse naam. Bij de meisjes krijgt 1 op de 4 (van de top 50) een Bijbelse naam en dat is in de Nederlandse bevolking 1 op de 8. BiblebeltDe geografische ligging lijkt een belangrijke rol te spelen bij de voornamen. De data van geboorten toont een sterke concentratie in de Nederlandse Biblebelt (met name Rijssen, Urk, Ede, Barneveld en Katwijk aan Zee). Twee-derde ligt in de provincies Zuid-Holland en Gelderland. Dit verklaart mogelijk nog extra de populariteit van Bijbelse namen in deze dataset. Rang Meisjesnaam Aantal Jongensnaam Aantal 1 Sara 64 Lucas 70 2 Roos 45 Sam 56 3 Sophie 43 Boaz 38 4 Eva 41 Levi 36 5 Tess 27 Daan 31 6 Lotte 26 Juda 24 7 Julia 26 Ezra 22 8 Emma 25 Abel 22 9 Anna 25 David 22 10 Lieke 21 Bram 21 Toelichting: Bij samenvoeging van de meisjesnamen Sara(h)/Saar, Roos/Rosa/Rosie; Sophie/Sofie; Eva/Evi(e)/Evy; Tess/Tessa; Anna/Anne en bij jongensnamen Lucas/Luuk/Luca/Luuk/Lukas; Sam/Sem/Samuel; Boaz/Boas; Levi( e)/Lev en Daan/Daniel.
Figuur: Geografisch overzicht van geregistreerde geboorten van jongens en meisjes in 2025 naar aantallen. lees verder |
||
|
Van Utrecht naar Jeruzalem: hoe Wilma en Geert werken aan verbinding in Israël en Palestina
Wilma Wolswinkel is relatiebeheerder bij Kerk in Actie en Geert de Korte is ‘onze man in Israël’. Wolswinkel werkt sinds 2018 voor Kerk in Actie. Zij studeerde Internationale Betrekkingen en werkte eerder voor de GZB, de Gereformeerde Zendingsbond, en het Centrum voor Israëlstudies. Twee dagen per week is zij diaconaal werker in de Nieuwe Kerk in Utrecht. Geert de Korte werkt sinds 2023 voor het Centrum voor Israëlstudies in Jeruzalem. Sinds mei 2025 vertegenwoordigt hij daar ook de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is lid van de Gereformeerde Gemeente Dordrecht en gastlid van de hervormde wijkgemeenten 2 en 7 in Dordrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Van 6 tot en met 15 januari reist een delegatie met scriba Kees van Ekris door Israël en Palestina. De Korte en Wolswinkel organiseren de reis, die voert langs organisaties en initiatieven aan Israëlische en Palestijnse kant. Met wie werkt de Protestantse Kerk in Israël en Palestina samen?Wolswinkel: “Aan Palestijnse kant zijn dat vooral Palestijnse christenen, zoals de Lutherse kerk en Sabeel, het oecumenisch centrum voor Palestijnse bevrijdingstheologie. Aan Israëlische kant zijn het ‘shared society’ organisaties als Nes Ammim en het Rossing Center, die zich inzetten voor een Israëlische samenleving waar alle bevolkingsgroepen gelijk worden behandeld en gewaardeerd. Ook werken wij samen met organisaties die opkomen voor de rechten van specifieke bevolkingsgroepen, zoals Palestijnse Israëliërs, Joodse minderheden (Russisch, Arabisch, Ethiopisch), Palestijnse werkers uit de Westbank en Gaza en arbeidsmigranten uit Azië en Afrika. De Korte: “Ik werk samen met de Interfaith Encounter Association. Zij faciliteren ontmoetingen tussen Palestijnen en Israeli’s, Joden en moslims, en vrouwengroepen. Ik begeleid twee groepen waarin Joden en christenen, gewone mensen en theologen, samen het Nieuwe Testament bestuderen. Twee andere partners zijn leerinstituten: het Schechter Instituut en het Fuchsberg Jerusalem Center. Momenteel bestudeer ik bij Fuchsberg het Joodse gebed. Wat ik daar leer, geef ik via lezingen door aan de Nederlandse kerken.” Waar bestaat jullie werk uit? De Korte: “In de dialoog verdiepen wij het nadenken over de Joodse context van het Nieuwe Testament. Christenen komen erachter dat het Nieuwe Testament een verrassend Joods boek is, terwijl men het aan Joodse kant vooral ziet als een boek voor christenen.” Wolswinkel: “Mijn voornaamste taak is: zorgen dat onze partners het geld krijgen dat Kerk in Actie voor hen begroot. Rond de start van een nieuw contract zijn er intensieve contacten. Gedurende het jaar houden we elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen, met online-gesprekken en ontmoetingen die door onze partners zeer worden gewaardeerd. Wij krijgen ook kritische vragen terug: ‘Wat betekent christelijke solidariteit als er een genocide plaatsvindt? Zijn wij vooral een diaconaal project of zijn wij ook gelijkwaardige gesprekspartners?’” Hoe ziet het programma van de reis er uit?De Korte: “In het Fuchsberg Center doen we een studie rond de titel van de synodenotitie ‘Uw Koninkrijk kome’Verder lezenSynode aanvaardt nota ‘Uw koninkrijk kome’ over relaties met Joden en Palestijnse christenen . Twee bevriende rabbijnen geven een Joods perspectief op Gods koninkrijk. Daarna vertel ik erover vanuit de christelijke traditie, waarna wij met elkaar in gesprek gaan over de betekenis ervan voor deze tijd. Is Gods koninkrijk particulier, alleen voor Israël, of universeel, voor alle volken? Daarnaast spreken wij met diverse andere rabbijnen en hopen we een bezoek te brengen aan een getroffen kibboets bij Gaza. Wolswinkel: “Wij trekken een middag op met Omar Harami in Oost-Jeruzalem, directeur van Sabeel Jerusalem. Op het Bethlehem Bible College ontmoeten wij Palestijnse theologen en leiders van lokale christelijke gemeenschappen. Wij bezoeken ook Nes Ammim en Tent of Nations, de educatieve boerderij van de Palestijns-christelijke familie Nassar. Tot slot zijn we aanwezig bij de wijding van de nieuwe Lutherse bisschop in Jeruzalem.” Wat merken lokale gemeenten van deze reis?Wolswinkel: “De delegatie hoort wat onze partners in Israël en Palestina meemaken. Dat zal behulpzaam zijn voor het voortgaande gesprek in Nederland. Het gaat daarbij zowel over het publiek spreken van de kerk als over het gesprek in lokale gemeenten. Het risico bestaat dat mensen afhaken van Israël en Palestina: te emotioneel, te moeilijk Pijl naar beneden Lees ook:Wat maakt het gesprek over Israël en Palestina zo lastig in de kerk, en wat kun je daaraan doen? . Ik pleit ervoor om zowel het lijden en het onrecht aan Palestijnse kant te zien én tegelijk oog te houden voor de Joodse trauma’s en pijn.” De Korte: “In deze reis wordt geluisterd naar beide kanten. Een van onze partners zal zeker vragen stellen over de rol van de kerk in de bestrijding van antisemitismeVerder lezenProtestantse Kerk over bestrijding antisemitisme. Wij hebben als kerk kilo’s boter op ons hoofd in de omgang met Joden. Veel stereotypes over JodenVerder lezenAnti-judaïsme in de kerk hebben hun wortels in het kerkelijke verleden. Beide kanten stellen vragen aan onze kerk. Dat schuurt soms, maar wel het zijn relevante gesprekken voor de situatie in Nederland.Er is hier oorlog, aan beide kanten zijn er spanningen, verdriet en trauma, onzekerheid, onveiligheid. Zouden ze om de tafel zitten, wat nu onmogelijk is, dan ontdekten zij dat ze veel gemeenschappelijk hebben, eenzelfde verlangen naar vrede en veiligheid. Dat is de tragiek van deze regio.” Jullie werk bevindt zich in het midden van het conflict.De Korte: “Ik ben in dit conflict een betrokken buitenstaander, ik ben geen partij. Dat wil ik ook niet zijn. Daardoor kan ik naar iedereen luisteren, met iedereen in gesprek gaan. Ik kan in Bethlehem met iemand praten en goed luisteren, én met een kolonist uit Hebron. Bij beiden kan ik nu en dan theologische jeuk en kriebels krijgen, maar ik luister wel. Ik liet tranen om de Israëlische gegijzelden en kan net zo verdrietig zijn als ik denk aan de Gazanen en wat zij op dit moment meemaken.” Wolswinkel: “Ik wil ook geen onderdeel worden van het conflict. Tegelijk zit ik er middenin. Online ontmoet ik partners die er vanwege de oorlog mentaal en fysiek compleet doorheen zitten. Dat laat me niet koud. De polarisatie in de kerk rond dit onderwerp kan heel heftig zijn en is soms ook een groot contrast met onze eigen partners ter plekke. Natuurlijk hebben wij Palestijnse partners die behoorlijk fel zijn, dat begrijp ik volkomen. Tegelijkertijd zeggen ze: wij moeten hier met elkaar uitkomen, elkaar vasthouden.” De Korte: “Eén van mijn Joodse contacten zei: ‘Zeg tegen jullie mensen dat ze niet pro-Israël of pro-Palestijns moeten zijn, maar pro-peace'.” Bekijk ook de onderwerppagina 'Israël en Palestina'Op de onderwerppagina Israël en Palestina wordt een diversiteit aan materialen geboden om dit onderwerp een plek te geven in de gemeente, juist als meningen verschillen. Het materiaal biedt geen pasklare antwoorden, ook is het geen one size fits all-verhaal. Eerder is het materiaal voor een gezamenlijke trektocht, een pelgrimage, waarbij het koninkrijk van God, het rijk van vrede en recht, het kompas en de richtingwijzer is. Het materiaal is niet af. Onderweg wordt steeds weer bijgeleerd. Deze pagina zal daarom geregeld aangevuld worden met nieuwe artikelen en werkvormen. lees verder |
||
|
Nieuw als ambtsdrager? Vier tips om goed te beginnen!
1. Maak een frisse startBegin je ambt vol vertrouwen! Meld je aan voor deze handige serie van drie e-mails boordevol informatie en inspiratie, afgestemd op jouw ambt. Vraag ook het welkomstpakket aan en start goed voorbereid. Meld je aan voor deze frisse start! 2. Ontdek jouw takenBenieuwd wat jouw rol precies inhoudt? In onze artikelenreeks lees je alles over de taken, kansen én valkuilen van jouw ambt. Wat is mijn taak?Pijl naar rechts3. Volg een cursusVerdiep je in je verantwoordelijkheden en ontmoet andere ambtsdragers tijdens korte, online trainingen. Iedere maand zijn er cursussen voor: Voorzitter kerkenraad | Scriba | Diaken | Kerkrentmeester | Ouderling | Jeugdouderling en jeugddiaken 4. Een 'startpagina' per ambtVind alles wat je nodig hebt op één plek. Voor elk ambt is er een overzichtelijke startpagina gemaakt. Voeg hem toe aan je favorieten, zodat je altijd snel toegang hebt. lees verder |
||
|
Factsheet Kerk & Veiligheid wederom onder de aandacht
Het dreigingsniveau voor terroristische aanslagen in Nederland is ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Er is geen concrete dreiging voor kerken, maar het algemene dreigingsniveau blijft hoog. Gastvrijheid en waakzaamheid in balansDe adviezen in de Factsheet zijn actueel en bieden praktische handvatten om de balans te bewaren tussen gastvrijheid en waakzaamheid. Rond drukbezochte kerkdiensten, zoals met kerst, raden wij aan om te overwegen:
Veiligheid op de agendaHet is belangrijk dat gemeenten binnen de kerkenraad iemand aanwijzen die verantwoordelijk is voor het thema veiligheid. Deze persoon kan:
|
||
|
Geestelijk verzorger Jolien Bos: “Samen zoeken naar wat goed doet”
Hoe ervaar je je roeping?“Als ‘op mijn plek zijn’. Mijn werk is heel veelzijdig, ik ben voortdurend bezig met wat mensen raakt, in negatieve en positieve zin. Samen met hen zoek ik naar wat hen goed doet. Maar niet alles is op te lossen en dan voel ik het ook als mijn roeping om het samen uit te houden. Daarnaast ervaar ik roeping bij het praten met mensen over ervaringen die ze zelf moeilijk kunnen duiden. Ervaringen die hen het gevoel geven dat hemel en aarde met elkaar verbonden zijn. Het is van betekenis om daar niet aan voorbij te hollen, maar samen te doorvoelen wat dit met iemand doet.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Vooral vertrouwen van de mensen met wie ik werk. Dat merk ik in het gevoel dat ik welkom ben, met mijn kwaliteiten én met mijn tekortkomingen. Dat gezien wordt dat mijn intentie goed is, ook als er eens iets misgaat. Daarin zijn onze bewoners goede leermeesters. Zij voelen vaak haarscherp aan of iemand te vertrouwen is en hen behandelt vanuit gelijkwaardigheid. Als je dat doet, dan ben je meer dan welkom en is het geen ramp als er eens iets misgaat. Wat voor hen geldt, geldt ook voor mij.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Door goed contact te houden met collega’s binnen de vakgroep en daarbuiten. Ik werk met allerlei begeleiders, behandelaren, managers en ondersteunende diensten samen. Het is heel fijn om elkaar op te kunnen zoeken om zorgen te delen en even te reflecteren. Daarnaast is dit een werkomgeving waar we regelmatig lachen met elkaar, dat geeft plezier en verbinding. Verder liggen hier steeds nieuwe uitdagingen. Dat houdt mij, zeker ook in combinatie met het volgen van scholing, fris.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Ik doe veel verschillende dingen, en juist die afwisseling maakt het mooi. Het zit in het samen zoeken naar wat er speelt en wat voor nu een begaanbare weg is. Met bewoners en hun naaste zoek ik naar wat deze persoon zin geeft in het leven en wat juist de zin ontneemt. Met teams zoek ik naar wat het beste is om te doen wanneer ze een ethisch dilemma hebben. Op beleidsniveau puzzel ik mee in wat er mogelijk is in alle veranderingen en uitdagingen waar we in de zorg mee te maken hebben. Ik geniet ervan als er ruimte ontstaat waardoor mensen weer perspectief zien.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“De training ‘Prof op de kaart’, een methodiek met een grote landkaart waar allerlei vragen bij horen. Zoals: wat is nu je positie op de kaart ten aanzien van die vraag, waar zou je naartoe willen en wat heb je nodig om daar te komen? Een mooi hulpmiddel voor individuele gesprekken en in begeleiding van teams. Deze scholing volgde ik met collega’s die net als ik betrokken zijn bij het project ‘samenwerken aan samenwerken’ dat inzet op een betere samenwerking met verwanten en vrijwilligers. In proeftuinen zijn we met elkaar in gesprek en verplaatsen we ons in elkaars perspectief.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Jazeker. Daar waar ruimte ontstaat, daar is Gods Geest. Daar mogen we ontvangen. Bij de herdenkingsdienst voor bewoners kwam een vrouw die door ongemak en daarbij horend moeilijk gedrag al een tijdje niet meer in de kerk kwam. Maar ze wilde hier graag bij zijn. Nog voor de dienst begon was ze alweer weg, het gaf te veel prikkels. Maar ik kon nog net met haar een kaars aansteken en dat deed haar zichtbaar goed. Op zulke momenten ervaar ik de Geest.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“De masterscriptie van Anouk Helmich: ‘Als ieders stem telt’. Het is een contextuele bijbelstudie van Exodus 4:10-17, gedaan met mensen met en zonder verstandelijke beperking. Over hoe je samen kerk kunt zijn. Ik vind haar aanpak, de stem van mensen met een verstandelijke beperking echt serieus nemen, fantastisch.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Mijn dooptekst, die ook een rol had bij mijn bevestiging als predikant, resoneert nog weleens: Handelingen 8:31. Filippus stapt bij de Ethiopiër op de wagen zodat ze samen de tekst kunnen uitpluizen die de Ethiopiër leest. Ik vind dat een mooi beeld: samen een stukje op reizen, zoeken, geraakt worden door de ontmoeting en daaruit iets meenemen op het vervolg van je weg. De mensen op de wagen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig en betekenen allebei iets voor de ander. Zo sta ik ook in mijn werk. Ik mag iets brengen en tegelijkertijd ook zelf geraakt worden.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Dat ze een plek mag zijn waar mensen zich welkom en veilig voelen, gehoord, gezien en geaccepteerd, en dat zij zelf ook op die manier aanwezig zijn. Bij ons is één keer per jaar de plaatselijke gemeente te gast. Elk jaar hoor ik na afloop van de dienst dat het zo’n verademing is dat mensen zo zichzelf kunnen zijn. Dat er geen schroom is om hardop te bidden voor wie of wat je aan het hart gaat. Dat er geen lange preek nodig is, als je eerlijk met elkaar deelt wat je raakt. Dat het bijna jaloersmakend is om zo waarachtig te kunnen geloven. Ik hoop, met dank aan onze bewoners, dat de kerk bijdraagt aan het laten groeien van oprechte verbindingen tussen mensen.” lees verder |
||
|
Kerkdienst streamen: hoe betrek je thuiskijkende gemeenteleden bij de viering?
In het begin leek het een mooie service voor gemeenteleden die niet naar de kerk konden (in coronatijd: mochten) komen. Bovendien is het missionair wanneer je als kerk te vinden bent op online platformen. Ook bij uitvaarten is het een uitkomst, bijvoorbeeld als familieleden in het buitenland niet kunnen komen en de dienst toch willen meemaken. Kerkomroep.nl en kerkdienstgemist.nl zijn platformen waar vooral kerkbetrokken mensen hun eigen gemeente kunnen vinden, maar op YouTube begeef je je als kerk helemaal in het publieke domein. De keerzijde was dat een grote groep gemeenteleden niet meer naar de kerk kwam toen de deuren weer opengingen, omdat ze het ‘net zo goed’ thuis konden volgen. Het is de vraag of dat werkelijk zo is, want het maakt de kerkganger vooral tot ‘consument’. Eredienst wil ook beleefd worden, als participant: in de kerkruimte kun je meezingen, anderen ontmoeten, samen bidden en de geur van het liturgische seizoen opsnuiven. En samen zingt het toch beter dan alleen thuis op de bank. Kijken nodigt niet altijd uit tot meezingen, eerder tot waarnemen wat zich in de kerk afspeelt. Waar ligt de balans?Maar er gebeurde nog iets merkwaardigs. Soms werd de kerk zo ingerichtVerder lezenKerkdienst online streamen: zo werkt het dat het het mooist uitkwam voor de camera’s: kaarsenstandaards in de juiste hoek geplaatst, de voorganger achter een lezenaar in plaats van de liturgische tafel, de cantorij zo opgesteld dat ze goed zichtbaar was, en soms zelfs de organist in beeld terwijl ze muziek tot eer van God speelde. En er was geregisseerde stilte als de opname begon. Toen het grootste deel van de gemeente tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 thuis zat, was dat te begrijpen. Maar als het grootste deel van de gemeente in de kerkruimte zit, kun je je als liturgieteam afvragen waar de balans moet liggen, bij het deel van de gemeente dat in de kerk zit of het deel dat thuis meekijkt. En wat is het doel van wat je in beeld brengt: gaat het erom de kunsten van de organist te zien of om de spirituele functie die de muziek heeft voor ons geloofsleven? Waar ‘gebeurt’ de viering?De belangrijkste vraag is: wat is de blikrichting? Willen we het liturgische ‘gebeuren’ in de kerkzaal bij de mensen thuis brengen, als een tv-programma waarnaar ze kunnen kijken (dus zo comfortabel mogelijk gericht op de ‘buitengroep’)? Of speelt de liturgie zich primair in de kerkzaal af en willen we de mensen thuis daar deelgenoot van maken door ze ‘naar binnen te trekken’? Kijken de mensen naar een ‘voorstelling’ die in de kerk voor hen wordt uitgevoerd, of kunnen de thuiskijkers een ‘verlengstuk’ worden van het liturgische vieren, door ze uit te nodigen mee te bidden, te zingen en actief betrokken te zijn? Kortgezegd: ‘gebeurt’ de viering van de eredienst primair in de kerkruimte, bij de mensen thuis, of allebei? En kan dat tegelijkertijd? Tot wie richt je je?Om een antwoord te vinden op bovenstaande vraag, is het goed om je te realiseren dat het twee verschillende blikrichtingen zijn: van binnen naar buiten, of van buiten naar binnen. Het één sluit het ander zeker niet uit, maar het helpt om je als techniek- en liturgieteam de vraag te stellen op welke doelgroep je je richt, om zo te bepalen hoe je de viering het best communicatief kunt ondersteunen voor de thuiskijker. Zoom je de camera in op de voorganger of helpt het bij het zingen ook dat je uitzoomt en een deel van de gemeente op de rug kijkt, alsof je in de kerkzaal zit en deel bent van de gemeenschap? Betrek de thuiskijkers erbijEen belangrijke regel is: houd rekening met de thuiskijkers en negeer ze niet. Dat betekent niet dat ze voortdurend bediend of benoemd hoeven te worden, maar wel dat er geen exclusieve taal wordt gebruikt die beperkt is tot de kerkgangers binnen de kerkruimte. Bij de mededelingen in de loop van de dienst doet het goed ook de gemeenteleden thuis aan te spreken of via de camera aan te kijken. Ook hier geldt: niet voortdurend, want dat doet kunstmatig aan en sluit de mensen in de kerk uit, maar één zichtbaar moment van oogcontact doet al veel. Een tweede mogelijkheid is om kerkgangers thuis eens in de zoveel tijd even in de voorbeden te noemen. Dat verkleint het gevoel van eenzaamheid van de oudere niet-mobiele thuiskijker die liever in het midden van de gemeente had gezeten. Betrekken in ritueel en sacramentWil je nog een stapje verder zetten in het samen gemeente-zijn, thuis en in de kerkruimte, dan is het goed mogelijk bij rituelen of sacramenten de ‘kerkgangers’ thuis er direct bij te betrekken. Heel eenvoudig is bij het aansteken van de tafelkaarsen de mensen via Verder lezenHoe maak je een goede nieuwsbrief? 8 verbetertips of een melding op het scherm uit te nodigen thuis ook een kaarsje aan te steken, als teken van verbondenheid en toewijding van dit uur aan God, ook thuis. Over de vraag of thuiskijkers ook moeten meedelen in brood en wijn door zelf thuis iets klaar te zetten, is veel discussie. In die discussie mag wat mij betreft het pastorale aspect niet over het hoofd gezien worden: als het heilzaam en helend is doordat mensen zich deel voelen van de gemeenschap, geeft dat voor mij de doorslag. Uit volle borstEen keer – het was nog in coronatijd – zong een gemeente een lied in wisselzang. Nu niet ‘mannen’ en ‘vrouwen’ of ‘links’ en ‘rechts’, maar ‘mensen in de kerk’ en ‘mensen thuis’. Van het tweede couplet klonk in de kerkzaal zelf alleen de orgelbegeleiding. Dat was meer dan een grapje. Gemeenteleden thuis reageerden achteraf dat ze uit volle borst hadden meegezongen. Ze hadden zich gezien gevoeld – en volop deel van de gemeente! ---- In de praktijk“We laten steeds op het scherm zien wat er gebeurt”“In 2015 gingen we van vijf wijkgemeenten naar één. We hebben toen gelijk vijf camera’s en twee schermen geïnstalleerd. Een flinke som geld, maar een goede investering. Er werd een studiogroep gevormd die de camera’s bedient en een beamergroep die de presentatie verzorgt. In coronatijd konden we gewoon verder met hoe we het gewend waren. Omdat de kerk toen vrijwel leeg was, hebben we wel voor levendigheid gezorgd door onder meer liederen als filmpjes op te nemen of een lied op YouTube in te voegen. Maar verder is de praktijk niet heel erg veranderd. Bij het gebed brengen we een kaars in beeld, of het liturgisch bloemstuk. We vermijden het om mensen in beeld te brengen. We zorgen voor veel ondertiteling, zodat thuiskijkers echt mee kunnen maken wat er gelezen of gezongen wordt. Bij de muziek voor de dienst brengen we niet de organist in beeld maar een bloemstuk. In de laatste minuut voordat de dienst begint tonen we een plaat met de woorden ‘In voorbereiding op de dienst worden we stil’. Daarna komen de ambtsdragers binnen. Tijdens de dienst laten we steeds op het scherm zien wat er gebeurt: nu de preek, nu het gebed van de zondag, nu het wachten op de kinderen uit de kinderdienst, zodat mensen thuis echt mee kunnen beleven wat er op dat moment gebeurt.”Marjolein Dohmen, lid van het beamerteam in de Protestantse Gemeente Enschede “Het biedt enorme kansen”“In de tijd van de lockdowns konden we in Mijdrecht, waar ik toen predikant was, al heel snel van start met het streamen van kerkdiensten vanwege een paar vakmensen in de gemeente. We hadden ongelooflijk veel thuiskijkers. Ik preekte in korte blokjes om de spanningsboog van kijkers thuis vast te kunnen houden. Tussendoor was er muziek en beeld. Voor de kinderen hadden we iets bedacht met handpoppen. Dat werkte geweldig goed. En we hadden wekelijks een ‘Blik op de week’: wat is er de afgelopen week gebeurd? Het versterkte de onderlinge verbondenheid. Na corona zijn er nog steeds twee keer zo veel thuiskijkers als mensen in de kerk. In Wilnis en Vinkeveen, waar ik nu predikant ben, is dat net zo. Deels zijn we terug bij het oude patroon, maar we maken nog steeds veel gebruik van visuele mogelijkheden om contact te maken met de kijkers thuis. Illustraties gebruiken bij de overdenking werkt ontzettend goed. Ik omarm het streamen van de diensten, het gaat niet meer weg en het biedt enorme kansen. Het is fantastisch dat mensen de moeite nemen om de dienst thuis mee te vieren, zoals oude mensen en mensen die slecht ter been of ziekelijk zijn. Doe daar niet schamper over. Maak er beleid op en investeer erin.”Erick Versloot, predikant in Wilnis en VinkeveenIn zijn boek Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?! wijdt Versloot een hoofdstuk aan dit onderwerp. lees verder |
||
|
Heffingspercentages quotum en solidariteitskas voor 2025 en 2026 vastgesteld
Dat heeft de kleine synode besloten naar aanleiding van een gesprek over de gevolgen van het besluit op de generale synode van 14 november jl. om de nieuwe quotumregelingVerder lezenNieuwe afdrachtsregeling voor gemeenten ingetrokken in te trekken. Colleges van kerkrentmeesters en diaconieën zijn daarover dinsdag 16 december 2025 per mail geïnformeerd. Verhoging is noodzakelijkTijdens de vergadering van de kleine synode werd duidelijk dat de verhoging van de bijdrage voor de solidariteitskas noodzakelijk is, omdat de beschikbare reserves voor de solidariteitskas zijn uitgeput. Dat heeft twee oorzaken. Allereerst zijn er in de afgelopen jaren vanuit de solidariteitskas middelen ingezet om een deel van de kosten van classispredikanten en de opbouw van classisteams te ondersteunen. Deze inzet heeft bijgedragen aan een versnelling in het realiseren van deze teams en daarmee aan het versterken van de bovenlokale ondersteuning van gemeenten. Inmiddels worden de classispredikanten en classisteamsVerder lezenClassisteam ondersteunt lokale gemeenten richting de toekomst gefinancierd vanuit het quotumgeld, zoals het hoort. Daarnaast is er een structureel tekort: de inkomsten bedragen € 2,9 miljoen, terwijl de uitgaven € 4,5 miljoen belopen. Dat tekort bestaat al jaren. In 2009 heeft de kleine synode al besloten dat daarom een verhoging van de bijdrage nodig was. Die verhoging is echter nooit uitgevoerd, omdat de reserves toereikend waren om tekorten aan te vullen. De reserves zijn inmiddels uitgeput. Als het tekort niet wordt opgelost, komt de continuïteit van de steunverlening en het categoriaal pastoraat in gevaar. Het gaat om de volgende percentages:
2025 2026 Kerkrentmeesterlijk quotum:
4,35%
4,35% Diaconaal quotum:
5,70% € 1,35
5,70% € 1,35 Solidariteitskas
€ 5,00
€ 7,50 GevolgenDit is een tijdelijke situatie. De gevolgen van deze keuzes, op korte en lange termijn, zullen aan bod komen bij het kerkbrede gesprek. Gemeenten en diaconieën ontvangen hier begin volgend jaar een uitnodiging voor. Kortgezegd betekent dit voor de dienstenorganisatie dat de financiële stabiliteit voor de jaren 2025 en 2026 geborgd is, maar dat er vanaf 2027 keuzes moeten worden gemaakt. In het jaarplan, dat binnenkort gepubliceerd wordt, is meer te lezen over de geldstromen en bestedingen. FacturatieVoor het heffingsjaar 2025 hebben gemeenten en diaconieën een voorlopige aanslag ontvangen, gelijk aan die voor 2024. Op basis van het besluit van 14 november jl. en de vastgestelde heffingspercentages voor 2025 wordt in januari 2026 de definitieve aanslag vastgesteld. Daarna volgt dan ook de verrekening van het te veel of te weinig betaalde. De facturatie van de bedragen voor het heffingsjaar 2026 zal in twee termijnen plaatsvinden. Voor het kerkrentmeesterlijk quotum en diaconaal quotum zijn de vervaldata 1 april en 1 oktober. Voor de solidariteitskas zijn de vervaldata 1 juli en 1 oktober. lees verder |
||
|
Een kerkbreed gesprek over solidariteit en verantwoordelijkheid
In 2024 nam de kleine synode verschillende besluiten over nieuwe regelingen voor het quotum en de Solidariteitskas. Wat bedoeld was als een stap naar vernieuwing, riep echter in veel gemeenten weerstand en zorgen op. Uit revisieverzoeken en ingediende bezwaren bleek dat de onvrede niet alleen de inhoud van de regelingen betrof, maar ook een dieperliggend gebrek aan vertrouwen in de landelijke kerk en haar dienstenorganisatie raakte. Op 13 december 2024 besloot de kleine synode daarom de nieuwe regeling voor de Solidariteitskas tijdelijk – maximaal twee jaar – in te trekken en de quotumregeling aan te passen. Daarbij werd uitgesproken dat een breder gesprek nodig is. VerkenningOm dit gesprek zorgvuldig te openen, is per 1 juli 2025 jl. Arie van der Maas aangesteld als verkenner. Hij ging in gesprek met classes, gemeenten, landelijke organisaties en andere betrokkenen. Daarbij stonden drie vragen centraal:
De bevindingen en aanbevelingen uit deze verkenning vormden een belangrijke basis voor het vervolg. Mede hierop heeft de kleine synode op 14 november 2025 besloten ook de nieuwe quotumregeling in te trekken. Uitnodiging voor Kerkbreed-gesprekIn de eerste helft van 2026 vindt er daarom een kerkbreed gesprek plaats over financiële transparantie en financiële solidariteit. In dit kerkbrede gesprek gaan we als gehele kerk luisteren naar elkaar en wijsheid delen over hoe onderlinge solidariteit financieel gestalte kan krijgen. Inhoudelijk richt het Kerkbreed-gesprek zich op vier thema's die samen het hart vormen van het proces naar herstel van vertrouwen en een toekomstbestendige financiële huishouding:
Werkzaam vermogenLokaal is er een groot vermogen: de 1.450 gemeenten en diaconieën van de Protestantse Kerk in Nederland hebben samen opgeteld ruim 2,3 miljard euro. Deze vermogens staan niet ter beschikking van de landelijke kerk. Dit betreft het deel van het vermogen van gemeenten dat niet vastzit in kerkelijke gebouwen, pachtgronden of bestemmingsreserves. Het wordt ingezet voor de missie en activiteiten van de gemeente zelf, van andere gemeenten of in het verband van de kerk als geheel. De omvang van het totale vermogen van gemeenten blijkt uit de notitie Vermogen Werkzaam van februari 2025. Het is een notitie van de werkgroep die zich bezig heeft gehouden met de uitwerking van het rapport Werkzaam Vermogen dat eerder besproken werd tijdens de generale synode van november 2020. Meer dan beleidDit kerkbrede gesprek over solidariteit en geld heeft als doel vertrouwen te herstellen en te komen tot een duurzame financiële huishouding van de Protestantse Kerk in Nederland. Ds. Trijnie Bouw, preses generale synode: "Samen zoeken we naar een eerlijke, rechtvaardige en eenvoudige regeling die past bij wie we als kerk willen zijn. Daarbij houden we ook de werkzaamheden van de dienstenorganisatie tegen het licht en verkennen we hoe gemeenten hun vermogen optimaal kunnen inzetten voor de toekomst van de kerk." DownloadsHerkansing - Werken aan herstel van vertrouwen en een duurzame financiële huishouding van de Protestantse Kerk in Nederlandlees verder |
||
|
Financiële duurzaamheid van proefplekken en geloofsgemeenschappen
Drie vormen van balansBij financiële duurzaamheid gaat het om een drievoudige balans: financieel, spiritueel en moreel. De financiële balans betreft de juiste verhouding tussen uitgaven en inkomsten. De spirituele balans gaat over het bij elkaar houden van vertrouwen op God en het nemen van financiële verantwoordelijkheid. De morele balans heeft te maken met bijvoorbeeld de afweging tussen betaalbaarheid en rechtvaardigheid. Bijbelse visie op geld en bezitDe Bijbel spreekt nooit waardenvrij over geld en bezit. Het draait altijd om de vraag: worden Gods belangen gediend of die van de mammon? Geld en bezit zijn instrumenten om goed te doen in Gods koninkrijk, niet doelen op zichzelf. Tegelijk erkent de Bijbel de verleiding van rijkdom en het gevaar van uitsluiting bij financiële ongelijkheid. Veel bijbelse verhalen, vooral in de profeten en evangeliën, gaan over uitbuiting van mensen zonder bezit. Het is daarom belangrijk dat geloofsgemeenschappen openlijk spreken over geld en de inzet van middelen. De kernvraag is: hoe kan bezit dienstbaar zijn aan de missie in Gods koninkrijk? Verantwoordelijkheid én vertrouwenVerschillende bijbelteksten belichten de twee kanten van de spirituele balans: Eigen verantwoordelijkheid
Vertrouwen op God Matteüs 6:24-34 roept op eerst het koninkrijk van God te zoeken. Gericht zijn op het koninkrijk biedt een garantie dat op een of andere manier in het nodige wordt voorzien. Te veel gericht zijn op geld gaat ten koste van de gerichtheid op het koninkrijk. Deze teksten samengenomen leren dat verantwoordelijkheid en vertrouwen samenkomen wanneer de focus blijft liggen op Gods koninkrijk en gerechtigheid. De 'schijf van vijf' voor inkomstenNet zoals een gevarieerd eetpatroon belangrijk is voor gezondheid, geldt dit ook voor de financiën van een geloofsgemeenschap. Het concept van de 'schijf van vijf' helpt bij het nadenken over een gezonde samenstelling van meerdere inkomstenbronnen die elkaar versterken en passen bij de situatie. Drie aanwijzingen voor financiële balans:
Relatie met andere gemeenschappenEen geloofsgemeenschap opereert niet in een vacuüm. Vrijwel altijd is er een relatie met andere kerkelijke gemeenten of gemeenschappen. Twee belangrijke aandachtspunten:
Praktische suggesties voor inkomsten
Ora et labora'Bid en werk' is een oude kloosterwijsheid die aansluit bij de spirituele balans tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen. Er kan veel gedaan worden om in balans te blijven, maar evengoed zijn er zaken waarin het louter genade is wat wordt gerealiseerd. Als het op geld aankomt, is het goed om gebed en inzet niet te scheiden, maar wel goed te onderscheiden. Meer weten? Download het volledige, diepgaande artikel als PDF met uitgebreide achtergronden en inspiratie en/of maak als team of kerkenraad gebruik van de online leermodule en andere leermiddelen op de themapagina financiële duurzaamheid. lees verder |
||
|
Rabbijn en predikant in gesprek over geloofsoverdracht aan een nieuwe generatie
Naar de kerk? Als de kinderen klein zijn, gaan ze nog wel mee. Maar zodra de middelbare school begint, verandert er iets. Predikant Winanda de Vroe uit het Brabantse Oisterwijk ziet het bij haar eigen kinderen: “Op zondagochtend is er vaak iets anders: voetbal, huiswerk, of gewoon geen zin.” Ze constateert dat veel gezinnen moeite hebben om hun religieuze tradities door te geven. Haar eigen drie kinderen gingen nog niet eens zo lang geleden altijd mee, vertelt De Vroe. “Heerlijk was dat. Iedereen kende hen, ze hoorden er echt bij.” Maar nu ze 15, 17 en 19 jaar zijn, hebben ze op zondag vaak wel wat anders aan hun hoofd. “Denk aan iets simpels als sporten. Dat gebeurt in Brabant op zondag. Je kinderen willen meedoen met de rest.” De druk van de samenleving schuurt vaak met de traditie. De Vroe ziet het dilemma. “Doe je niks, dan is het geloof binnen twee generaties verloren.” GevaarlijkZe bespreekt de kwestie met rabbijn Hans Groenewoudt, verbonden aan de orthodox-joodse gemeente in Amstelveen. “Is deze worsteling herkenbaar voor jullie?” Groenewoudt knikt instemmend. “Zeer herkenbaar. Wij zijn een kleine, gelovige minderheid in een overwegend seculiere omgeving. De buitenwereld dringt ook onze gezinnen binnen.” Groenewoudt kiest een andere route dan De Vroe, zo blijkt al snel. Ouders kunnen het lastig vinden om vast te houden aan tradities, zeker als kinderen liever andere keuzes maken. Toch zijn er voor Groenewoudt duidelijke grenzen. “Je moet heel helder zijn”, stelt hij. “Als kinderen liever gaan voetballen dan naar de synagoge, dan is er een probleem. Je moet als ouder je poot stijf houden.” Dus voetballen op zaterdag tijdens de sabbat? Groenewoudt: “Nee, dat komt niet im Frage. Natuurlijk moet je uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt, maar het begint met duidelijkheid.” Een relativerende houding vindt hij ronduit gevaarlijk, blijkt uit zijn betoog. Als je toegeeft aan alles wat de buitenwereld vraagt, meent hij, verlies je binnen de kortste keren je religieuze identiteit. Het goede voorbeeldToch is het volgens de rabbijn niet genoeg om alleen maar regels te handhaven. “Een opgeheven vingertje werkt niet”, zegt Groenewoudt die ook lesgeeft op een joodse school voor basis- en voortgezet onderwijs in Amsterdam. “Als je iets verbiedt, moet je ook uitleggen waarom. Kinderen zijn slim. Ze voelen haarfijn aan of iets vanuit overtuiging komt of niet. Ze willen begrijpen wat er van hen verwacht wordt.” Het goede voorbeeld is wat hem betreft cruciaal. “Een kind let ontzettend op wat zijn ouders belangrijk vinden. Je kunt niet van kinderen verwachten dat ze enthousiast zijn over religieuze tradities als jij dat zelf niet bent. Of als jij en je partner er verschillend in staan. De kans is dan groot dat ze hun belangstelling verliezen.” De Vroe verdiept zich al jaren in de joodse wortels van het christendom. Ze is onder de indruk van hoe vanzelfsprekend rituelen in het joodse leven zijn geïntegreerd. “Dat helpt zeker bij het doorgeven van de traditie”, zegt ze. Ze geeft een voorbeeld. “De sabbat wordt niet alleen in de synagoge gevierd, maar ook thuis – met een feestelijk gedekte tafel, kaarsen en gebeden. Als ik uitgenodigd word bij mijn joodse vrienden, dan ontroert me dat altijd weer.” Vasthouden aan traditiesGroenewoudt glimlacht. “Die rustdag is heilig voor ons. Dan gebruiken we geen telefoons, geen auto, en we vermijden werk. De kinderen groeien ermee op, het zit in het ritme van de week. Ze weten: dit is wie wij zijn.” De Vroe: “Bij protestanten is het geloof vaak gekoppeld aan de kerkgang, zie ik om mij heen.” Dat is behoorlijk mager, stelt ze vast. Thuis mist dan de rituele bedding die het geloof iets van het gewone leven maakt. “Veel gezinnen lezen niet meer samen uit de Bijbel, we bidden lang niet meer altijd samen aan tafel. Daardoor verdwijnt het geloof uit de dagelijkse routine. Ik zie dat binnen de protestantse traditie het alleen de orthodoxie eigenlijk goed lukt om dat geloof zo door te geven dat de kinderen ook weer in de traditie verdergaan.” Groenewoudt knikt. Vast blijven houden aan langlopende tradities is belangrijk om het geloof door te geven, stelt hij. “Ga daarover in gesprek met je kinderen. Leg uit waarom je als ouders bepaalde keuzes maakt.” AfhakenDe druk van de buitenwereld mag dan sterk zijn, volgens Groenewoudt heeft het leven in een kleine geloofsgemeenschap ook voordelen. “We zijn misschien klein, maar we horen zó sterk bij elkaar. Gezin, school en synagoge vormen samen een beschermende kring. Dat geeft kinderen houvast en herkenning. Zo proberen we een veilige joodse omgeving te creëren. De gemeenschap is altijd nabij.” Toch is ook in de orthodox-joodse gemeenschap het afhaken voelbaar. “In mijn synagoge zie ik niet veel vaders met kinderen of kleinkinderen.” Hij legt uit hoe dat komt: “Veel jongeren trekken weg, soms omdat ze niet meer naar de synagoge gaan, soms juist omdat ze ergens anders wel in alle vrijheid joods willen leven. Israël, Engeland of Amerika bijvoorbeeld, waar het makkelijker is om op onze manier joods te zijn.” De Vroe: “Er zijn in de orthodox-joodse gemeente dus ook kinderen die afhaken?” Groenewoudt knikt: “Ook bij ons struggelen gezinnen daarmee. Het gevecht met de buitenwereld is niet altijd even makkelijk.” Behoefte aan gemeenschapDe Vroe laat het hoofd niet hangen. Ze ziet ook nieuwe aanwas. “Als mensen kinderen krijgen, gaan ze op zoek. Dan vragen ze zich af: wat wil ik meegeven? Geloof is dan ineens weer in beeld.” Jonge ouders weten de weg naar haar kerk dan ook best te vinden, merkt ze op. “Als er kinderen komen, beginnen veel mensen met een schone lei.” Ook om sociale redenen komt de kerk dan in beeld. “Jonge ouders zoeken verbinding met elkaar.” In haar gemeente loopt ‘kerk op schoot’, een viering voor baby’s en peuters, opvallend goed. Er is behoefte aan gemeenschap, constateert ze. “Een paar jaar geleden interviewde ik een aantal ouders met jonge kinderen. Ik wilde weten wat hen in de kerk bracht. In die gesprekken ging het vaak over gemeenschapsgevoel, gedeelde waarden en het ontmoeten van andere ouders.” Deze behoefte aan gemeenschapszin blijkt belangrijk te zijn voor de betrokkenheid van gezinnen, deelnemen aan activiteiten in de kerk is vervolgens weer een manier om de verbinding te behouden. “De een komt elke zondag, de ander heeft minder belangstelling. Maar we proberen ze allemaal positief te benaderen, ongeacht hun frequentie van aanwezigheid.” Toch erkent ze dat het lastig wordt zodra kinderen groter worden. “Tieners zijn kritisch. Ze willen niet iets doen omdat het ‘moet’.” Hoe zit het eigenlijk met de puber die na vele weken afwezigheid zijn gezicht toch nog laat zien in de kerk van De Vroe? “Die is hartelijk welkom. We hebben nog nooit iemand weggestuurd, dat zullen we ook niet gauw doen, dan moet iemand het wel heel bont maken.” Meer over geloofsopvoeding in de kerkEén van de opdrachten van de gemeente is het opvoeden van de volgende generaties in het geloof. Maar hoe doe je dat? In de serie 'Geloofsopvoeding in de kerk' wordt dat per 'kindermoment' toegelicht. lees verder |
||
|
Brief van de scriba - Schoonheid
Geachte collega’s, Het is Advent geworden. Als aan het einde van het jaar iedereen enigszins vermoeid snakt naar wat vrije dagen, zoeken voorgangers, die ook snakken naar wat time off, naar inspiratie en goede woorden. Als kerk bidden we in deze weken voor onze voorgangers: dat je gezondheid, een goede gezindheid en geloof mag ontvangen om in jouw context voor te gaan in de vreugde van het evangelie. Advent is een bijzondere tijd, vind ik. Na de hectiek van het najaar hoop je op een periode van meer contemplatie. Iets minder vergaderen, iets meer stilte en studie. De grote feesten helpen daarbij. Ze trekken ons de essentie in van waarom we kerk zijn, wat ons drijft, driftig maakt, troost en staande houdt. Schoonheid van AdventAl een paar dagen zit ik te mijmeren over de schoonheid van Advent. Het is een schoonheid die in de vormen verscholen ligt. Na Eeuwigheidszondag (ook zo’n schitterende vorm) zingen we in de kerk andere liederen, zijn er andere lezingen, bereiden we ons op een eigen manier voor op een feest. In de schoonheid van Advent zit goedheid. Er wordt in deze schoonheid iets meegedeeld, je krijgt ergens deel aan. De adventstraditie trekt ons naar Christus toe, de Schriften in. Opeens sta je midden in de kracht van de profetie en in de herhaalde beloftes van God. “De adventstraditie trekt ons naar Christus toe, de Schriften in. Opeens sta je midden in de kracht van de profetie en in de herhaalde beloftes van God. ” Ik kwam op het thema van de schoonheid door een essay van een jonge Duitse predikant, Justus Geilhufe. Hij komt uit Oost-Duitsland. Hij weet wat atheïsme met een samenleving doet. Er gebeurt iets in een cultuur, schrijft hij, wanneer de kerk absent gemaakt wordt. Dat heeft effect op de taal, op de politiek, op de architectuur, op omgangsvormen, op de kleur van het dagelijkse leven, op het geestesleven. Juist hij schrijft daarom over de schoonheid van de christelijke traditie en haar vormen. Je komt door die vormen in een ander levensbesef. Het is een schoonheid, schrijft hij, die enerzijds gegen die Welt is. Ze bewaart een geheim dat beschermd moet worden tegen de agressiviteit van andere ideologieën en levensvormen. En tegelijkertijd is deze schoonheid für die Welt en in der Welt. Die schoonheid is bedoeld voor ieder mens en is te beleven in deze wereld. In een willekeurig dorp, op Walcheren of in de Achterhoek, in een stad of een instelling, word je zomaar onderdeel van een doorgaande traditie. Misschien dat deze weken ons daarom vrolijk maken: er is een schoonheid die beslag op ons legt, een bepaalde lichtheid die in ons wil trekken. De essentie van die vormen is het levende licht van Jezus Christus. In Hem vallen vorm en inhoud samen. De kerk is met Kerst als een moederkloekHet is als voorganger ook een rare tijd. Als gemeentepredikant vond ik het toeleven naar de kerstdiensten altijd spannend, en in zekere zin moeilijk. De verwachting is veel te hoog en de druk kon me verlammen. Voor je het weet denk je dat je allerlei fratsen uit moet halen om een eenvoudige essentie op te pimpen. Maar juist dan verlies je iets. Tegelijkertijd kan de kerk in deze dagen echt in vorm zijn. Allerlei mensen, jong en oud, randbewoners en routiniers, seculier en sentimenteel, je ziet ze allemaal voor je zitten. Willem Barnard zei ooit dat de kerk met Kerst als een moederkloek is die haar vleugels breed uitspreidt. Je hoeft eigenlijk alleen maar de deur van de kerk open te zetten en mensen komen opdagen. Want er zit in mensen van nu veel verwonding en verdriet, verveling en zoeken. “Je hoeft eigenlijk alleen maar de deur van de kerk open te zetten en mensen komen opdagen. Want er zit in mensen van nu veel verwonding en verdriet, verveling en zoeken. ” Ik beleef deze tijd als een uitnodiging. Zowel landelijk als lokaal. Misschien vragen tijdgenoten wel naar de essentie van die vormen waarin wij leven. Naar het waarom en het hoe. Wat ik lees over mensen die de weg tot Christus vinden, op allerlei manieren, is dat ze vragen naar het eigene van het geloof. Misschien hebben we als kerk te lang vanuit een soort vleierij met de tijdgeest gesproken? Als we de gunfactor van de tijdgeest maar wisten te veroveren, zo dachten we soms, misschien dat we dan weer op de kaart zouden komen te staan? Maar voor je het weet imiteer je dan de tijdgeest en verlies je het eigene. En is juist de vermoeienis niet een teken van het verlies van het eigene? Wat ik hoor is dat mensen nu juist vragen naar de kern. ‘Wat is Kerst? Ik kom niet voor de kitsch, ook niet voor de heimwee, maar eerder voor de vraag: Wie is God? Hoe kan ik met deze God in contact komen? Wat is het geheim van Jezus Christus? Waarom spreken jullie daar steeds over? Kun je daar ‘vrienden’ mee worden? Hoe kan ik leven? Welke life rules volgen jullie en waarom?’ Mysterie van de kerkIk merk trouwens in mijn eerste maanden als scriba hoezeer het mysterie van de kerk juist ook in de vorm van het diaconaat ligt. De diepere kennismaking met de projecten van Kerk in Actie inspireert me. Wie wij hopen te zijn is voelbaar en zichtbaar in ons contact met ‘de straat’, met wie gecanceld is, op wie gejaagd wordt. Met arbeidsmigranten die Kerst ergens in een kot of slapend in een bos doorbrengen. Met een fel protest tegen de godgeklaagde neiging om in een van de rijkere landen ter wereld barmhartigheid aan een vluchteling strafbaar te stellen. In een goede kerstdienst is de collecteVerder lezenHoe krijgt de collecte de aandacht die ze verdient? en de uitleg van het doel een preek op zich. Ook dat is inwijding in het geloof. En dat maakt het in zekere zin eenvoudiger. Je moet dicht bij de vormen blijven, denk ik, bij het Kind in een voerbak, bij een Kerk die het kind in doeken wikkelt, Hem koestert, zich door Hem laat vormen en daardoor barmhartig in deze wereld staat. Van harte hoop ik dat je als voorganger vanuit een soort zelfbewustzijn en rust voor kunt gaan. Wij geloven als kerk niet in kwantiteit en show, niet in de merchandizing van het heilige, niet in opgeblazenheid. Dat is strijdig met de vorm. Wij geloven in eerlijkheid: een gemeenschap van mensen die zich verzamelt rond een pasgeborene waarvan we geloven dat God in Hem naar ons omziet, ons lot deelt en onze schuld verzoent. Deze adventsbrief schrijf ik je namens het moderamen van de synode. Voel door deze brief heen het respect dat we voor onze voorgangers hebben en onze toewijding om het geestelijke leven in de lokale kerken te dienen en te omgeven met onze gebeden. Gezegend kerstfeest! Ook namens de andere moderamenleden,Leo Blees, Bianca Groen Gallant, Trijnie BouwKees van Ekris - Advent 2025 lees verder |
||
|
“Nieuw Kerkelijk Peil zorgde voor een opleving in de gemeente”
De Hervormde Gemeente Heerde is een traditionele volkskerk in de volle breedte, vertelt kerkenraadsvoorzitter Egbert van der Steege. Nog maar een paar jaar geleden waren er twee predikanten: de één met een Gereformeerde Bondsignatuur, de ander afkomstig uit de Confessionele Beweging. "We hadden door dat theologische verschil twee kerkenraden. De verschillen zaten vooral in de vorm, zoals wel en geen vrouw in het ambt, wel en geen kaarsen branden. Moet dat zo, vroegen met name de dertigers en veertigers zich af. Gaandeweg groeide de behoefte om naar elkaar toe te bewegen en één kerkenraad te vormen.” Eensgezind op wegDie wens kwam in een stroomversnelling toen beide predikanten bijna tegelijkertijd vertrokken en de gemeente een vacaturetijd in ging. Al snel werd gekozen voor één kerkenraad. En ook verder was het tijd voor een pas op de plaats: wat leeft er écht onder de gemeenteleden? Van der Steege: “Nieuw Kerkelijk Peil leek ons daarvoor een goed hulpmiddel.” Van de ongeveer 2500 leden vulden 300 de enquête in. Van der Steege analyseerde de resultaten, een hele klus. De uitkomsten waren opmerkelijk. Waar werd gedacht aan een gemeente met ‘flanken’, uitersten, bleek de gemeente juist behoorlijk eensgezind. Van der Steege: “De gemeente wil het Woord centraal stellen, zoekt naar verbinding en naar openheid naar de omgeving.” Tijdens een gemeenteavond werden de resultaten gepresenteerd, samen met de plannen van de kerkenraad. Die richtten zich vooral op de pastorale aansturing: in plaats van twee predikanten komt er één gemeentepredikant als geestelijk leider, bijgestaan door drie pastores met elk een eigen focus: ‘jong Heerde’, senioren en mensen met een beperking, en missionair en diaconaal werk. “Alleen die laatste plek moeten we nog invullen, dan is het team compleet.” SaamhorigheidWat meehielp bij het bepalen van een nieuwe koers was dat er nauwelijks verschil in beleving bleek tussen jongere en oudere gemeenteleden. Ook de lange vacaturetijd - tweeënhalf jaar - speelde daarin een rol. Van der Steege: “In die tijd hadden we gastpredikanten uit alle hoeken van de kerk. Dat hielp om breder te kijken en niet te blijven hangen in wat is geweest.” Vandaag staat de gemeente er heel anders voor dan enkele jaren geleden. “We spreken vaak over een opleving”, zegt Van der Steege blij. “Er is veel saamhorigheid ontstaan, en daar heeft het traject met Nieuw Kerkelijk Peil aan bijgedragen. Ik kan het elke gemeente aanraden. Het heeft voor een flinke beweging gezorgd.” Lees meer over Nieuw Kerkelijk Peil. lees verder |
||
|
Geestelijk verzorger Willemieke Doornenbal: “Wij mogen met onze kwetsbaarheid bij God komen”
Hoe ervaar je je roeping?“Als van God gegeven. Ik heb er wel een heel proces in gehad. Ik ben twee keer opgebrand geweest en heb getwijfeld aan mijn roeping. Door de dagelijkse omgang met het Woord ben ik het toch weer gaan ervaren als Gods plan met mijn leven. Dat ik mijn roeping heb teruggevonden, voelt als bestemming: dit mag ik doen, dit past bij mij.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Allereerst goed contact met het team. Ik wil iedereen kennen, want mijn werk is vrij solistisch. Daarnaast heb ik een basis van innerlijke rust en vrede nodig. Ik houd dagelijks stille tijd en ga regelmatig op retraite. Dat helpt me om mijn werk met passie te doen: nabij zijn voor mensen die met van alles worstelen.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?"Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is groot, ik heb de neiging om op alle vragen in te gaan. Ik heb geleerd om niet meer overal ‘ja’ op te zeggen en me meer te richten op wat ik leuk vind. Dat geeft vrijheid en focus op wat ertoe doet. Verder houd ik van wandelen, sporten, muziek maken, creatief bezig zijn, in de tuin werken, afspreken met vrienden en reizen. Dat zorgt voor balans.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Mensen individueel begeleiden in hun zingevingsvragen, gevolgd door het geven van workshops over rouw en verlies. Bijvoorbeeld aan buurtzorgteams, thuiszorgteams en welzijnswerkers die met deze problematiek te maken krijgen. Ik geef handvatten: wat zijn levensvragen, hoe herken je die, en wat kun je ermee doen?” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“In 2021 rondde ik de post-academische opleiding Contextueel Pastoraat af en afgelopen januari had ik daar een nascholing van. De titel van de nascholing was ‘De wond en de aanraking’. Onder meer het boek van Tomáš Halík, Raak de wonden aan, kwam aan bod. Ik heb er veel aan gehad, ook voor mijn eigen leven. Contextueel pastoraat raakt bovendien aan systemisch werken. Een mens is geen eiland, maar altijd verbonden met anderen. Hoe verhoud je je tot hen? Als geestelijk verzorger kom ik bij mensen thuis en breng vaak verhoudingen in gezinnen in beeld. Ik help mensen gestolde verhoudingen in beweging te krijgen, of te helpen zien welke loyaliteiten een rol spelen. Samen op zoek gaan naar bronnen van vertrouwen zie ik als een belangrijk onderdeel van mijn werk.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Zeker. Ik kan dat niet altijd expliciet benoemen, maar ik ervaar het wel. God is in alles en iedereen tegenwoordig. Als ik dat niet meer zie, kan ik het werk niet meer doen. Er gaan dingen buiten mij om, wonderlijke dingen, die ik toeschrijf aan Gods werk.” Welk boek, welke film of podcast raad je collega’s aan?“Het boek van Tomáš Halík, Raak de wonden aan. Halík liet zich inspireren door het verhaal van de ongelovige apostel Thomas. Het laat de kwetsbaarheid van Jezus zien die naar de aarde kwam en Thomas zijn wonden liet aanraken. Ik vind het inspirerend dat God voor ons is afgedaald. Hij reikt zijn hand naar ons uit, wij mogen met onze kwetsbaarheid bij Hem komen. Ook al zien we het niet, we mogen er toch in geloven. Dat is een stevig fundament. Voor mijzelf was het helend. Ik kwam uit een diep dal en ontdekte door de nascholing dat het oké is om kwetsbaar te zijn. Het viel op zijn plek.” Welke bijbeltekst gaat met je mee?“Matteüs 25:40: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.’ Ik voel me geroepen om dicht bij kwetsbare mensen te komen. Ook bij mensen die letterlijk moeilijk zijn om te zien; zij maken van alles los bij mij. Ik krijg de kracht om er voor hen te zijn. Al jong wist ik dat ik dat wilde. Maar ik heb wel moeten leren dat ik ook mijn eigen kwetsbaarheid mag omarmen.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“We zijn niet kerk voor alleen mensen binnen de kerk. We mogen het licht verspreiden naar mensen die Jezus nog niet kennen. Ook in mijn werk kan ik dat doen; ik kom in aanraking met mensen buiten de kerk. Ik zie het als een stukje evangelie dat ik licht mag verspreiden, ook al noem ik de naam van God niet.” lees verder |
||

